Steeds meer kenniswerkers ervaren zogenoemde AI fatigue: frustratie en vermoeidheid door het gebruik van generatieve AI. De kwaliteit van de output is daarbij een belangrijk probleem.
Uit internationaal onderzoek van Adaptavist onder 2.500 kenniswerkers blijkt dat 42 procent meer tijd kwijt is aan het controleren van AI-gegenereerde informatie dan de technologie aan tijd bespaart.
De gevolgen zijn volgens de respondenten merkbaar op de werkvloer. Bijna de helft (49 procent) zegt dat matige AI-output projecten vertraagt en 55 procent vindt dat de technologie de efficiëntie van teams vermindert.
Werk voelt repetitiever
AI heeft ook invloed op hoe medewerkers hun werk ervaren. 46 procent van de ondervraagden vindt het werk door het gebruik van AI repetitiever geworden. 37 procent voelt zich minder betrokken bij het werk.
Ook de druk om met AI te concurreren neemt toe. De helft van de respondenten heeft het gevoel dat hun prestaties worden vergeleken met AI-output.
Een kwart gebruikt AI vooral om de werkdruk aan te kunnen, terwijl 23 procent de technologie inzet om collega’s bij te houden.
Toch is er geen sprake van massale afwijzing van AI. Twee derde (67 procent) wil dat de werkgever AI verder inzet. Ook zegt 69 procent erop te vertrouwen dat AI op een ethische manier wordt gebruikt en vindt 66 procent dat de werkgever open is over de invoering ervan.
De uitkomsten laten daarmee vooral zien dat medewerkers AI niet per se afwijzen. Ze willen er wel van kunnen profiteren zonder dat de technologie extra werk, onzekerheid of druk oplevert.
AI levert niet automatisch minder werkdruk op
De bevindingen sluiten aan bij Nederlandse cijfers. Uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van TNO en CBS blijkt dat technologische veranderingen niet vanzelf leiden tot minder werkdruk. Ongeveer 40 procent van de werknemers zegt dankzij technologie meer werk in dezelfde tijd te kunnen doen. Tegelijkertijd leidt die productiviteitswinst niet automatisch tot minder werkdruk.
Dat is ook zichtbaar in eerder onderzoek van TNO naar generatieve AI. In het onderzoek, uitgevoerd bij het zorgonderdeel van a.s.r., Deloitte Legal en CLEVER°FRANKE, blijkt dat tijdwinst door AI kan worden gebruikt om medewerkers complexere of aanvullende taken te laten uitvoeren.
Bij a.s.r. leidde de tijdwinst bijvoorbeeld tot extra backofficetaken. Bij Deloitte Legal leverde het gebruik van GenAI naar schatting 40 tot 50 procent tijdwinst op bij het doorzoeken van juridische documenten, waardoor medewerkers zich meer konden richten op complexer werk. Bekijk het TNO-onderzoek naar de impact van generatieve AI op werk.
Niet meer AI, maar beter AI-gebruik
Volgens Neal Riley, AI Innovation Lead bij Adaptavist, richten organisaties zich te veel op het gebruik van AI en te weinig op de daadwerkelijke impact op het werk. Hij pleit ervoor AI doelgericht in te zetten, met duidelijke kaders en ondersteuning, zodat de technologie werk ondersteunt in plaats van extra werk veroorzaakt.
Dat sluit aan bij onderzoek van Info Support en Markteffect onder 400 Nederlandse IT-beslissers. Daaruit blijkt dat werknemers in 44 procent van de organisaties zelfstandig met AI-tools werken, terwijl slechts 5 procent AI deels zelfstandig processen laat uitvoeren. Tegelijkertijd ziet 58 procent meer potentie in AI dan momenteel wordt benut.
HR Praktijk schreef eerder over dit onderzoek. Daarin staat de vraag centraal hoe HR de regie kan pakken nu AI steeds meer onderdeel wordt van de manier waarop werk wordt georganiseerd.
