Een man werkt bij een verzekeringsmaatschappij. Zijn partner en hun kinderen kunnen niet goed wennen in Nederland en gaan terug naar Ecuador, waar zij steeds hebben gewoond.
Enkele maanden later vertrekt ook de man naar Ecuador. Hij heeft met zijn werkgever afspraken gemaakt over thuiswerken vanuit dat land.
Enkele jaren later laat de werkgever weten niet langer te willen meewerken aan die buitenlandconstructie en wil dat de man zijn verblijf daar moet afbouwen. Daarover ontstaat een geschil, dat de man voorlegt aan de kantonrechter.
Doordat de werkgever die internationale werkregeling jarenlang heeft voortgezet, is er bij de man een verworven recht ontstaan, redeneert hij: de werkgever heeft bij hem het vertrouwen gewekt dat voortzetting van de regeling ook in de toekomst mogelijk is.
De kantonrechter oordeelt dat de afspraak over werken in Ecuador als arbeidsvoorwaarde deel is gaan uitmaken van de arbeidsovereenkomst. De werkgever moet de internationale werkregeling met de man continueren. Tegen dit oordeel gaat de werkgever in hoger beroep.
Gedragslijn
De vraag die het hof moet beantwoorden luidt: wanneer vloeit uit een door de werkgever gevolgde gedragslijn een arbeidsvoorwaarde voort?
Daarbij kijkt het hof naar:
- de inhoud van de gedragslijn,
- de aard van de arbeidsovereenkomst,
- hoelang de werkgever die gedragslijn heeft gevolgd en
- wat beide partijen over deze gedragslijn tegenover elkaar hebben verklaard.
Ook is van belang welke voor- en nadelen voor beide partijen uit de gedragslijn volgen en of die gedragslijn gold voor meer werknemers.
Niet eenduidig
Hier is stilzwijgend een gedragslijn ontstaan waarbij de man drie jaar bijna full time vanuit Ecuador heeft gewerkt. Toch noemt het hof dit geen eenduidige gedragslijn. Ook is de periode niet zodanig lang dat de man er gerechtvaardigd op kon vertrouwen dat dit een permanente situatie was.
De werkgever stelt dat het een tijdelijke situatie betrof. Deze werkgever kent geen regeling voor werknemers die langdurig vanuit het buitenland werken.
Botsende belangen
De man heeft een persoonlijk belang bij werken vanuit Ecuador. Wordt de gedragslijn niet gecontinueerd, dan moet hij kiezen: een andere baan zoeken in Ecuador (met een lager salaris) of terug naar Nederland, gescheiden van zijn gezin.
Maar de werkgever heeft ook een belang: steeds meer mensen willen vanuit het buitenland werken. Dat is niet toegestaan, maar als deze man dat wel zou mogen, dan ontstaat een precedent. Deze man is nagenoeg de enige werknemer binnen het bedrijf die zijn werkzaamheden langdurig vanuit het buitenland verricht.
Daarnaast vindt de werkgever dat aanwezigheid op kantoor essentieel is voor de teamdynamiek, de onderlinge samenwerking en de verbinding met het bedrijf. Er zijn regels over hybride werken en daaraan wordt strikt de hand gehouden.
Nadelen voor werkgever
Volgens het hof zijn de nadelen van het feit dat de man permanent tot aan zijn pensioen (nog zo’n tien jaar) vanuit Ecuador zou werken voor het bedrijf aanzienlijk. Dit weegt zwaarder dan het belang van de man. Dat een onderneming in beginsel de vrijheid heeft haar organisatie in te richten zoals zij dat wenst, speelt daarbij een rol.
Beroep op instructierecht
Wel had de werkgever, zeker nu dit een grote organisatie is met een professionele HR-afdeling, duidelijker moeten aangeven, zowel mondeling als schriftelijk, dat sprake was van een tijdelijke situatie. Maar daarmee is nog geen nieuwe arbeidsvoorwaarde of verworven recht ontstaan.
De man mocht daar ook niet op vertrouwen, oordeelt het gerechtshof. Het staat de werkgever dan ook vrij, met een beroep op haar instructierecht, van de man te verlangen dat hij vanaf enig moment weer vanuit Nederland gaat werken.
LEES OOK: Verworven rechten: hoe onverplichte extra’s arbeidsvoorwaarden kunnen worden
Wat doe je als een medewerker niet goed functioneert en welke vormen van verlof zijn er? Wil je je kennis up-to-date houden? Volg deze training en leer in twee ochtenden alle ins en outs over arbeidsrecht in de dagelijkse HR-praktijk.
Leer de belangrijkste arbeidsrechtregels en actuele jurisprudentie toepassen in de HR-praktijk, inclusief contractwijzigingen, verworven rechten en geschilafhandeling.
