Een accountmanager bij Pon’s Automobielhandel krijgt tijdens zijn tijdelijke dienstverband te horen dat hij vader wordt van een tweeling. Nadat hij zijn werkgever hierover heeft geïnformeerd, dient hij een voorstel in voor het opnemen van geboorte- en ouderschapsverlof.
Tijdens een gesprek over zijn verlofwensen uit zijn leidinggevende twijfels over zijn functioneren en zijn toekomst bij het bedrijf. Enige tijd later hoort de werknemer dat zijn arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd.
De werknemer vermoedt dat zijn verlofaanvraag een rol heeft gespeeld bij het besluit en stapt naar het College voor de Rechten van de Mens.
Opmerkingen over verlof
De werknemer wijst onder meer op opmerkingen van zijn leidinggevende over het aanstaande vaderschap en de gevolgen van het verlof voor de organisatie. Zo zou de leidinggevende hebben gezegd: ‘Ik ga persoonlijk heel veel last krijgen van jouw verlof.’
Volgens de werkgever hield het besluit om het contract niet te verlengen uitsluitend verband met het functioneren van de accountmanager. Er waren al eerder aandachtspunten besproken tijdens een functioneringsgesprek. De opmerkingen over het verlof waren volgens de werkgever niet bedoeld als kritiek op het gebruik van wettelijke verlofrechten.
Wat doe je als een medewerker niet goed functioneert en welke vormen van verlof zijn er? Wil je je kennis up-to-date houden? Volg deze training en leer in twee ochtenden alle ins en outs over arbeidsrecht in de dagelijkse HR-praktijk.
Het College stelt vast dat de twijfels over het functioneren en de toekomst van de werknemer nadrukkelijk naar voren kwamen nadat hij zijn aanstaande vaderschap en verlofwensen had gemeld. In combinatie met de opmerkingen over het verlof en het moment waarop het contract niet werd verlengd, ontstaat volgens het College een vermoeden van benadeling.
Werkgever kan vermoeden niet weerleggen
Wanneer een werknemer feiten aanvoert die doen vermoeden dat zijn verlofaanvraag een rol heeft gespeeld bij het beëindigen van de arbeidsrelatie, moet de werkgever aantonen dat daarvan geen sprake is.
Daarin slaagt Pon’s Automobielhandel volgens het College niet. De werkgever heeft onvoldoende onderbouwd dat er al langere tijd concrete twijfels bestonden over het functioneren van de accountmanager. Ook heeft de werkgever niet overtuigend uitgelegd waarom de opmerkingen over het vaderschap en het verlof anders moesten worden geïnterpreteerd.
Het College concludeert daarom dat de verlofwensen zijn meegewogen bij de beslissing om het tijdelijke contract niet te verlengen. Daarmee heeft de werkgever de werknemer benadeeld.
Ook verlofaanvraag is wettelijk beschermd
De Wet arbeid en zorg (Wazo) verbiedt werkgevers om werknemers te benadelen omdat zij gebruikmaken van hun recht op geboorte- of ouderschapsverlof. Die bescherming geldt niet alleen bij het daadwerkelijk opnemen van verlof, maar ook bij het aanvragen ervan.
Ook het niet verlengen van een tijdelijk contract kan onder het verbod vallen. Werkgevers moeten dus kunnen aantonen dat een besluit over contractverlenging losstaat van een verlofaanvraag.
Volgens het College is dit de eerste keer dat het oordeelt over een zaak waarin een vader stelt te zijn benadeeld vanwege het opnemen van geboorte- en ouderschapsverlof.
Bron: College voor de Rechten van de Mens, oordeel 2026-127 van 9 oktober 2026.
LEES OOK:
Je leert arbeidsovereenkomsten efficiënt opstellen, interpreteren en wijzigen. Ook krijg je inzicht in de verschillende soorten contracten, hun juridische implicaties en recente rechtspraak.
