Bij veel organisaties ontstond hybride werken noodgedwongen tijdens corona. Maar zowel Omring als Menzis maakten daarna bewust de stap naar structureel beleid.
“Wij hebben hybride werken nooit gezien als tijdelijke oplossing”, zegt Melanie Schipper van Menzis, verantwoordelijk voor onder meer facilitair management, vastgoed en mobiliteit.
“Het gaat voor ons om tijd- en plaatsonafhankelijk werken, waarbij medewerkers samen met hun team bepalen waar zij hun werk het beste kunnen doen.”
Volgens Schipper draait het daarbij niet om vaste percentages of controle. “Creatieve processen, samenwerking en informeel contact werken vaak beter op kantoor. Geconcentreerd werken kan juist prima thuis. We kijken dus vooral naar wat het werk nodig heeft.”
Bij de Noord-Hollandse zorgorganisatie Omring ontstond dezelfde ontwikkeling. Tijdens corona werd snel geïnvesteerd in digitale voorzieningen en thuiswerkplekken, maar inmiddels is hybride werken verweven geraakt met het bredere mobiliteitsbeleid.
“Wij zien hybride werken echt als onderdeel van verduurzaming”, vertelt Lisette Helder, projectmanager Vastgoed bij Omring en betrokken bij mobiliteitsprojecten. “Minder reisbewegingen betekenen minder CO2-uitstoot, maar het helpt ook om een aantrekkelijke werkgever te blijven in een arbeidsmarkt met grote personeelstekorten.”
Bewust mobiliteitsbeleid als onderdeel van hybride werken
Volgens Schipper en Helder helpt hybride werken organisaties om bewuster naar mobiliteit en duurzaamheid te kijken. “Het stimuleert organisaties om gerichte keuzes te maken rondom hybride werken, OV-gebruik en duurzame mobiliteit”, zegt Schipper.
Bij Menzis sloten deze ontwikkelingen aan op maatregelen die al eerder waren ingezet. De organisatie stimuleert medewerkers actief om vaker met het openbaar vervoer of de fiets te reizen. Medewerkers kunnen gebruikmaken van een fietsregeling en zakelijke Ov-kaarten.
Daarnaast beschikt Menzis over volledig elektrische poolauto’s voor medewerkers voor wie reizen met OV of fiets niet haalbaar is. “Die elektrische poolauto’s worden bijvoorbeeld gebruikt voor afspraken op locatie of wanneer medewerkers willen carpoolen”, aldus Schipper.
Werkgebonden Personenmobiliteit
De Rijksoverheid helpt Nederlandse werkgevers om woon-werkverkeer en zakelijke reizen slimmer en schoner in te richten. Dit gebeurt met financiële steun, subsidies en concrete adviezen. Daarnaast deelt de overheid goede voorbeelden en informatie over duurzame reismogelijkheden.
Een belangrijk initiatief hiervoor is het Informatiepunt Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Met dit platform informeert RVO werkgevers over hoe zij hun mobiliteit kunnen verduurzamen.
Zorgorganisatie Omring gebruikt de WPM-opgave als kans om bestaande regelingen verder te ontwikkelen. Omring neemt deel aan de Green Deal Duurzame Zorg en werkt met concrete duurzaamheidsdoelen. “Ons wagenpark is vrijwel volledig elektrisch”, zegt Helder. “Daarnaast bieden we leasefietsen, laadpunten en elektrische fietsen voor onze thuiszorgteams.”
Op thuiszorglocaties staan zogenoemde ‘Omringfietsen’ klaar, zodat medewerkers vanuit de locatie de wijk in kunnen fietsen. “Bij sommige locaties hebben teams meerdere elektrische fietsen beschikbaar. Medewerkers kunnen dan met de auto naar de locatie komen en vervolgens de wijk in fietsen. Dat scheelt veel autobewegingen.”
Tijdens deze masterclass leer je op welke wijze je een modern beloningsbeleid kunt vormgeven dat bijdraagt aan de employer branding strategie en employee experience binnen jouw organisatie.
De grootste uitdaging: systemen en gedrag
De implementatie van duurzamer mobiliteitsbeleid blijkt in de praktijk complexer dan alleen het aanbieden van regelingen. Vooral binnen de zorgsector lopen organisaties tegen praktische beperkingen aan. “Wij onderzoeken momenteel of we openbaar vervoer volledig kunnen vergoeden”, vertelt Helder. “Maar dat is systeemtechnisch ingewikkeld. We werken met roosters, routes in de thuiszorg en verschillende soorten reiskostenvergoedingen.”
Daarom kiest Omring voor een stapsgewijze aanpak. Eerst onderzoekt de organisatie via een proef hoeveel medewerkers daadwerkelijk gebruik zouden maken van volledig OV-vergoeding. “Pas daarna bepalen we of we het via bestaande systemen oplossen of bijvoorbeeld via een mobiliteitskaart”.
Ook het stimuleren van ander gedrag vraagt aandacht. Zo onderzoekt Omring of fietsen en lopen financieel aantrekkelijker gemaakt kunnen worden dan reizen met de auto. “Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is het best ingewikkeld”. “Binnen de thuiszorg werkt woon-werkverkeer anders dan bij kantoorfuncties. Daardoor krijg je te maken met verschillende vergoedingsstructuren.”
Bij Menzis ligt de uitdaging vooral in het behouden van verbinding en samenwerking binnen hybride teams en met de organisatie. Schipper: “100 procent thuiswerken werkt uiteindelijk niet goed. Mensen missen sociale interactie, spontane ontmoetingen en samenwerking tussen teams. Daarom investeren we bewust in een werkomgeving waar medewerkers graag naartoe komen.”

Medewerkers stimuleren zonder dwang
Opvallend is dat beide organisaties bewust terughoudend zijn met harde verplichtingen. Bij Menzis bestaat geen verplichte kantoorquote. Teams bepalen grotendeels zelf wat nodig is. “Wij geloven dat vertrouwen belangrijker is dan controle”, zegt Schipper. “Als medewerkers autonomie krijgen, maken ze vaak vanzelf verstandige keuzes. Met bezettingsdata monitoren we wel het kantoorgebruik.”
Ook bij Omring verschilt de aanpak per afdeling. Sommige teams spreken vaste ontmoetingsmomenten af, andere werken volledig flexibel. “Bij onze afdeling vastgoed spreken we meestal niet eens af waar we vergaderen”, vertelt Helder. “Soms zit de helft thuis en de andere helft op kantoor. Dat werkt prima.”
Volgens Helder helpt die flexibiliteit ook bij medewerkerstevredenheid en behoud van personeel. “In de zorg concurreren werkgevers steeds meer op arbeidsvoorwaarden en werkgeluk. Hybride werken en duurzame mobiliteit horen daar inmiddels echt bij.”
Het kantoor kreeg een nieuwe functie
Door hybride werken veranderde ook de rol van het kantoor. Bij Menzis zijn de kantoren ingericht op verschillende soorten werkzaamheden: concentratieplekken, overlegzones, belcellen en teamwerkplekken. “Het kantoor is steeds meer een ontmoetingsplek geworden”, zegt Schipper. “Gastvrijheid, keuzevrijheid en samenwerking staan centraal.”
Omring verbouwde het hoofdkantoor volledig. “We hebben het oude kantoor gestript en opnieuw ingericht”, vertelt Helder. “Vroeger had iedereen een eigen kamer of bureau. Nu werken we met flexibele werkplekken, overlegplekken en belruimtes.”
De fysieke werkomgeving ondersteunt daarmee het hybride werken én het mobiliteitsbeleid: medewerkers reizen gerichter naar kantoor en gebruiken die dagen vooral voor samenwerking en overleg.
Duurzaamheid als kans voor werkgevers
Volgens beide organisaties biedt aandacht voor duurzame mobiliteit uiteindelijk meer kansen dan beperkingen. “Het helpt organisaties om echt na te denken over mobiliteit”, zegt Schipper. “Niet alleen over woon-werkverkeer, maar ook over hoe je medewerkers ondersteunt bij duurzame keuzes.”
Helder ziet hetzelfde. “Je merkt dat mobiliteit, duurzaamheid en werkgeverschap steeds meer samenkomen. Uiteindelijk gaat het niet alleen om CO2-reductie, maar ook om hoe aantrekkelijk en toekomstbestendig je als organisatie wilt zijn.”

Financiële ondersteuning
De COVER-subsidie helpt collectieven van werkgevers in Nederland financiële ondersteuning voor activiteiten en projecten die de CO2-uitstoot blijvend verminderen. Bijvoorbeeld door elektrisch rijden, de fiets, openbaar vervoer, deelmobiliteit of thuiswerken te stimuleren, al dan niet via de arbeidsvoorwaarden.
Aanvragen van de COVER-subsidie loopt via rvo.nl/cover. Ook kunnen collectieven van werkgevers een beroep doen op de COVER-subsidie. Die geeft financiële ondersteuning voor activiteiten en projecten om de CO2-uitstoot blijvend te verminderen.
Benieuwd naar de mogelijkheden voor uw bedrijf? Start met verduurzamen werkgebonden personenmobiliteit | RVO.nl
LEES OOK:

