Een ‘Junior First Officer’ bij een luchtvaartmaatschappij krijgt de kans een pilotenopleiding te volgen. Hoewel de werkgever steken liet vallen rondom die opleiding, mocht zij de opleiding stopzetten nu de aspirant-piloot te weinig vooruitgang boekte.
Shutterstock

De Junior First Officer werkte bij de luchtvaartmaatschappij op basis van een arbeidsovereenkomst voor één jaar. Voor de opleiding tot vlieger Boeing 737 werd een aparte opleidingsovereenkomst gesloten.

Hoewel de man de eerste onderdelen van de opleiding en de daarbij behorende examens goed weet te doorstaan, begint het bij de ‘lijntrainingen’ (het daadwerkelijk vliegen onder begeleiding) te haperen. De werkgever schat dat dit niet meer goed komt en stopt de opleiding. Voor de resterende duur van de arbeidsovereenkomst wordt de man vrijgesteld van werkzaamheden, met behoud van loon.

Die drempels uit het onderwijsrecht kunnen via het goed werkgeverschap ook binnen het arbeidsrecht relevant zijn

De piloot wil echter verder met de opleiding en dagvaardt zijn werkgever daarover. Hij stelt dat de werkgever is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de opleidingsovereenkomst.

Drempels

De voorzieningenrechter (rechtbank Noord-Holland) stelt voorop dat het onderwijsrecht hoge drempels kent voor het beëindigen van een opleidingsovereenkomst door de opleider. Zo’n besluit mag voor een student geen verrassing zijn, maar moet volgen uit eerdere beoordelingen, en die moeten ook consistent zijn. Die drempels uit het onderwijsrecht kunnen via het goed werkgeverschap ook binnen het arbeidsrecht relevant zijn. In deze zaak pakte het toch ten nadele van de piloot uit.

Opleiding stopzetten

Op basis van het trainingsdossier van de aspirant-vlieger voegde de opleider extra opleidingsonderdelen toe. Maar ook dit leidde niet tot voldoende progressie. Daarom besloot de werkgever, conform de opleidingshandleiding – die weer is gebaseerd op een Europese Verordening –de trainingscommissie bij elkaar te roepen.

Deze besloot de training stop te zetten. Omdat de resterende tijd van de arbeidsovereenkomst te beperkt was, deed de werkgever geen nader onderzoek naar de bekwaamheid van de aspirant-vlieger als piloot.

Niet zorgvuldig

Al deze stappen zijn volgens het boekje gegaan maar toch constateert de kantonrechter dat de werkgever steken heeft laten vallen. Zo is de aspirant-vlieger niet geïnformeerd over de beslissing om de trainingscommissie bijeen te roepen of dat de kwestie bij de trainingscommissie lag. Dat had wel gemoeten.

Ook kreeg de aspirant-vlieger niet te horen hoe het besluit van die commissie tot stand is gekomen en hij kreeg geen schriftelijke bevestiging van dat besluit of een toelichting daarop. Dit alles vindt de kantonrechter niet zorgvuldig en niet transparant.

‘Slow progress’

De werkgever handelde dus in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel maar dit betekent nog niet dat de trainingscommissie dit besluit niet had kunnen nemen. Uit de arbeidsovereenkomst volgt ook niet dat iedere kandidaat zonder meer recht heeft op het afronden van de opleiding.

In dit geval waren er meerdere signalen dat de opleiding van de aspirant-vlieger te wensen overliet. Van de twaalf oefenvluchten kreeg hij zeven keer ‘slow progress’ of ‘needs extra training’ te horen, meerdere keren was daarbij een fysieke interventie van de instructeur nodig. Op bepaalde onderdelen scoorde hij herhaaldelijk een onvoldoende.

Redelijke kans

Volgens de aspirant-vlieger kreeg hij te weinig vluchten of (extra) trainingen aangeboden, waardoor de werkgever tekortschoot in haar zorgplicht als opleider. Maar andere piloten volgden een vergelijkbaar opleidingsschema en zijn inmiddels geslaagd.

Vooralsnog redeneert de kantonrechter: de werkgever heeft hem een redelijke kans geboden voor de opleiding te slagen. De werkgever had ervoor kunnen kiezen hem meer trainingen aan te bieden maar deze heeft op dit gebied beleidsvrijheid. Daarbij weegt ook mee dat startende piloten de beperkt beschikbare opleidingscapaciteit moeten delen.

Goed werkgeverschap

Het besluit om de opleiding stop te zetten is dus niet in strijd met het beginsel van goed werkgeverschap. De kantonrechter realiseert zich dat het voor de aspirant-vlieger een grote teleurstelling is dat de opleiding op deze manier is geëindigd, en ook dat hij groot belang heeft bij voortzetting van de opleiding. Maar toch hoeft de werkgever hem niet die kans te geven.

ECLI:NL:RBNHO:2026:10808

LEES OOK:

Rechters maken duidelijk waaraan verbetertrajecten moeten voldoen

Checklist verbeterplan opstellen bij disfunctioneren

 

Leer hoe je disfunctioneren juridisch zorgvuldig vastlegt: dossiervorming en opstellen van een specifiek verbeterplan. Praktisch toepasbaar bij stopgezette opleidingen en arbeidsrechtelijke toetsing.