In het tweede kwartaal van 2026 hadden 9,6 miljoen mensen tussen de 15 jaar en de AOW-leeftijd betaald werk. Dat aantal is al twee jaar vrijwel onveranderd, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Tussen 2014 en 2024 groeide het aantal werkenden nog ieder jaar.
Tegelijkertijd nam het aantal mensen zonder werk in de afgelopen twee jaar met 100.000 toe tot 8,5 miljoen. Dat komt volgens het CBS vooral doordat meer mensen de pensioenleeftijd hebben bereikt.
Meer mensen werken door na AOW-leeftijd
Het aantal mensen dat na de AOW-leeftijd blijft werken, is de afgelopen jaren toegenomen. In het tweede kwartaal van 2026 waren er 152.000 werknemers boven de AOW-leeftijd in loondienst, tegenover 96.000 begin 2018 aldus het CBS. Dat is een stijging van ongeveer 58 procent in ruim acht jaar tijd.
Kijk je naar alle werkenden boven de AOW-leeftijd, dus inclusief zelfstandigen, dan gaat het om een grotere groep. Volgens de eerder aangehaalde CBS-cijfers waren dat er in het tweede kwartaal van 2026 ongeveer 300.000. Tien jaar eerder lag dat aantal aanzienlijk lager.
De cijfers laten zien dat doorwerken na de AOW-leeftijd steeds gebruikelijker wordt. Toch is het geen structurele oplossing voor de vergrijzing op de arbeidsmarkt. Het gaat over het algemeen om mensen die maar weinig uren werken, benadrukt CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen.
Vergrijzing zet arbeidsmarkt verder onder druk
Arbeidsmarktdeskundige Ton Wilthagen, hoogleraar aan Tilburg University, ziet de stagnerende groei van het aantal werkenden als een duidelijk teken van de vergrijzing. Volgens hem is sprake van wat hij ‘vergrijzing light’ noemt. De grootste gevolgen moeten nog komen: de piek wordt over ongeveer twintig jaar verwacht. Ook daarna blijft de verhouding tussen werkenden en niet-werkenden scheef.
Naast de vergrijzing speelt mee dat werkenden gemiddeld iets minder uren per week zijn gaan werken. Vrouwen zijn de afgelopen vier jaar gemiddeld meer uren gaan werken, terwijl het aantal uren bij mannen juist afnam.
In de politiek en polder speelt daarom steeds nadrukkelijker de vraag hoe Nederland de welvaartsstaat in stand kan houden met een vergrijzende bevolking. Volgens Wilthagen gaat het daarbij niet alleen om de vraag hoeveel mensen werken, maar ook om de vraag waaraan hun uren worden besteed. De beschikbare arbeid is volgens hem een schaars goed waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan.
LEES OOK:
