In het coalitieakkoord staan twee nieuwe maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor de pensioenregeling. Zo wil het nieuwe kabinet de stijging van de levensverwachting vanaf 2033 volledig koppelen aan de AOW-leeftijd. Daarmee zou een toename van de levensverwachting één-op-één worden vertaald naar een hogere AOW-leeftijd.
De AOW-leeftijd is al jarenlang een maatschappelijk gevoelig onderwerp. Bij het sluiten van het huidige pensioenakkoord hebben vakorganisaties zich nadrukkelijk ingezet voor een gematigder stijging.
Op dit moment stijgt de AOW-leeftijd met acht maanden wanneer de levensverwachting van de Nederlandse bevolking met één jaar toeneemt. De voorgestelde wijziging kan de discussie opnieuw aanwakkeren, denkt AWVN. “In het arbeidsvoorwaardenoverleg kan dit ertoe leiden dat het thema ‘eerder stoppen bij zware beroepen’ nadrukkelijker op tafel komt. De financiële gevolgen daarvan kunnen uiteindelijk bij werkgevers terechtkomen.”
Bevriezing aftoppingsgrens
Een tweede maatregel met direct effect op pensioenregelingen is het plan om de aftoppingsgrens de komende zes jaar niet te verhogen.
Op dit moment zijn pensioenpremies boven 137.800 euro fiscaal niet aftrekbaar. Dit bedrag is al twee jaar bevroren. Wanneer de grens nog eens zes jaar niet wordt geïndexeerd, daalt de reële waarde aanzienlijk, berekent AWVN. Bij een inflatie van 2,5 procent per jaar komt dit neer op ongeveer 113.000 euro over zes jaar.
Voor een groeiende groep hogere inkomens vindt over een deel van het salaris geen pensioenopbouw plaats. Het salaris boven de aftoppingsgrens telt niet mee. De afgelopen twee jaar heeft het bevriezen van de aftoppingsgrens in het arbeidsvoorwaardenoverleg relatief weinig onrust veroorzaakt. Als de bevriezing langer aanhoudt, ligt dat minder voor de hand, waarschuwt AWVN. “Werknemers in deze salarisgroepen zullen naar verwachting compensatie verlangen, ten minste ter hoogte van het werkgeversdeel van de vlakke premie.”
Tijdig beoordelen wat maatregelen betekenen
Een vergelijkbare discussie speelde bij de invoering van de aftoppingsgrens van € 100.000. Destijds zijn werknemers met een hoger salaris gecompenseerd en zijn aanvullende voorzieningen getroffen, onder meer voor nabestaanden. AWVN verwacht dat deze discussies opnieuw gevoerd zullen worden als de huidige maatregel wordt doorgezet.
De grootste werkgeversorganisatie van Nederland wijst erop dat de voorgestelde maatregelen nog niet definitief zijn, maar wel duidelijke gevolgen kunnen hebben voor pensioenregelingen en arbeidsvoorwaarden. “Voor werkgevers is het daarom belangrijk om deze ontwikkelingen niet alleen te volgen, maar ook tijdig te beoordelen wat ze kunnen betekenen voor de eigen organisatie.”
Tijd dringt voor werkgevers om pensioenregeling aan te passen
Sinds 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen (Wtp) van kracht. Alle pensioenregelingen moeten in 2027 worden aangepast om te voldoen aan deze wet. VNO-NCW en MKB-Nederland riepen medio februari in een urgentiebrief werkgevers op om hun pensioenregeling snel aan te passen.
“Omdat de tijd dringt, is het verstandig dat werkgevers contact opnemen met een adviseur, zodat ze vóór 1 juli 2026 kunnen starten met aanpassen”, staat erin. Pensioenregelingen die niet op tijd zijn aangepast, voldoen niet meer aan de wetgeving. Dit heeft ingrijpende financiële gevolgen voor werkgevers en werknemers.
Aanpassen van de regeling kan zes tot achttien maanden duren. Wie te laat is, loopt het risico op fiscale boetes voor werknemers en (financiële) claims van de werknemer om die schade te verhalen. De aanpassingen gaan over keuzes als: wel of niet gebruik maken van de eerbiedigende werking, de hoogte van compensatie als geen eerbiedigende werking wordt gebruikt, de hoogte van de vlakke premie voor (nieuwe) werknemers en de hoogte van het nieuwe nabestaandenpensioen en de overstapdatum.
LEES OOK: Belastingaanslag dreigt voor 1,6 miljoen pensioenverzekerden: werkgevers moeten overstap regelen
