Logo
  • Opinie
  • 14 juli 2016

Billijke vergoeding bij (ongeldig) ontslag op staande voet

Het katoenen jubileum van de Wwz is een feit. De vraag is of de Wwz na één jaar reden is voor een feestje. De billijke vergoeding is één van die onderdelen die de feestvreugde voor ondernemers kan bederven. In deze bijdrage aandacht voor de (hoogte van de) billijke vergoeding die de werkgever moet betalen bij een ongeldig ontslag op staande voet.

Vergoedingen bij ongeldig ontslag

Ontslag op staande voet is snel gegeven maar de ervaring (met de Wwz) leert dat de kwestie met de werknemer daarmee allerminst klaar is. De werknemer die terug wil naar het werk, kiest voor een procedure tot vernietiging van het ontslag op staande voet en een loonvordering. De werknemer heeft echter een alternatief: hij legt zich neer bij het einde van de arbeidsovereenkomst en vraagt een billijke vergoeding, plus transitievergoeding, plus vergoeding van de niet door de werkgever in acht genomen opzegtermijn. De enkele vaststelling door de rechter dát het ontslag op staande voet ongeldig is, verplicht de werkgever al een billijke vergoeding te betalen.

Billijke vergoeding als straf

Hoe hoog wordt dan die billijke vergoeding? De rechtspraak met betrekking tot de diverse soorten billijke vergoeding schiet alle kanten op: van € 500,- bruto tot € 90.000,- bruto. Bij de billijke vergoeding wegens een ongeldig ontslag op staande voet zijn er twee lijnen te ontdekken.
In de eerste plaats de billijke vergoeding als ‘punitive damages’. De werkgever wordt in die gedachte gestraft voor een lichtvaardig gegeven ontslag op staande voet, zodat wordt voorkomen dat de werkgever zich nog een keer zo gedraagt. Althans, in de ogen van bijvoorbeeld Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 maart 2016. Uiteindelijk was de hoogte van de billijke vergoeding wel vrij beperkt: € 4.000,- bruto. In deze lijn past ook de uitspraak van Kantonrechter Tilburg van 13 juli 2016, die kwam tot een vergoeding van € 30.000,- bruto.

Billijke vergoeding gelijk aan economische waarde contract

In de andere lijn kijken rechters naar de ‘economische waarde’ van de (resterende) arbeidsovereenkomst als het ongeldige ontslag op staande voet niet had plaatsvonden. Als er een andere ontslag-/ontbindingsreden zou zijn geweest, schat de rechter in hoe lang het zou hebben geduurd tot dat op die grond wel een geldig einde van de arbeidsovereenkomst zou zijn bereikt. Of als de werknemer een tijdelijk contract had, of nog een beperkte tijd had te gaan tot de AOW-gerechtigde leeftijd, dan stelt de rechter de ‘economische waarde’ op het loon tot de vaste einddatum. Zo kwam de Kantonrechter Amsterdam op 17 maart 2016 in deze variant tot een billijke vergoeding van € 5.000,- bruto en de Kantonrechter Zwolle op 1 april 2016 tot een bedrag van € 6.700,- bruto.

Keuze voor alternatief

De bedragen lijken in het algemeen beperkt. Hierbij moet wel worden bedacht dat de werkgever daarnaast een transitievergoeding moet betalen (omdat de werknemer zich niet ‘ernstig verwijtbaar’ had gedragen). Het is daarom verstandig om een ontslag op staande voet vóóraf zorgvuldig af te wegen, en bij twijfel te kiezen voor een ontbinding wegens (ernstig) verwijtbaar handelen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 216, ECLI:NL:GHARL:2016:2601
Ktr Amsterdam 17 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1690
Ktr Zwolle 1 april 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:1205
Ktr Tilburg 13 juli 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:4337

Producttips

Volg HR Praktijk

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste HR-nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.