Bijna een kwart miljoen jonge werknemers wil meer uren werken dan zij nu contractueel doen. Meer dan twee derde van de werknemers jonger dan 30 jaar wil het liefst fulltime – 36 uur of meer – aan de slag, terwijl slechts 53 procent dat daadwerkelijk doet.
Daarmee blijft jaarlijks bijna 120.000 fte aan jong arbeidspotentieel onbenut.
Uit onderzoek van Intelligence Group blijkt dat de onderbenutting het grootst is in de zorg en het onderwijs, zowel onder jongeren als in de gehele Nederlandse beroepsbevolking.
Structurele onderbenutting jongeren
Per leeftijdscategorie is het aantal uren dat mensen contractueel werken en zouden willen werken onderzocht. Waar 50-plussers de laatste jaren – zeker na de coronacrisis – vaker minder zijn gaan werken en de mid-career groep in haar uren aansluit bij hun ideale werkweek, zijn het vooral de jongeren bij wie de afstand tussen wens en werkelijkheid groot is.
Geert-Jan Waasdorp, CEO van Intelligence Group: “Een van de grootste misverstanden over jongeren op de arbeidsmarkt is dat zij minder uren zouden willen werken of geen fulltimebaan zouden ambiëren. Het tegendeel is waar. Zij willen eerder meer uren werken en bij voorkeur fulltime, maar zitten vooral in bepaalde sectoren en beroepen vast in kleine deelcontracten.
Waasdorp vervolgt: “Deze onderbenutting van talent zorgt voor onnodige krapte op de arbeidsmarkt in knelpuntsectoren, maar ook de ontwikkeling van een generatie komt daarmee onder druk te staan.
De strikte formatieplekken, het niet kunnen combineren van contracten, fiscale belemmeringen en flexcontracten zijn oorzaken van deze onderbenutting. Het is eerder een beleids- en politieke keuze om jongeren onder te benutten, dan dat jongeren niet meer uren willen maken.”
Drie cruciale sectoren
De mismatch zit vooral in sectoren waar personeelstekorten al jaren een van de grootste uitdagingen vormen. In de zorg blijft onder jongeren op jaarbasis omgerekend 20.600 fte aan extra arbeidscapaciteit liggen. Ook in sociaal-maatschappelijke beroepen (9.700 fte) en het onderwijs (9.400 fte) is sprake van aanzienlijke onderbenutting onder jongeren.
In deze drie cruciale sectoren samen blijft hiermee jaarlijks 40.000 fte aan jong arbeidspotentieel op de plank liggen. Wanneer alle leeftijdsgroepen binnen de beroepsbevolking worden meegenomen, stijgt het getal in deze beroepsgroepen zelfs naar 64.000 fte.
HR Day 2026 op donderdag 29 okt draait om ‘The Design of Work’: hoe je werk toekomstbestendig en mensgericht kunt inrichten. Met o.a. CHRO of the Year Edyta Jakubek, teamcoach Tica Peeman en L&D-expert Jeanne Bakker. Ontmoet 300+ HR-professionals en doe nieuwe inzichten op.
Extra capaciteit naar andere werkgever
Door eerder genoemde beperkingen ontstaat een situatie waarin medewerkers wel beschikbaar zijn voor extra werk, maar deze uren niet binnen hun eigen organisatie kunnen invullen.
De kans dat daarmee talent verloren gaat voor de sector is groot, terwijl deze groep er nota bene al werkt. Volgens Waasdorp stappen jongeren daarom over op een alternatief: “Veel jonge werknemers zoeken aanvullende uren via flexibele inzetconstructies, zoals detacheringsbureaus en platformorganisaties.
Op die manier kunnen zij hun gewenste arbeidsomvang vergroten, terwijl de extra capaciteit vaak niet terechtkomt bij de werkgever waar zij al werkzaam zijn.”
Niet in alle vakgebieden willen jongeren meer fulltime werken. In HR, productie en kwaliteitsmanagement geven ze juist aan gemiddeld iets minder te willen werken dan zij nu doen.
Ook veel potentieel binnen de totale beroepsbevolking
Binnen de werkende bevolking als geheel zijn de eerdergenoemde tekortsectoren ook dominant. De zorg (verpleging, verzorging en welzijn) voert ook hier de lijst aan met 36.100 onbenutte fte, gevolgd door onderwijs, horeca, sociaal-maatschappelijke beroepen en paramedische dienstverlening.
Ook in onderzoek en wetenschap, communicatie en productie bestaat nog ruimte om meer arbeidsuren te benutten. Daarmee komt het landelijke onbenutte arbeidspotentieel onder werkenden uit op 164.000 extra fte. Ict’ers, administratief medewerkers en mensen in de transportsector zeggen dan weer graag minder te willen werken dan ze nu doen.
Deel oplossing ligt binnen organisaties zelf
De cijfers laten zien dat een deel van de oplossing voor de arbeidsmarktkrapte niet buiten, maar binnen organisaties zelf ligt.
- Door contracten en roosters beter af te stemmen op het gewenste arbeidsaanbod van medewerkers kunnen werkgevers een aanzienlijk deel van hun personeelsvraag invullen zonder nieuwe mensen te hoeven aantrekken.
- Ook het (direct) uitbetalen van overuren is een effectief instrument om onderbenutting terug te dringen en/of meer gebruik te maken van het aanwezige talent en de beschikbare capaciteit. Zo wordt het een stuk kansrijker om bestaande tekorten in de grootste knelpuntberoepen substantieel terug te dringen.
- Ook werknemers zouden vaker zelf een beroep kunnen doen op meerwerk, door gebruik te maken van de Wet flexibel werken (Wfw). Daarmee kunnen werknemers verzoeken om meer uren te werken. Zo’n verzoek kan alleen worden geweigerd bij een zwaarwegend bedrijfs- en dienstbelang.
Waasdorp: “De onbekendheid van de wet en het beperkt meenemen van deze wet in cao’s maakt dat de structurele onderbezetting van talent niet wordt doorbroken en de tekorten daarmee in stand blijven.”
LEES OOK:

