Dat staat in een wetsvoorstel dat minister Aartsen van Werk en Participatie en minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aanbieden aan de Raad van State.
Daarnaast wordt wettelijk geregeld dat mensen het voorschot dat ze krijgen in afwachting van een WIA-beoordeling niet hoeven terug te betalen. De maatregelen moeten onder meer helpen om de achterstanden bij het beoordelen van mensen die in aanmerking komen voor een WIA-uitkering terug te dringen.
RIV-toets
Als iemand ziek wordt, is de werkgever verplicht twee jaar lang het loon door te betalen en de werknemer te helpen weer aan het werk te gaan. Na die twee jaar ziekte mag de werknemer onder voorwaarden ontslagen worden en kan deze een arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvragen.
Met de RIV-toets (re-integratieverslagtoets) beoordeelt UWV of werkgever en werknemer voldoende gedaan hebben om de werknemer weer aan het werk te krijgen. Als dat niet het geval is, kan de werkgever verplicht worden nog maximaal een jaar langer het loon door te betalen om de gemiste re-integratiekansen te herstellen.
LEES OOK:
- Werkgever hield geen vinger aan de pols gedurende re-integratietraject – krijgt loonsanctie opgelegd. Terecht?
- Re-integratiedossier: checklist
In de nieuwe situatie wordt het advies van de bedrijfsarts leidend bij deze toets. Dit biedt werkgevers meer zekerheid bij de verplichtingen rond loondoorbetaling bij ziekte. Werkgevers weten zo namelijk dat ze voldoende hebben gedaan als ze invulling geven aan het advies van de bedrijfsarts. Ook scheelt het de verzekeringsartsen van UWV werk, waardoor zij meer tijd overhouden voor het beoordelen van de aanvragen voor een uitkering aldus de ministerraad.
Kwijtschelding voorschotten
Als iemand twee jaar ziek is, kan bij UWV een WIA-uitkering worden aangevraagd. Er zijn lange wachttijden bij deze beoordeling. Hierdoor zitten mensen soms lang in onzekerheid over hun inkomen. De (ex-)werknemer kan dan een voorschot op de uitkering krijgen.
Wanneer na de beoordeling blijkt dat degene geen of een lager recht heeft op een WIA-uitkering, hoeft het voorschot niet te worden terugbetaald. Dit is een tijdelijke maatregel die ervoor zorgt dat mensen later niet geconfronteerd worden met forse terugvorderingen als gevolg van de lange wachttijden. Het kabinet heeft besloten om dit beleid in de wet vast te leggen.
Ook verandert de manier waarop WIA-voorschotten worden gefinancierd. Eerst worden ze betaald uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds. Nadat is beoordeeld of iemand recht heeft op de uitkering, worden de kosten op de juiste plek geboekt. Als een voorschot wordt kwijtgescholden, blijft dat ten laste komen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Wajong
Het wetsvoorstel bevat daarnaast enkele beperkte wijzigingen en verduidelijking van de Wajong, de uitkering voor jonggehandicapten. Mensen met een Wajong-uitkering die onafgebroken vijf jaar hebben gewerkt en voldoende inkomen verdienen, houden het recht op een uitkering als zij werken in een beschutte werkplek, met loondispensatie, loonkostensubsidie of interne jobcoach.
UWV voert deze maatregel op verzoek van het kabinet al uit sinds 1 januari 2026. Verder vervalt het garantiebedrag als de Wajong-uitkering langer dan 12 maanden is beëindigd. Het wetsvoorstel wordt nu aangeboden aan de Raad van State voor advies.
LEES OOK: Arbobalans: kosten loondoorbetaling nemen toe en zzp’ers gezonder
Huidige situatie (tot 2028)
Op dit moment is de beoordeling van de re-integratie-inspanningen door het UWV gebaseerd op de Wet Verbetering Poortwachter. Hierbij kijkt UWV naar de re-integratie-inspanningen van de werkgever en werknemer, maar is het advies van de bedrijfsarts niet altijd leidend. Het UWV kan op basis van de beoordeling van de verzekeringsarts een andere conclusie trekken dan de bedrijfsarts, wat kan leiden tot een loonsanctie.
Toekomstige wijziging (per 2028 – wetsvoorstel)
Per 2028 wordt het advies van de bedrijfsarts leidend bij de toets van de re-integratie-inspanningen door UWV. Dit betekent dat de verzekeringsarts geen inhoudelijke toetsing meer zal doen van het medisch advies van de bedrijfsarts. Het bedrijfsartsadvies wordt het primaire uitgangspunt voor de beoordeling van de re-integratie-inspanningen. Afwijkingen van dit advies moeten goed worden gemotiveerd en gedocumenteerd.
Wat betekent dit voor de praktijk?
Hoewel het wetsvoorstel de verwachting heeft om per 2028 in werking te treden, is het belangrijk dat werkgevers en werknemers zich nu al voorbereiden door te zorgen voor volledige en nauwkeurige vastlegging van de adviezen van de bedrijfsarts en de daaropvolgende acties. De toekomstige wetgeving benadrukt het belang van het volgen van het bedrijfsartsadvies en het onderbouwen van afwijkingen.
Werkgevers kunnen nu al vooruitlopen op deze verandering door:
- Duidelijke communicatie met de bedrijfsarts over de re-integratie-inspanningen
- Regelmatige evaluaties van het re-integratieplan
- Volledige documentatie van de bedrijfsartsadviezen en de acties die daaruit voortvloeien
Zodra het wetsvoorstel definitief wordt en de nieuwe wet in werking treedt, kan de praktijk eenvoudig worden aangepast, omdat de fundamenten voor het volgen van het bedrijfsartsadvies al gelegd zijn.
