Logo
  • Opinie
  • 3 juli 2015

Nieuwe ontslagrecht zorgt voor grote ongelijkheid op de arbeidsmarkt

Begin deze maand is het tweede deel van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in werking getreden. Het doel is om het ontslag sneller, goedkoper en eerlijker te maken, maar de wet zorgt juist voor grote financiële ongelijkheid op de arbeidsmarkt.

De transitievergoeding heeft alle huidige vergoedingen vervangen, waaronder de kantonrechtersformule. Een werknemer heeft recht op een transitievergoeding als hij langer dan twee jaar in dienst is en de arbeidsovereenkomst, anders dan door een ontslag op staande voet, op initiatief van de werkgever eindigt. Bij besluit van 23 april 2015 heeft de minister een overgangsregeling ingevoerd. Deze regeling bepaalt dat in beginsel geen transitievergoeding verschuldigd is als de werknemer aanspraak maakt op een collectieve regeling, zoals bijvoorbeeld wachtgeld (waaronder wij tevens bovenwettelijke uitkeringen verstaan). Hierdoor ontstaan grote verschillen tussen werknemers die onder een wachtgeldregeling vallen en werknemers die aanspraak maken op een transitievergoeding.

In de praktijk

Een voorbeeld. Jan werkt in het beroepsonderwijs, is vijftig jaar oud en verdient € 3.000,- bruto per maand. Hij werkt tien jaar bij zijn werkgever. De kans dat Jan bij ontslag snel een nieuwe baan vindt, is gering. Jan maakt bij ontslag aanspraak op wachtgeld met een gekapitaliseerde waarde van circa €115.000 bruto.

Frank werkt in de bouw, is eveneens vijftig jaar oud, verdient ook € 3.000 bruto per maand en werkt net als Jan al tien jaar bij zijn werkgever. Net als Jan zal Frank bij ontslag niet snel een nieuwe baan vinden. In tegenstelling tot Jan maakt Frank bij ontslag slechts aanspraak op een transitievergoeding van €10.000 bruto. Indien Frank werkt bij een kleine werkgever met minder dan vijfentwintig werknemers en het bouwbedrijf maakt verlies, dan is de transitievergoeding zelfs slechts € 1.500 bruto.

De wachtgeldregeling van Jan voorziet hem gedurende 78 maanden van inkomen, ook als hij geen aanspraak meer maakt op een WW-uitkering. Frank is aangewezen op een WW-uitkering en een transitievergoeding van € 10.000 bruto en mogelijk zelfs slechts € 1.500 bruto. Er ontstaat dan ook een groot verschil in de wijze waarop de negatieve gevolgen bij ontslag worden opgevangen voor werknemers die onder een wachtgeldregeling vallen en voor werknemers die slechts aanspraak maken op een transitievergoeding. Daar komt nog bij dat de duur van de WW per 1 januari 2016 getrapt wordt teruggebracht naar 24 maanden. Daardoor daalt het sociale vangnet (de WW) voor de werknemer met een transitievergoeding. De verschillen worden de komende jaren dus alleen maar groter.

Tweedeling op de markt

De Nederlandse beroepsbevolking bestaat uit circa 7,4 miljoen mensen. Bijna de helft daarvan (ruim 3 miljoen mensen) maakt na ontslag aanspraak op wachtgeld. Denk aan de publieke en semipublieke sector (rijks- en gemeenteambtenaren, ziekenhuispersoneel, onderwijzers, etc.) maar ook aan de private sector (bijvoorbeeld werknemers in de grafische sector). Wachtgeldaanspraken worden relatief snel opgebouwd en vertegenwoordigen vaak een grote waarde. Daar staat tegenover dat de transitievergoeding gemiddeld slechts 35 procent van de huidige vergoeding op basis van de kantonrechtersformule bedraagt. Werknemers in bepaalde sectoren zijn dus vele malen beter af dan werknemers in andere sectoren.

Niet de minister, maar werkgevers- en werknemersorganisaties bepalen voor een groot gedeelte of de doelstellingen van de WWZ worden behaald. Zolang de sociale partners vast blijven houden aan riante wachtgeldaanspraken zal het nieuwe ontslagrecht niet eerlijker worden.

Dit artikel is geschreven door Mark Keuss en Jordi Rosendahl, advocaat-partner en advocaat bij Lexence.

Producttips

Volg HR Praktijk

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste HR-nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.