Een werkgever beschuldigt een werknemer ervan dat hij grote aantallen fietsaccu’s uit de winkel heeft gestolen. Hij wordt op staande voet ontslagen en moet de schade vergoeden. Maar omdat de werkgever dit alles niet slim aanpakt, hoeft de werknemer niets te betalen. Wel staat hij op straat.
Shutterstock

Een man werkt als verkoper in een fietswinkel. Op enig moment krijgt zijn werkgever een bericht van de politie, die deze werknemer had aangehouden.

Op zijn Whatsapp stonden meer dan honderd foto’s van fietsaccu’s die werden verhandeld aan andere personen.

De politie heeft die foto’s aan de werkgever laten zien. De accu’s op deze foto’s ontbreken in haar voorraad, zo constateren ze bij de fietswinkel.

De werkgever heeft haar stellingen, nu de werknemer deze betwist, onvoldoende onderbouwd

De werknemer moet tekst en uitleg komen geven maar beroept zich op zijn zwijgrecht. Nu hij de beschuldigingen kennelijk niet ontkent, zo redeneert de werkgever, wordt hij op staande voet ontslagen wegens het onrechtmatig onttrekken van de fietsaccu’s. Daarin berust hij, zonder schuld te bekennen.

Gefixeerde schadevergoeding

De werkgever wil dat de werknemer een gefixeerde schadevergoeding van € 3.913 bruto betaalt, gelijk aan het loon over de opzegtermijn. De fietswinkel mist 400 accu’s, ten minste 125 daarvan moeten door de werknemer zijn meegenomen. De aanvullende schade die de winkel vergoed wil zien, betreft de inkoopprijs van die accu’s, plus de gederfde winst.

Dringende reden

In de wet staat dat degene die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende geeft om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, een vergoeding moet betalen als de wederpartij van die bevoegdheid gebruik maakt. Het bedrag van die vergoeding is gelijk aan het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren.

Verweer tegen vordering schadevergoeding

De werknemer dient geen verzoek in om het ontslag op staande voet te vernietigen, ook vraagt hij niet om een billijke vergoeding. Dat kan ook niet meer omdat de vervaltermijn daarvoor inmiddels is verstreken, merkt de kantonrechter ter zitting op.

Maar de werknemer kan wel de dringende reden aanvechten. Dat kan hij doen als verweer tegen de vordering tot schadevergoeding. Nu de kantonrechter moet beoordelen of de werkgever recht heeft op de gefixeerde schadevergoeding, wordt tegelijk bekeken of sprake is van een dringende reden voor het ontslag op staande voet.

Dringende reden bewijzen

Als de werknemer de fietsaccu’s onrechtmatig heeft onttrokken, dan is dit zeker een dringende reden. Maar de werknemer ontkent dit. Dan moet de werkgever die dringende reden bewijzen. Die verwijst naar de grote aantallen foto’s van accu’s op de telefoon van de werknemer en naar Whatsapp-gesprekken tussen de werknemer en de handelaar over het doorverkopen van de accu’s.

Dat de werknemer zich beroept op zijn zwijgrecht betekent niet dat hij de beschuldigingen erkent

Afgewezen

Maar de kantonrechter vindt deze ‘verwijzing’ te mager. Die foto’s zelf zijn niet aan de kantonrechter overhandigd, net zomin als een overzicht uit de winkeladministratie waaruit zou blijken dat deze accu’s ontbreken. De werkgever heeft haar stellingen, nu de werknemer deze betwist, dus onvoldoende onderbouwd.

Dat de werknemer zich beroept op zijn zwijgrecht betekent niet dat hij de beschuldigingen erkent. Nu niet vaststaat dat de werknemer door opzet of schuld een dringende reden heeft gegeven voor het onverwijld opzeggen van de arbeidsovereenkomst, wijst de kantonrechter de verzochte gefixeerde schadevergoeding af. Het ontslag op staande voet blijft wel staan, dat is onaantastbaar geworden.

Niet tijdig en goed onderbouwd

Dat de werkgever zo verliest, is zuur. Maar zij had dit kunnen voorkomen door de politiefoto’s of het accu-overzicht uit de eigen administratie tijdig aan de kantonrechter te overhandigen. De werkgever had haar vordering (de schadevergoeding) bij het verzoekschrift, of anders tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling moeten onderbouwen met die foto’s en dat overzicht.

Dat heeft de werkgever nagelaten en zo haar stellingen tegenover de betwisting door de werknemer onvoldoende weten te onderbouwen. De werkgever had er rekening mee kunnen – en moeten! – houden dat de werknemer ter zitting alsnog verweer zou voeren.

Omdat de werkgever al eerder kans had gehad haar vordering te onderbouwen – maar daar dus geen gebruik van heeft gemaakt – krijgt deze op zitting niet opnieuw die mogelijkheid. En dan kan de kantonrechter niets anders doen dan de gevorderde schadevergoeding afwijzen.

ECLI:NL:RBNHO:2026:13303

LEES OOK:

Beheers de complexiteit van ontslagrecht: regels bij ontslag op staande voet, bewijsvoering, termijnen en het onderbouwen van schadevorderingen in HR-praktijk.