Ondanks eerdere plannen verlengt het kabinet de coulante handhaving op schijnzelfstandigheid gedeeltelijk tot eind 2026 na zware politieke druk. De verlenging is geen volledige terugkeer naar het oude gedoogbeleid.
Staatssecretaris van Financiën Eugène Heijnen Beeld: Valerie Kuypers

In een opvallende beleidswijziging heeft staatssecretaris Heijnen van Financiën besloten de zogenaamde ‘zachte landing’ voor de handhaving op schijnzelfstandigheid deels te verlengen. Waar aanvankelijk was aangekondigd dat de coulante periode eind 2025 definitief zou stoppen, krijgt de markt nu nog een jaar extra ademruimte, zoals bekend is gemaakt in een Kamerbrief van het kabinet.

Het belangrijkste onderdeel van de verlenging is dat er in 2026 geen verzuimboetes worden opgelegd

De verlenging is het directe resultaat van intense debatten in de Tweede Kamer. Hoewel de staatssecretaris aanvankelijk voet bij stuk hield en weigerde de handhaving uit te stellen, dwong een brede meerderheid van de Kamer het kabinet tot een handreiking. De kern van het protest was dat ondernemers en zzp’ers niet geconfronteerd mogen worden met zware boetes zolang er geen nieuwe, verduidelijkende wetgeving (zoals de Wet VBAR) van kracht is.

Geen volledige terugkeer

Heijnen verzette zich aanvankelijk tegen dit uitstel uit vrees voor de Europese Commissie. Het opheffen van het handhavingsmoratorium is namelijk een harde voorwaarde in het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan. Het niet nakomen van deze afspraken zou Nederland een korting van maar liefst €600 miljoen aan EU-herstelgelden kunnen kosten. Daarnaast waarschuwde de bewindsman dat uitstel ‘goed gedrag’ zou ontmoedigen van bedrijven die hun zaken wél al op orde hebben gebracht.

De verlenging is geen volledige terugkeer naar het oude gedoogbeleid. De Belastingdienst hanteert in 2026 een hybride handhavingsmodel waarbij de ‘menselijke maat’ centraal staat, maar de fiscus niet langer tandenloos is, zo blijkt uit informatie van de Belastingdienst over arbeidsrelaties en handhaving. Het belangrijkste onderdeel van de verlenging is dat er in 2026 geen verzuimboetes worden opgelegd. Dit zijn de administratieve boetes voor objectieve fouten, zoals het onjuist doen van aangifte, waarbij geen opzet in het spel is. Hiermee erkent het kabinet dat de huidige regels complex zijn en dat fouten vaak voortkomen uit onwetendheid.

Vergrijpboetes heringevoerd

Echter, voor kwaadwillenden verandert de situatie wel degelijk. Vanaf 1 januari 2026 kan de Belastingdienst weer vergrijpboetes opleggen. Deze boetes, die kunnen oplopen van 25% tot 100% van de naheffing, zijn bedoeld voor situaties waarin sprake is van opzet of grove schuld. Denk hierbij aan opdrachtgevers die waarschuwingen negeren of bewust schijnconstructies optuigen om sociale premies te ontduiken.

Bedrijfsbezoek in plaats van boekenonderzoek

Een ander essentieel element van de verlengde zachte landing is de werkwijze van de inspecteurs. In 2026 start de Belastingdienst in beginsel altijd met een bedrijfsbezoek in plaats van een direct, zwaar boekenonderzoek. Zo’n bezoek is voorlichtend en waarschuwend van aard; pas als de ondernemer vervolgens geen verbetering laat zien, kan een boekenonderzoek met bijbehorende naheffingen volgen.

Deze naheffingen kunnen met terugwerkende kracht worden opgelegd tot 1 januari 2025, het moment dat het jarenlange handhavingsmoratorium officieel verviel.

Vanaf 2027 normale handhaving

Het kabinet benadrukt dat 2026 echt een overgangsjaar is. Vanaf 2027 wordt de handhaving verder genormaliseerd en vervallen ook de resterende elementen van de zachte landing. Er is een ingroeimodel tot 2030 vastgesteld. Pas in 2030 mag de Belastingdienst weer de reguliere termijn van vijf jaar terugkijken bij controles voor alle gevallen, in plaats van de huidige beperking tot januari 2025.

Voor opdrachtgevers blijft het advies om niet achterover te leunen tijdens dit extra jaar uitstel.

LEES OOK: Hof bevestigt: Uber-chauffeurs kunnen echte zelfstandigen zijn — impact voor schijnzelfstandigheidstoets