Logo
  • Opinie
  • 28 mei 2015

Eerste WWZ-uitspraken: aanzegplicht leidt tot discussie

Over een aantal zaken aangaande de aanzegplicht bestaat bij velen nog enige onduidelijkheid. De feiten en fabels op een rij en enkele eerste uitspraken.

Sinds 1 januari 2015 geldt op grond van het nieuwe artikel 7:668 BW een aanzegplicht. Deze aanzegplicht houdt in dat een werkgever verplicht is om zijn werknemer uiterlijk één maand voor afloop van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (met een duur van zes maanden of langer) schriftelijk te laten weten (1) of de arbeidsovereenkomst wordt voortgezet, en (2) zo ja, onder welke voorwaarden. Komt de werkgever deze verplichting niet na, dan is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd ter hoogte van een maandsalaris. Is de werkgever te laat met de aanzegging, dan is er een pro rato vergoeding verschuldigd (dus is de werkgever twee weken te laat met de aanzegging, dan is hij een vergoeding ter hoogte van het salaris over twee weken verschuldigd).

Feiten en Fabels

Over een aantal zaken aangaande de aanzegplicht bestaat bij velen nog enige onduidelijkheid. De belangrijkste feiten en fabels zijn de volgende:

Einde van rechtswege

Het niet voldoen aan de aanzegplicht doet aan het einde van rechtswege van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet af. Anders gezegd, indien niet wordt aangezegd is weliswaar een vergoeding ter hoogte van een maandsalaris verschuldigd, maar doet dat niet af aan het feit dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt op de overeengekomen einddatum.

Aanzegging bij aangaan van arbeidsovereenkomst

Aangenomen wordt dat het mogelijk is om reeds bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd te voldoen aan de aanzegplicht. Dit is echter niet risicoloos. Indien de werkgever bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst heeft aangegeven deze niet te zullen voortzetten maar daarover van gedachten verandert, loopt hij (i) het feitelijke risico dat de werknemer na afloop van de arbeidsovereenkomst niet meer beschikbaar is nu hij geen rekening heeft gehouden met een voortzetting en (ii) een juridisch risico doordat er in dit geval sprake is van een onjuiste aanzegging.

Termijn waarbinnen werknemer vergoeding kan verzoeken

De werknemer dient – indien de werkgever niet tot betaling overgaat – binnen twee maanden na de einddatum van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een procedure te starten ter verkrijging van de vergoeding. Daarna vervalt dit recht en kan de werknemer geen aanspraak meer maken op de vergoeding.

Voortzetting arbeidsovereenkomst doet niet af aan recht op vergoeding

Ook in het geval dat er niet wordt aangezegd maar de arbeidsovereenkomst wel wordt voortgezet, kan de werknemer aanspraak maken op de vergoeding van een maandsalaris.
De werknemer kan dan binnen twee maanden na afloop van de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (en aldus tijdens de looptijd van de opvolgende arbeidsovereenkomst) de vergoeding vorderen.

Overgangsrecht

De aanzegplicht geldt per 1 januari 2015. Op grond van het overgangsrecht is de aanzegplicht niet van toepassing op arbeidsovereenkomsten die eindigen binnen één maand na de inwerkingtreding (1 januari 2015). Dit betekent concreet dat alle werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een einddatum op of na 1 februari 2015 tijdig dien(d)en te worden aangezegd.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Volg nu e-learning cursussen over de WWZ

Leren in uw eigen tempo, gericht uw kennis over HR-onderwerpen uitbreiden, op de plaats waar u dat wilt? Of u nu achter uw bureau zit, onderweg bent of thuis op de bank. U heeft altijd toegang tot de e-learning cursussen van HR Academy. Volg nu een van deze cursussen:
- Aan de slag met het nieuwe ontslagrecht
- Aan de slag met arbeidscontracten en de nieuwe wetgeving
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

De eerste uitspraken over de aanzegplicht

Inmiddels zijn de eerste twee ‘WWZ-uitspraken’ verschenen. Deze uitspraken gaan beiden over de aanzegplicht.

Kantonrechter Leeuwarden

Een kapster trad in dienst bij haar werkgever op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een looptijd van 1 maart 2014 tot 1 maart 2015. Omdat de kapsalon per 15 oktober 2014 werd overgenomen door een nieuwe eigenaar, zegde de kapster haar arbeidsovereenkomst op en sloot zij met de nieuwe werkgever een nieuwe arbeidsovereenkomst met een looptijd van 15 oktober 2014 tot 1 maart 2015. Deze overeenkomst werd na 1 maart 2015 niet voortgezet. De kapster maakte daarop aanspraak op een vergoeding ter hoogte van een maandsalaris, nu de werkgever volgens haar niet aan de aanzegplicht had voldaan.
De kantonrechter stelde allereerst vast dat er sprake was van een overgang van onderneming, zodat alle rechten en plichten per 15 oktober 2014 van de oude op de nieuwe werkgever waren overgegaan (en er aldus, ondanks het formeel sluiten van een nieuwe arbeidsovereenkomst, sprake was van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar). Nu de nieuwe werkgever het niet voldoen aan de aanzegplicht niet had betwist, werd hij veroordeeld tot betaling van een maandsalaris.

Kantonrechter Den Haag

Een werknemer was in dienst bij een uitzendbureau op grond van een ‘Detacheringsovereenkomst Fase B’. Ten aanzien van de duur van deze overeenkomst was opgenomen dat deze liep van 29 juni 2014 tot en met 31 januari 2015, zodat de overeenkomst op 1 februari 2015 van rechtswege zou eindigen.
Na het einde van de detacheringsovereenkomst maakt de werknemer aanspraak op de vergoeding ter hoogte van één maandsalaris, nu het uitzendbureau niet aan de aanzegplicht had voldaan. Hij kreeg echter nul op het rekest. De kantonrechter oordeelde namelijk dat de aanzegplicht hier niet van toepassing was. Op grond van het overgangsrecht geldt de aanzegplicht voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die eindigen op of na 1 februari 2015. Nu de laatste werkdag in casu was gelegen op 31 januari 2015, rustte op het uitzendbureau geen aanzegplicht en kon de werknemer geen aanspraak maken op een vergoeding.

Tot slot

Het lijkt erop dat de nieuwe aanzegplicht nog even wennen is. Wij raden aan om automatische reminders in te bouwen in outlook, uw personeelsadministratie of andere systemen zodat u een tijdige aanzegging niet kan worden vergeten.

 

Producttips

Volg HR Praktijk

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste HR-nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.