Stel, je wilt als leider (of ‘coach’) dat je team beter gaat presteren. Het ligt voor de hand om dan de doelen aan te scherpen, teamleden ertoe aan te zetten om beter hun best te doen, uitblinkers te belonen en achterblijvers af te straffen.
Het gevaar van een te eenzijdige sturing op output kan evenwel averechts werken, zo waarschuwt Floris Evers in zijn nieuwe boek De magie van florerende teams. Hij stelt dat ‘managementteams die uitsluitend sturen op KPI’s en targets, het risico lopen dat medewerkers zich niet verbonden voelen met het grotere geheel. Dit kan leiden tot verloop, burn-out en een gebrek aan innovatie.’ En op termijn dus tot slechtere teamprestaties.
Evers pleit voor florerende teams, waarin mensen optimaal functioneren, zich ontwikkelen en een gevoel van voldoening, verbondenheid en zingeving ervaren. Florerende teams krijg je door vooral te sturen op ‘relationele energie’ en proberen een hecht team te smeden in plaats van een bovenmatig goed presterend team.
Dat klinkt nogal ingewikkeld – hoe kun een doel bereiken door het niet bewust na streven? – maar deze paradox baart Evers geen zorgen. Natuurlijk gaat het om het winnen, schrijft hij: “Winnen is het doel, bij zowel floreren als presteren. Maar florerende teams hebben een veel breder perspectief.
Ze hebben aandacht voor het proces, het potentieel, de veerkracht en het plezier in de samenwerking. Ze investeren in een positieve instelling, in de betrokkenheid bij elkaar en het werk, ze zorgen voor een sterke band en een gezamenlijk doel. En daarmee vergroten ze hun kans op goud.”
Elders laat Evers zich inspireren door het bamboebos: bamboe investeert eerst jaren in een ondergronds wortelnetwerk voordat de stengels razendsnel omhoog schieten. Een team dat alleen op output stuurt, probeert de stengels omhoog te trekken zonder de wortels van vertrouwen en gedeelde waarden, wat onvermijdelijk leidt tot instabiliteit.
Uitgebreid model
Evers, partner bij adviesbureau The Grit Club, was ooit tophockeyer en dat merk je. Hij put uit zijn eigen ervaringen in de sport, vertelt anekdotes over andere sporters en trekt daar lessen uit voor het bedrijfsleven. Dat geeft het boek enige autoriteit en authenticiteit, maar het creëert ook een risico.
Sport wordt gekenmerkt door heldere doelen, directe feedback, intense emoties en een korte tijdshorizon. Een beetje bedrijf heeft veel meer doelstellingen, die ook nogal eens met elkaar kunnen conflicteren. Een softwareontwikkelteam dat werkt aan een meerjarig project heeft weinig met de adrenaline van een hockeyfinale. Een HR-afdeling die te maken heeft met fusies, reorganisaties en complexe stakeholderverhoudingen, opereert in een politiek geladen veld waarin ‘het team’ geen natuurlijke eenheid is. Kan het bedrijfsleven dan werkelijk zo veel opsteken van de topsport?
Succesvolle teams ontstaan niet vanzelf. Als HRM’er werk je vaak samen in multidisciplinaire teams; professionals uit verschillende vakgebieden, met uiteenlopende perspectieven en belangen. In deze interactieve training ontdek je wat je zelf kunt doen én laten om samenwerking in je team te versterken — met blijvend resultaat voor jezelf, je collega’s en de organisatie.
Evers stelt van wel: “Ik zag dat de principes die in de sport voor flow zorgen, ook in organisaties dezelfde dynamiek konden losmaken: vertrouwen, gezamenlijke betekenis, eigenaarschap, moeiteloos samenwerken. Die ontdekking werd het fundament onder dit boek: wetenschap en praktijk samenbrengen, emotie en ervaring verbinden met kennis, en laten zien hoe ook teams buiten het speelveld kunnen leren floreren.”
Die wetenschappelijke onderbouwing van zijn betoog stoelt op de positieve psychologie, in het bijzonder op het werk van Martin Seligman. Diens PERMA-model beschrijft vijf universele bouwstenen van menselijk welbevinden: positieve emoties, betrokkenheid, relaties, zingeving en prestaties. Evers besloot het model te verbreden naar PERMA+4 en vier versterkers toe te voegen die essentieel zijn voor duurzaam welzijn op de werkvloer: fysieke gezondheid, mindset, werkomgeving en economische zekerheid.
Praktische reisgids
Dit model kan worden ingezet om floreren te begrijpen, te trainen en te versterken. Het PERMA+4-model fungeert als een praktische reisgids die abstracte concepten zoals welzijn en teamdynamiek vertaalt naar concrete, meetbare bouwstenen. De kracht van het model ligt niet alleen in de analyse, maar vooral in de manier waarop het teams helpt om bewust en structureel te investeren in hun onderlinge dynamiek.
Diagnostiek – In de praktijk begint de toepassing met diagnostiek. Met gevalideerde vragenlijsten brengt het team in kaart waar het momenteel staat op de negen bouwstenen: positieve emoties, betrokkenheid, relaties, zingeving, prestaties, fysieke gezondheid, mindset, werkomgeving en economische zekerheid. Deze meting geeft niet alleen inzicht in de sterke kanten van het team, maar onthult ook de blinde vlekken en knelpunten die de samenwerking belemmeren.