Voor HR ligt daar een belangrijke rol. AI is niet alleen een technologisch vraagstuk. De technologie verandert ook werkzaamheden, functies, benodigde vaardigheden en de manier waarop medewerkers hun werk uitvoeren.
Lees ook: AI-first is geen keuze maar een must: waarom HR de regie moet pakken
Iedereen praat over AI, maar hoe zet je het écht in binnen HR? Vincent Roders deelt concrete voorbeelden, praktische tools en direct toepasbare inzichten. Laat je inspireren tijdens HR Day 2026 en maak de volgende stap.
Medewerkers worstelen nog met AI
Ook Nederlandse werknemers ervaren onzekerheid over de gevolgen van AI voor hun werk. Uit onderzoek van Fellowmind en Markteffect onder 1.104 werknemers blijkt dat 30 procent vreest door AI dommer te worden. 55 procent ziet het stoppen met zelf nadenken als een van de grootste risico’s van AI. Tegelijkertijd gebruikt 62 procent AI al in het werk.
Lees ook: Medewerkers worstelen nog met AI
Dat onderstreept het belang van AI-vaardigheden. Medewerkers moeten niet alleen weten hoe zij een AI-tool technisch gebruiken, maar ook wanneer zij de uitkomst wel of niet kunnen vertrouwen, hoe zij fouten herkennen en wanneer menselijke beoordeling nodig blijft.
AI-vaardigheden worden steeds belangrijker
De ontwikkeling gaat bovendien verder dan het dagelijks gebruik van AI. Organisaties zullen ook moeten bepalen welke AI-vaardigheden zij van medewerkers verwachten.
Internationaal onderzoek van HiBob onder 1.200 AI-beslissers laat zien dat AI-vaardigheden bij een deel van de organisaties inmiddels meewegen bij promoties en prestatiebeoordelingen. Zo zegt 67 procent van de respondenten dat hun organisatie AI-vaardigheden koppelt aan promotiecriteria en 50 procent dat deze vaardigheden worden meegenomen in prestatiebeoordelingen. Het onderzoek is uitgevoerd in de VS, het VK, de DACH-regio, de Nordics, de Benelux en Australië/Nieuw-Zeeland; de cijfers zijn dus niet specifiek voor Nederland.
Voor HR betekent dit dat AI-geletterdheid steeds meer onderdeel kan worden van leren en ontwikkelen, performance management en loopbaanontwikkeling. Dat vraagt om duidelijke definities van wat medewerkers moeten kunnen en om voldoende mogelijkheden om die vaardigheden te ontwikkelen.
AI moet werk ondersteunen, niet extra werk veroorzaken
De uitkomsten van het onderzoek van Adaptavist betekenen niet dat organisaties moeten stoppen met AI. Integendeel: het merendeel van de werknemers wil dat werkgevers AI blijven inzetten.
De uitdaging is vooral om te voorkomen dat de technologie een extra laag werk creëert. Als medewerkers AI-output voortdurend moeten controleren, fouten moeten herstellen en meer tijd kwijt zijn aan het aanpassen van processen, kan een theoretische productiviteitswinst in de praktijk verdampen.
Voor HR betekent dit dat bij AI-adoptie niet alleen moet worden gekeken naar de technologie en de potentiële tijdwinst. Minstens zo belangrijk zijn de gevolgen voor het werk.
- Welke taken verdwijnen?
- Welke nieuwe taken ontstaan?
- Hoeveel controle blijft nodig?
- Welke vaardigheden hebben medewerkers nodig?
- En levert AI uiteindelijk daadwerkelijk beter werk op, of vooral meer werk?
Juist die vragen bepalen of AI een hulpmiddel wordt dat medewerkers ondersteunt, of een technologie die uiteindelijk vooral tot nieuwe werkdruk leidt.
LEES OOK:
Eendaagse training die leert een doordachte GenAI-veranderstrategie en roadmap te maken, met focus op concrete toepassingen, menselijke impact en duurzame adoptie.

