Werknemer werkt sinds 17 augustus 2020 bij werkgever als magazijnmedewerker. Sinds 5 maart 2025 is hij arbeidsongeschikt. Vanaf 7 mei 2025 start werknemer met het verrichten van re-integratiewerkzaamheden. Op 19 juli 2025 helpt werknemer enkele uren vrijwillig en onbetaald achter de bar in het café van een vriend tijdens een evenement.
Werkgever stelt dat werknemer daarmee energie besteedt aan nevenactiviteiten terwijl hij die energie niet heeft voor zijn eigen werk. Volgens werkgever is hierom sprake van ‘diefstal van energie’. Op 28 juli 2025 wordt werknemer op staande voet ontslagen.
Wat oordeelt de rechter?
De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een dringende reden. Het enkele feit dat een werknemer tijdens ziekte activiteiten verricht, betekent niet automatisch dat sprake is van ontoelaatbaar gedrag of ‘diefstal van energie’. Of nevenactiviteiten de re-integratie belemmeren, is in een medisch oordeel. Werkgever had daarom eerst de bedrijfsarts moeten raadplegen in plaats van zelf te concluderen dat werknemer zijn energie verkeerd besteedde. Daarnaast had werkgever kunnen en moeten volstaan met een minder vergaande maatregel zoals een waarschuwing of loonopschorting. Ontslag op staande voet was in dit geval disproportioneel.
Wenk
Raadpleeg bij nevenactiviteiten tijdens ziekte altijd de bedrijfsarts, diens oordeel is cruciaal bij de beoordeling of dergelijke activiteiten de re‑integratie belemmeren. Daarnaast adviseren wij een nevenwerkzaamhedenbeding op te nemen dat de werknemer verplicht nevenwerkzaamheden vooraf te melden en daarvoor toestemming te vragen. Hierdoor wordt van de werknemer transparantie over nevenwerkzaamheden verlangd, zodat werkgever en werknemer hierover op voorhand met elkaar in gesprek kunnen gaan. Mocht de werknemer ondanks een nevenwerkzaamhedenbeding alsnog niet transparant zijn, dan biedt dit de werkgever bovendien meer handvatten om een (proportionele) sanctie op te leggen.
Vindplaats: Rechtbank Rotterdam 10 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1833
LEES OOK:
