Logo
  • Blog
  • 30 oktober 2017

Schadelastbeheersing, een besmette term?

Bij schadelastbeheersing denken we eigenlijk direct aan verzekeraars die proberen zo weinig mogelijk uit te keren. En feitelijk klopt dat ook. Maar is dat zo erg?

Uiteindelijk wordt de premie die de klant moet betalen vooral bepaald door de hoogte van de schade-uitkeringen. Schadelastbeheersing door verzekeraars zorgt ervoor dat wij als klanten niet teveel premie betalen en is dus in ons eigen belang.
Veel belangrijker vind ik de vraag hoe de verzekeraars aan schadelastbeheersing doen. Vaak gebeurt dat vooral op collectieve wijze. Dat wil zeggen: proces gestuurd, gebruikmakend van waarnemingen uit het verleden en op gelijke wijze voor een hele productgroep.
Dat kan een goede aanpak zijn, denk bijvoorbeeld maar eens aan de strengere aanpak van schadeclaims op reisverzekeringen. Daarbij leiden bepaalde indicatoren – zoals leeftijd, eerdere schadeclaims en bepaalde gestolen attributen zoals dure zonnebrillen et cetera. – tot een nadere beoordeling van de betreffende claim. Maar helaas kom ik deze collectieve, proces gestuurde benadering ook steeds vaker tegen bij claims in het kader van verzuim, arbeidsongeschiktheid en re-integratie.
Daarop wil ik graag nader ingaan, want volgens mij valt daar nog wel iets te verbeteren. Ik kijk daarvoor terug naar het verleden, omdat we daar in dit geval echt iets uit kunnen leren.

Individuele claimbehandeling

Jarenlang heb ik met veel plezier gewerkt bij één van de grootste AOV-verzekeraars in Nederland. Onze klantenkring bestond dus uit ondernemers, vooral werkzaam binnen het MKB. Deze verzekeringen werden gesloten via professionele tussenpersonen, die feitelijk evengoed onze klanten waren.
In mijn tijd deden we daarbij aan individuele claimbehandeling, waarbij de arbeidsongeschikte ondernemer centraal stond. Hij/zij moest – zo snel als medisch verantwoord was – weer terug in het arbeidsproces. Dat was van belang voor ons als verzekeraar, want dat betekende minder uitkering. Maar het was vooral van belang voor de ondernemer die niet langer dan noodzakelijk uit zijn bedrijf is.
Daarbij waren wij als verzekeraar ook regelmatig bereid om te investeren in aanpassingen aan het bedrijf of de beroepswerkzaamheden.
Zo bevorderden we een hogere mate van arbeidsgeschiktheid en maakten we de ondernemer duurzamer inzetbaar in zijn bedrijf en verkleinden de kans op toekomstige uitval.

Voorbeelden individuele behandeling van schadelastbeheersing:

  1. Een jonge, kansrijke ondernemer liep als gevolg van een ongeval een hoge dwarslaesie op. Met behulp van de verzekeraar werden zijn bedrijf en woning aangepast, waardoor hij zijn werk grotendeels weer kon doen. Uiteindelijk is hij een uiterst succesvolle ondernemer geworden.
  2. Een zelfstandig werkende eigenaar van een timmerbedrijf verloor door een bedrijfsongeval een aantal vingers van zijn dominante hand. Met behulp van de verzekeraar is hij omgeschoold tot metselaar/tegelzetter en is daarin alweer een aantal jaren werkzaam.
  3. Een markthandelaar in textiel staakt zijn werk regelmatig vanwege ernstige rugklachten. Vooral het inrichten en afbreken van de marktkraam gaf problemen. Op advies van de Arbeidsdeskundige van de verzekeraar en met medefinanciering door de verzekeraar is er een mobiele verkoopwagen aangeschaft. Het inrichten van de marktkraam is voortaan dus niet meer nodig.
  4. De trekker van een agrariër die met camera’s wordt ingericht omdat hij vanwege rug- en nekproblemen niet meer schuin zittend naar achteren kan kijken.
  5. Een systeem van schaartafels waardoor een ondernemer op verschillende plekken in zijn ‘productieproces’ zowel zittend als staand op een goede manier kan werken zodat de rugklachten worden ondervangen.
  6. Bedrijfsmatig en organisatorisch meekijken en de taakverdeling aanpassen waardoor er een andere werkverdeling ontstaat die de continuïteit van het bedrijf waarborgt en de ondernemer mogelijkheden biedt om in andere, minder belastende, werkzaamheden te functioneren.

Zo ken ik talloze voorbeelden van individueel gerichte ondersteuning door de verzekeraar. Daarbij werd nauw samengewerkt tussen de verzekeringsarts, de Arbeidsdeskundige en de claimbehandelaar. Een gouden driehoek, die naar ik begrijp bij sommige verzekeraars nog steeds bestaat.
Deze aanpak gaat veel verder dan het beperken van de schadeclaim. Dit gaat vooral over ondersteuning van de arbeidsongeschikte klant, over duurzame inzetbaarheid en over het durven investeren om toekomstige uitval tegen te gaan. Want uiteindelijk gaat “de kost altijd voor de baat uit”.

Individuele behandeling ook toepassen bij zieke werknemers

Ik roep individuele AOV-verzekeraars op om de individuele aanpak vooral te doen of te blijven doen. Naar mijn mening kunnen we van deze werkwijze ook iets leren bij de aanpak van zieke werknemers, met name in de eerste twee ziektejaren. Juist in deze cruciale jaren is de aanpak naar mijn mening veel te procesmatig, veel te collectief en te weinig gericht op die individuele werknemer met problemen.
Kijk maar eens naar de Wet verbetering poortwachter, deze staat bol van de processtappen waardoor sommige zieke werknemers heel ordelijk – maar volstrekt onnodig – in de WIA terechtkomen, met alle gevolgen van dien. Waarom wordt er bijvoorbeeld niet veel eerder een Arbeidsdeskundige ingeschakeld?
Bij individuele AOV lieten we bij dreigend langdurige arbeidsongeschiktheid de ondernemer al binnen drie maanden bezoeken door een Arbeidsdeskundige.

Samenwerken in een ‘gouden driehoek’

Ik pleit ook voor een veel nauwere samenwerking tussen Bedrijfsarts, Casemanager en Arbeidsdeskundige: de eerder genoemde 'gouden driehoek'. Dit kan ook goed werken bij de aanpak van zieke werknemers. Het kenmerk van een driehoek is vooral dat alle zijden even sterk zijn, anders zakt de driehoek in elkaar:

  1. De claimbehandelaar is bij AOV vaak de coördinator van het proces en het eerste aanspreekpunt voor de klant.
  2. Een goede Casemanager heeft die rol in het kader van de Wet verbetering Poortwachter. Niet als verlengde arm van de bedrijfsarts maar als zelfstandig werkende professional met een eigen verantwoordelijkheid.
  3. De Arbeidsdeskundige wordt waar nodig in het proces betrokken en dan bedoel ik niet de veronderstelde procesmatige noodzaak van de 1e jaars evaluatie, maar de noodzaak vanwege de complexiteit van de terugkeer in het arbeidsproces. En die complexiteit kan veel eerder dan na een jaar duidelijk worden.

Ook hier geldt weer dat door een dergelijke werkwijze aan schadelastbeheersing wordt gedaan. Gericht op het voorkomen van onnodige en te langdurige uitkering, maar vooral gericht op duurzame terugkeer van de werknemer in het arbeidsproces. En uiteindelijk gaat het daar toch om.

Producttips

Volg HR Praktijk

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste HR-nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.