In deze zaak stond de geldigheid van een studiekostenbeding centraal en werd door de kantonrechter geoordeeld of werkgever de studieschuld van € 17.294,05 op werknemer kon verhalen bij het einde van het dienstverband.
Werknemer was in dienst bij een accountantskantoor als junior staff assurance en volgde de duale opleiding Bachelor of Science in Accountancy, als onderdeel van zijn opleiding tot registeraccountant. De duale opleiding hield in beginsel in dat één dag per week onderwijs werd gevolgd en de overige vier werkdagen werd gewerkt bij het accountantskantoor.
Het kantoor betaalde de studiekosten van werknemer. Werknemer en het accountantskantoor waren een studiekostenbeding overeengekomen. Hierin werd bepaald dat werknemer bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst gehouden kon zijn de door het accountantskantoor gemaakte studiekosten aan haar terug te betalen. Het terug te betalen bedrag werd afgebouwd aan de hand van een staffel van drie jaar.
Functie bij nieuwe werkgever
In 2023 is werknemer in dienst getreden bij een ander accountantskantoor (hierna: werkgever) als ervaren assistent-accountant. In de nieuwe functiebeschrijving van werknemer is opgenomen dat het gaat om een doorgroeifunctie, maar dat de functie ook als eindfunctie kan worden gezien. Hij heeft zijn duale opleiding voortgezet. Werkgever heeft hierbij de studieschuld van werknemer bij het vorige kantoor overgenomen. Wel werd een nieuw studiekostenbeding overeengekomen. Het beding had betrekking op zowel de overgenomen studieschuld bij het vorige kantoor als op de overige gemaakte studiekosten voor de opleiding.
Werknemer heeft zijn opleiding afgerond op 7 januari 2025 en heeft vervolgens in februari zijn arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 april 2026. Werkgever vordert vervolgens een bedrag van ruim € 17.000,- aan studiekosten terug. Daartoe behoort een bedrag van ruim € 10.000,-, zijnde 2/3e van de kosten die werkgever aan het vorige accountantskantoor heeft vergoed. Aanvankelijk was werknemer bereid om een betalingsregeling te treffen voor deze studieschuld, maar later stelde hij zich op het standpunt dat het studiekostenbeding nietig is, omdat het zou gaan om een verplichte beroepsopleiding. Werkgever is daarop een procedure gestart, met het verzoek om werknemer te veroordelen tot betaling van de studiekosten.
Terugbetalingsverplichting
Sinds de inwerkingtreding van de Wet transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden op 1 augustus 2022 zijn werkgevers verplicht alle kosten te vergoeden die werknemers moeten maken in verband met verplichte scholing. Dit is opgenomen in artikel 7:611a van het Burgerlijk Wetboek. Een studiekostenbeding met betrekking tot het volgen van een verplichte scholing is sindsdien dan ook niet meer toegestaan.
Wanneer geen sprake is van verplichte scholing, staat het partijen in beginsel vrij om af te spreken dat de kosten (deels) voor rekening van de werknemer komen. Daarbij geldt echter wel een juridisch kader, zoals uiteengezet door de Hoge Raad in het arrest Muller/Van Opzeeland.
Hieruit volgt onder meer dat de terugbetalingsverplichting in een redelijke verhouding moet staan tot het voordeel dat de werkgever heeft van de tijdens de scholing verworven kennis, zowel qua omvang als duur. Dit kan bijvoorbeeld worden vormgegeven met een glijdende schaal. Daarnaast moeten de financiële gevolgen van een dergelijke regeling voor de werknemer duidelijk en inzichtelijk zijn.
Beoordeling kantonrechter
Volgens de kantonrechter is in dit geval geen sprake van verplichte scholing, in de zin van artikel 7:611a BW. Hoewel de registeraccountantopleiding nodig kan zijn voor het zetten van de volgende stap in de carrière van werknemer, is het geen noodzakelijke scholing voor het uitvoeren van zijn huidige functie. De kantonrechter oordeelt dan ook dat het studiekostenbeding niet nietig is.
Wel oordeelt de kantonrechter dat de inhoud van het studiekostenbeding niet volledig volstaat. In het beding werd bepaald dat bij beëindiging van het dienstverband binnen 12 maanden nadat de kosten zijn gemaakt, deze kosten volledig moesten worden terugbetaald. Volgens de kantonrechter houdt deze termijn onvoldoende rekening met het feit dat werkgever vrijwel meteen baat had bij de studiewerkzaamheden van werknemer. De kantonrechter kwam daarom tot het oordeel dat de termijn van 12 maanden hier niet van toepassing was.
Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat het onjuist is dat voor het bedrag dat werkgever aan het vorige accountantskantoor had vergoed, de afbouwtermijn pas zou starten 12 maanden na betaling door werkgever. Hierdoor moest werknemer een hoger percentage terugbetalen dan hij bij voortzetting van de termijn had moeten betalen. Volgens de kantonrechter was deze financiële consequentie onvoldoende duidelijk uit het studiekostenbeding en had werkgever dit ook onvoldoende toegelicht bij indiensttreding.
Het verweer van werknemer dat het beding onduidelijk was omdat het geen bedragen noemt, wordt door de kantonrechter echter verworpen. Werknemer had zelf de factuur van het vorige kantoor doorgestuurd aan werkgever en declareerde zelf de overige studiekosten. De omvang van de studiekosten waren de werknemer dan ook voldoende kenbaar.
Op grond van het voorgaande worden de gevorderde studiekosten gedeeltelijk toegewezen. De kantonrechter vult de ontstane leemten in de overeenkomst tussen partijen ten aanzien van de terugbetalingstermijn en de studiekosten aan de voormalig werkgever zelf aan. Uiteindelijk oordeelde de kantonrechter dat de werknemer nog ruim € 4.000,- aan werkgever moest terugbetalen.
Adviezen
Zorg voor een evenredige afbouw in de terug te betalen studiekosten op basis van mate en periode van baat. Indien de werkgever direct profiteert van de opgedane kennis, dient de afbouw ook direct aan te vangen.
De terugbetalingsverplichting moet voldoende duidelijk en kenbaar zijn. Leg vast welke studiekosten onder het beding vallen, wanneer de termijn van afbouw aanvangt en hoeveel per termijn wordt afgebouwd. Het is niet nodig om precieze bedragen en data in het beding zelf op te nemen, maar zorg er wel voor dat deze op een transparante wijze aan de werknemer worden gecommuniceerd.
Bekijk ook de video: Studiekosten terugbetalen? Ligt aan de inhoud van het studiekostenbeding – De ins & outs
Wat doe je als een medewerker niet goed functioneert en welke vormen van verlof zijn er? Wil je je kennis up-to-date houden? Volg deze training en leer in twee ochtenden alle ins en outs over arbeidsrecht in de dagelijkse HR-praktijk.

