Deze cases zijn interessant met oog op nieuwe Europese wetgeving. Die verbiedt vanaf 2027 onverklaarbare loonverschillen. Werkgevers moeten open zijn over salarissen en beloningsstructuren. In Nederland is daarvoor een Wet loontransparantie in de maak.
Stichting Bureau Clara Wichmann vroeg het College om te beoordelen of de Staat (hier: de minister van Justitie, de Raad voor de Rechtspraak en twee rechtbanken) vrouwelijke rechters discrimineert met het ‘laatstverdiend salaris’-criterium.
Dit wordt sinds 1994 gehanteerd bij het inschalen en belonen van rechters en is gebaseerd op het salaris dat iemand verdiende vóór de overstap naar de rechterlijke macht.
Lager laatstverdiend salaris
Clara Wichmann stelt dat dit inschalings- en bezoldigingsbeleid vrouwen discrimineert, omdat vrouwen gemiddeld een lager laatstverdiend salaris hebben.
De Staat vindt het inschalingsbeleid juist ‘deugdelijk, transparant en in overeenstemming met sociale partners is gevormd’. Als er verschillen zijn, zijn die volgens de Staat gerechtvaardigd.
Het College van de Rechten van de Mens beoordeelde de inschalings- en beloningssystematiek over de periode van 1994 tot en met 1 juli 2023, de periode waarin het criterium ‘laatstverdiend salaris’ wordt toegepast. Er zijn twee momenten waarop rechterlijke ambtenaren worden ingeschaald: bij benoeming tot rechter in opleiding en bij benoeming tot rechter. Het College beoordeelde deze twee momenten apart. Oordelen | College voor de Rechten van de Mens
Discriminatie van rechters in opleiding
Het ‘laatstverdiend salaris’-criterium biedt volgens het College onvoldoende ruimte voor de waardering van relevante ervaring en zegt weinig over de waarde van de arbeid in de nieuwe functie.
Zo zal een jurist met vijftien jaar werkervaring in de sociale advocatuur een laag laatstverdiend salaris hebben in vergelijking met een jurist uit de commerciële advocatuur met zes jaar werkervaring. Het hanteren van dit criterium leidt volgens het College ‘gemakkelijk tot ongerechtvaardigde beloningsverschillen’.
LEES OOK: Sollicitanten vragen naar hun salaris? Dat mag binnenkort niet meer!
Gemiddeld 3,5 procent verschil
Uit een onderzoeksrapport van Erasmus Q-intelligence (Onderzoek Beloningsverschillen) blijkt dat bij rechters in opleiding daadwerkelijk beloningsverschillen zijn tussen mannen en vrouwen.
Onder de groep rechters die is gestart met de opleiding is een statistisch significant beloningsverschil van gemiddeld 3,5 procent gevonden in het voordeel van mannen. Naarmate de leeftijdscategorieën oplopen, wordt dat verschil in het voordeel van de man groter. Daarom oordeelt het College dat er ‘een vermoeden is van indirect onderscheid op grond van geslacht’.
“Indirect onderscheid is verboden, tenzij er een goede reden voor bestaat. Daarvoor moet het doel eerlijk en verdedigbaar zijn, en moet het middel dat wordt ingezet passend en noodzakelijk zijn.”
De Staat voert aan dat het beleid als doel had om een te grote inkomensachteruitgang te voorkomen voor personen die overstappen naar de rechterlijke macht en om voldoende gekwalificeerde en geschikte personen aan te trekken. Deze doelen zijn volgens het College legitiem.
Actuele jurisprudentie zorgt ervoor dat de interpretatie en toepassing van regels rondom ontslag, ontslagvergoedingen, het inhuren van zzp’ers en zieke medewerkers voortdurend veranderen. Deze live online masterclass brengt je in twee ochtenden weer helemaal up-to-date.
Andere maatregelen mogelijk
Het College vindt ook dat het hanteren van het laatstverdiend salaris een geschikt middel is om gekwalificeerde en geschikte kandidaten aan te trekken, maar pas noodzakelijk ‘als het doel niet met andere, minder onderscheid makende middelen kan worden bereikt’.
Volgens het College had de Staat wel degelijk minder onderscheid makende maatregelen kunnen inzetten. Zoals een algemene verhoging van salarissen, beter inspelen op arbeidsmarktomstandigheden door de capaciteitsbehoefte inzichtelijk te maken, en/of een tijdelijke toeslag in periode van grote tekorten toe te passen. De Staat heeft het gemaakte onderscheid daarom niet gerechtvaardigd en discrimineerde vrouwelijke rechters in opleiding bij de beloning, zo oordeelt het College.
Geen statistisch significant beloningsverschil
Volgens de Staat worden eventuele beloningsverschillen bij de benoeming tot rechter rechtgetrokken. Dat zou ook blijken uit het onderzoeksrapport. Bureau Clara Wichmann wijst er echter op dat uit het onderzoeksrapport blijkt dat er wel een klein loonverschil is na benoeming tot rechter.
Het College oordeelt uiteindelijk dat Bureau Clara Wichmann er niet in slaagt om genoeg feiten aan te voeren voor een vermoeden van discriminatie. Uit het onderzoeksrapport blijkt namelijk dat bij benoeming tot rechter geen statistisch significant beloningsverschil bestaat.
Drie individuele zaken
Naast deze collectieve zaak heeft het College drie individuele zaken afzonderlijk beoordeeld. Deze zaken gaan niet over het beloningssysteem van de overheid, maar over de vraag of in individuele gevallen sprake was van ongelijke beloning tussen een vrouwelijke en mannelijke collega.
Door ‘maatmanbeoordeling’ keek het College naar de beloning van een collega met een ander geslacht die arbeid van (nagenoeg) gelijke waarde verricht. “Als deze persoon anders wordt beloond, moet dit worden uitgelegd aan de hand van objectieve criteria, zoals kennis en ervaring. Als deze criteria het verschil niet kunnen verklaren, is er sprake van discriminatie op grond van geslacht”, aldus het College.
LEES OOK: Salaristaboe doorbroken: hoe rechtspraak en wetgeving ongelijkheid aanpakken
Bijna € 2000 meer dan vrouwelijke collega
In alle drie de gevallen heeft het College vastgesteld dat er maatmannen zijn met een hoger loon zonder goede reden. Dit komt volgens het College omdat de overheid bij het inschalen van kandidaten rekening heeft gehouden met het laatstverdiende salaris van de kandidaat.
De maatstaf ‘laatstverdiende salaris’ sluit onvoldoende aan bij de waardering van relevante werkervaring en kan geen geldige reden zijn voor beloningsverschillen bij werk van (nagenoeg) gelijke waarde
Daarnaast is bij sommige maatmannen gebruik gemaakt van een uitzondering op de standaardregels bij het inschalen. Zo ontving in een van de gevallen de mannelijke collega maandelijks bruto € 1.914,65 meer dan de vrouwelijke collega voor gelijkwaardig werk, terwijl zij nagenoeg dezelfde werkervaring hadden.
De maatstaf ‘laatstverdiende salaris’ sluit volgens het College onvoldoende aan bij de waardering van relevante werkervaring en kan geen geldige reden zijn voor beloningsverschillen wanneer mensen werk van (nagenoeg) gelijke waarde verrichten.
Het College oordeelt dan ook dat de Staat de vrouwelijke rechters in de individuele zaken heeft gediscrimineerd op grond van geslacht door hun lager te belonen dan de maatmannen.
Wat doe je als een medewerker niet goed functioneert en welke vormen van verlof zijn er? Wil je je kennis up-to-date houden? Volg deze training en leer in twee ochtenden alle ins en outs over arbeidsrecht in de dagelijkse HR-praktijk.
Financiële compensatie
Het College vindt dus dat de Staat vrouwelijke rechters in opleiding heeft gediscrimineerd en in drie individuele gevallen de vrouwelijke rechters minder heeft beloond dan hun mannelijke collega’s voor gelijkwaardig werk. Omdat deze oordelen niet juridisch bindend zijn, kan het College de Staat niet verplichten om de vrouwelijke rechters te compenseren.
De Staat heeft in juli 2024 een akkoord bereikt over een nieuw inschalings- en beloningsbeleid. Het nieuwe beleid wordt met terugwerkende kracht toegepast vanaf 1 juli 2023. Er wordt binnen de rechtelijke macht dus niet meer gevraagd naar het laatstverdiende loon. Het is volgens het College nu aan de Nederlandse overheid om te kijken naar de mogelijkheden om de betrokken rechters financieel te compenseren.
LEES OOK: De loonkloof: reken zelf uit hoe (on)gelijk het bij jullie is


