De handhaving op schijnzelfstandigheid heeft het aantal zzp’ers flink doen afnemen, maar leidt nauwelijks tot meer vaste banen. Stoppende zelfstandigen die aan het werk blijven, blijken vaker in een flexibel dan in een vast dienstverband terecht te komen.
Shutterstock

Sinds de opheffing van het handhavingsmoratorium is het aantal werkzame zzp’ers dat eigen arbeid aanbiedt met 138.000 gedaald. Dat is een krimp van 12,6 procent in anderhalf jaar. De afname die het Centraal Planbureau voor 2025 en 2026 samen verwachtte, is daarmee al overschreden.

Toch leidt die uitstroom nauwelijks tot meer vaste banen. Voormalige zelfstandigen komen vaker terecht in tijdelijke arbeidsrelaties, terwijl de behoefte aan flexibel werken onverminderd groot blijft.

Dat blijkt uit het rapport De nieuwe werkelijkheid van zzp, dat ZiPconomy maakte in samenwerking met HeadFirst en ONL voor Ondernemers. Het onderzoek is gebaseerd op data van onder meer het CBS en de Kamer van Koophandel en biedt inzicht in de effecten van het zzp-beleid van de afgelopen kabinetten.

Historische trendbreuk

Bijna dertig jaar lang groeide het aantal zzp’ers vrijwel elk kwartaal, ongeacht hoe de economie ervoor stond. Sinds begin 2025 krimpt deze groep kwartaal na kwartaal. In het tweede kwartaal van 2026 telde Nederland 953.000 zzp’ers die eigen arbeid aanbieden, goed voor 9,7 procent van de werkzame beroepsbevolking. Eind 2024 lag dat aandeel nog op 11,1 procent. Het tempo van de daling neemt inmiddels wel af, maar is nog altijd fors.

Die daling zegt op zichzelf nog weinig, benadrukt Allard van Dam, Country Manager van HeadFirst. “Als het aantal zzp’ers afneemt, is dat dan een succes van arbeidsmarktbeleid? Het lijkt een eenvoudige vraag, maar het antwoord is dat niet. Minder zelfstandigen betekent niet automatisch meer vaste banen.”

Flexibiliteit verdwijnt niet, maar verschuift

De totale werkgelegenheid groeide sinds eind 2024 met slechts 37.000 werkenden. Daarachter gaat een forse verschuiving schuil:

  • Het aantal werknemers met een vast contract steeg met 2,1 procent.
  • De interne flexschil groeide ruim twee keer zo hard (+4,9 procent). Daaronder vallen tijdelijke werknemers, oproepkrachten en invalkrachten.
  • Het aantal uitzendkrachten en gedetacheerden namen juist af, met 29.000. Hun aandeel in de arbeidsmarkt is met 3,4 procent het laagste van deze eeuw.

CBS-cijfers over overstappen tussen arbeidsposities bevestigen dit beeld. Van de stoppende zelfstandigen die aan het werk blijven, komt een groter deel in een flexibel dienstverband terecht dan in een vaste baan. Tegelijkertijd bleef de totale flexschil met 37,6 procent van de werkzame beroepsbevolking vrijwel gelijk.

“De externe flexschil is duidelijk kleiner geworden, maar de totale behoefte aan flexibiliteit is nauwelijks veranderd,” zegt Wim Davidse, Director Trends & Insights bij ZiPmedia en een van de opstellers van het rapport. “Werkgevers halen die flexibiliteit nu vooral in huis, via tijdelijke contracten en oproepkrachten.” De cijfers laten volgens Davidse ook zien dat, anders dan wellicht verwacht, uitzendwerk en detachering niet is gestegen.

Jongeren en onderwijs het hardst geraakt

De afname van het aantal zzp’ers verschilt sterk per beroepsgroep. De krimp is het sterkst in onderwijsberoepen (-17,3 procent), technische beroepen (-16,5 procent) en creatieve en taalkundige beroepen (-15,7 procent). Ook naar leeftijd zijn de verschillen groot. Het aantal zzp’ers onder de 35 daalde met bijna 30 procent, terwijl het aantal 55-plussers juist groeide.

Wens om zelfstandig te werken blijft

Opvallend is dat het aandeel zzp’ers dat liever in loondienst zou werken al jaren stabiel is, rond de 10 tot 12 procent. Dat blijkt uit onderzoek van arbeidsmarktdatabureau Intelligence Group en sluit aan bij cijfers van CBS/TNO en zzp-bank Knab. Ondanks de forse uitstroom daalt dat aandeel niet.

Voor medeopsteller van het rapport, Hugo-Jan Ruts, oprichter van ZiPconomy, is dat een veelzeggend signaal. “Je zou verwachten dat het aandeel zzp’ers dat liever werknemer wil worden daalt, nu er zoveel zelfstandigen zijn gestopt. Dat gebeurt niet. De cijfers wijzen erop dat een groot deel van de uitstroom bestaat uit mensen die eigenlijk liever zelfstandig waren gebleven.”

Ook het aantal nieuwe inschrijvingen van zzp’ers bij de KvK blijft stijgen. In het tweede kwartaal van 2026 schreven zich 44.766 nieuwe zzp’ers in, 6 procent meer dan een jaar eerder. Dat is een extra aanwijzing dat de wens om als zzp’er te werken ondanks de handhaving niet minder is geworden.

Waar beoordeel je beleid op?

Volgens Van Dam laten de cijfers vooral zien dat de discussie over zzp-beleid breder moet. “Arbeidsmarktbeleid zou niet beoordeeld moeten worden op het terugdringen van één specifieke vorm van werk. De vraag is of mensen duurzaam kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt, op een manier die past bij hun talenten, ambities en omstandigheden.”

LEES OOK:

Leer strategische personeelsplanning praktisch toepassen: voorspellend stafbeleid, samenwerken met de business en omgaan met flexibiliteit en contractverschuivingen in de arbeidsmarkt.