Dialoog – De volgende stap is de dialoog. De resultaten worden gezamenlijk besproken, waarbij het team zijn successen viert en bespreekt waar ruimte is voor verbetering. Dit gesprek is cruciaal, omdat het team zich gezamenlijk bewust wordt van de dynamiek die speelt en samen eigenaarschap neemt over de groei die nodig is. Evers benadrukt dat deze bewustwording het startpunt is van elke duurzame verandering.
Interventies – Vanuit deze analyse en dialoog volgen de interventies. Het boek biedt een uitgebreide toolbox met kleine, herhaalde acties die direct inzetbaar zijn. Denk aan wekelijkse teamcheck-ins waarbij elk lid kort reflecteert op de PERMA-domeinen, rondes waarin prestaties expliciet worden gevierd en microgewoontes die bijdragen aan fysieke gezondheid of psychologische veiligheid. Deze interventies zijn bewust kleinschalig en herhaalbaar, omdat duurzame verandering niet ontstaat door grote, eenmalige acties, maar door consistente aandacht voor de kleine momenten die een cultuur vormen.
Borging – De laatste stap is borging. Door periodiek te meten en te evalueren, blijft de focus op floreren een vast onderdeel van de teamcultuur. Dit voorkomt dat het model een eenmalig project wordt dat na verloop van tijd wegebt. Door bijvoorbeeld elk kwartaal opnieuw te meten en de voortgang te bespreken, blijft het team scherp op wat werkt en wat niet, en kan het tijdig bijsturen waar nodig.
Het model leidt tot floreren door de balans te herstellen tussen taakgerichtheid en mensgerichte aandacht. Wanneer een team bewust investeert in deze bouwstenen, ontstaat een vliegwieleffect: de positieve dynamiek in het team versterkt zichzelf, trekt talent aan en verspreidt zich als een olievlek door de rest van de organisatie. Het resultaat is een team dat niet alleen zijn doelen behaalt, maar waarin mensen boven zichzelf uitstijgen en energie krijgen van hun samenwerking.
Herkenbare situaties
De kracht van Evers’ betoog ligt niet alleen in het theoretische model en de uitwerking ervan, maar vooral in de manier waarop hij abstracte concepten vertaalt naar herkenbare situaties. Zo beschrijft hij hoe Nederlandse nationale mannenhockeyteam waar hij aanvoerder van was tijdens de voorbereiding op de Olympische Spelen van Londen in 2012 sterker werd doordat de teamleden elkaars zwakheden expliciet wisten te benoemen en te accepteren.
Voor Evers zelf was zijn grootste zwakheid zijn angst om te falen in beslissende momenten. Door deze kwetsbaarheid te delen, ontstond een paradoxaal effect: het team kreeg meer vertrouwen in elkaar, omdat iedereen wist waar de zwakke plekken lagen en hoe teamgenoten elkaar konden ondersteunen.
Erg mooi is het verhaal van het Noord- en Zuid-Koreaanse ijshockeyteam tijdens de Olympische Spelen in Pyeongchang in 2018. Evers beschrijft hoe twee groepen speelsters, gescheiden door decennia van politieke spanning en culturele verschillen, binnen enkele weken een functionerend team moesten vormen. De Zuid-Koreaanse speelsters waren technisch superieur, maar de Noord-Koreaanse aanvoerster had een natuurlijk leiderschap dat respect afdwong. Het team slaagde erin om te floreren door zich te concentreren op kleine, dagelijkse rituelen: samen eten, elkaars taal leren, en een gezamenlijk doel formuleren dat groter was dan het individuele presteren.
Al met al vormen de wetenschappelijke denkbeelden en de praktijkverhalen een mooie twee-eenheid. In de woorden van Evers zelf: “Zonder de wetenschap van de psychologie zou dit boek slechts een verzameling bijzondere anekdotes zijn. Maar zonder de verhalen van de verschillende teams uit de praktijk zou de wetenschap leeg aanvoelen.
Het is juist de combinatie van die twee die de essentie raakt: tussen ratio en emotie, tussen meten en ervaren, tussen inzicht en intuïtie. Waar de wetenschap probeert te verklaren waarom teams floreren, laat de praktijk zien hoe dat er in het echt uitziet. Een formule op papier krijgt pas betekenis als ze resoneert met wat je hebt gezien, gevoeld en beleefd binnen een team. En juist daarin ligt mijn drijfveer als schrijver: bruggen bouwen tussen kennis en ervaring, zodat de lezer niet alleen begrijpt wat een florerend team is, maar het ook kan herkennen – en toepassen.”
Evers is er goed in geslaagd die bruggen te bouwen. Al is en blijft het oppassen om lessen uit de sport daarbuiten klakkeloos toe te passen. In de woorden van Kung Fu-grootheid Bruce Lee: “Research your own experience; absorb what is useful, reject what is useless and add what is essentially your own.”
Titel: De magie van florerende teams: Het realiseren van potentieel
Auteur: Floris Evers
Uitgeverij: Boekengilde / Floris Evers
ISBN: 9789465265162
LEES OOK:

