Logo
  • Opinie
  • 29 september 2022

Advies AG aan Hoge Raad: arbeidsovereenkomst van uitzendkracht mag niet eindigen vanwege ziekte of arbeidsongeval

De bepaling in uitzend-cao’s over onmiddellijke beëindiging van de uitzendovereenkomst bij ziekte of een arbeidsongeval van de uitzendkracht is niet rechtsgeldig. Dat adviseert Advocaat Generaal De Bock de Hoge Raad.

Het uitzendbeding is een bepaling die vaak gebruikt wordt in arbeidsovereenkomsten tussen uitzendkrachten en uitzendbureaus. Hierin staat dat in geval van ziekte of ongeval van de uitzendkracht, de terbeschikkingstelling geacht wordt met onmiddellijke ingang te zijn beëindigd op verzoek van de inlener. Door deze bepaling eindigt bij ziekmelding van de uitzendkracht de arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau per direct. Beide uitzend-cao’s (NBBU-cao en ABU-cao) bevatten een dergelijke bepaling.

In strijd met de wet

Volgens Hof Den Haag kan een arbeidsovereenkomst tijdens ziekte niet worden opgezegd. Tot de invoering van de WWZ bood de wet nog de mogelijkheid om hiervan bij cao af te wijken. Nu kan dat echter niet meer. Vanaf 1 juli 2015 is het uitzendbeding bij ziekte of arbeidsongeschiktheid dan ook in strijd met de wet, zo oordeelde het Hof.

Geen opzegging maar beëindiging van rechtswege

De AG is het met het uitzendbureau eens dat het uitzendbeding niet tot strekking heeft om af te wijken van het opzegverbod tijdens ziekte, omdat geen sprake is van opzegging van de arbeidsovereenkomst maar van beëindiging van rechtswege. In zoverre is het schrappen van de mogelijkheid om bij cao af te wijken van het opzegverbod tijdens ziekte niet relevant en vindt de AG de redenering van het Hof niet steekhoudend.

Toch niet geldig om twee redenen

Toch is volgens de AG het uitzendbeding bij ziekte niet geldig. Ten eerste is de in het beding opgenomen fictie dat de inlener bij ziekmelding geacht wordt een beëindigingsverzoek te hebben gedaan, in strijd met de wet. De wettelijke bepaling (art. 7:691 lid 2 BW) vereist namelijk dat de inlener een verzoek doet tot beëindiging van de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht.

Ten tweede is de gekozen constructie – ziekmelding door de uitzendkracht fungeert als ontbindende voorwaarde van de arbeidsovereenkomst tussen uitzendkracht en uitzendbureau en door vervulling van de ontbindende voorwaarde eindigt de arbeidsovereenkomst van rechtswege – niet toegestaan. Deze ontbindende voorwaarde doorkruist het wettelijk ontslagstelsel. Dat de uitzendkracht bij ziekmelding direct op straat komt te staan, is in strijd met de rechtsbescherming die het wettelijke ontslagstelsel de zieke werknemer biedt. Het opnemen van een dergelijke ontbindende voorwaarde in de uitzendovereenkomst is volgens de AG niet toegestaan.

De uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 17 maart 2023.

Via: hogeraad.nl ©️

Producttips

Volg HR Praktijk

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste HR-nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.