Logo
  • Opinie
  • 14 november 2013

Advocaat-stagiair hoeft € 10.000 opleidingskosten niet terug te betalen

Wanneer een werknemer op kosten van zijn werkgever een opleiding volgt, wordt er vaak een studiekostenbeding overeengekomen. Een dergelijk beding houdt meestal in dat indien de arbeidsovereenkomst binnen een bepaalde tijd eindigt, de werknemer (een deel van) de opleidingskosten aan de werkgever moet terugbetalen. Het studiekostenbeding kent geen wettelijke regeling. Desalniettemin zijn in de rechtspraak strenge voorwaarden ontwikkeld waaraan een geldig studiekostenbeding moet voldoen. Zo ondervond ook een advocatenkantoor, toen zij van een voormalig advocaat-stagiair de kosten van zijn opleiding ter hoogte van € 10.000 terugvorderde.

Een werknemer trad in dienst als advocaat-stagiair bij een advocatenkantoor op grond van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van de advocaatstage met een maximum van drie jaar en drie maanden. In deze arbeidsovereenkomst was een studiekostenbeding opgenomen. Het advocatenkantoor zou de kosten van de opleiding van de advocaat-stagiair betalen. Indien de arbeidsovereenkomst echter tijdens de stage of binnen een jaar na het verkrijgen van de stageverklaring zou eindigen door de werknemer of aan hem te wijten redenen, zou de werknemer 100% van de opleidingskosten moeten terugbetalen.

Een week nadat de advocaat-stagiair zijn stageverklaring in ontvangst had genomen, gaf hij aan niet als advocaat aan het betreffende advocatenkantoor verbonden te willen blijven. Het advocatenkantoor was van mening dat de advocaat-stagiair op grond van deze keuze de volledige opleidingskosten van ongeveer € 10.000 aan het kantoor moest terugbetalen. Toen de advocaat-stagiair dit weigerde, startte het kantoor een procedure.

Bedoeling van partijen

De kantonrechter en daarna het Hof Den Bosch stelde de werknemer in het gelijk. Voor de uitleg van het studiekostenbeding moest worden gekeken naar de bedoeling van partijen in de gegeven omstandigheden. Van belang was dat partijen de bedoeling hadden dat de arbeidsrelatie tussen hen zou eindigen indien de advocaat-stagiair niet als advocaat-medewerker zou worden aangesteld. Op grond van de arbeidsovereenkomst en het daarop toepasselijke stagereglement, moest het advocatenkantoor uiterlijk zes maanden voor het einde van de stageperiode, met de advocaat-stagiair in overleg over de mogelijkheid om aan het kantoor verbonden te blijven en onder welke omstandigheden. Het advocatenkantoor heeft echter nagelaten aan de advocaat-stagiair een tijdig en concreet aanbod te doen. Op grond daarvan kwam de kantonrechter en het hof tot de conclusie dat de arbeidsrelatie niet op zodanige wijze was beëindigd, dat de advocaat-stagiair de opleidingskosten diende terug te betalen. De Hoge Raad liet dit oordeel in stand.

Voorwaarden geldig studiekostenbeding

Een geldig studiekostenbeding moet aan de navolgende voorwaarden voldoen:

  • De werkgever geeft aan gedurende welke periode hij verwacht baat te hebben van de door de opleiding opgedane kennis en vaardigheden;
  • Met een werknemer moet uitdrukkelijk worden overeengekomen gedurende welke periode en onder welke omstandigheden hij is gehouden tot terugbetaling van studiekosten;
  • De gevolgen van het beding moeten voor de werknemer helder zijn. Er dient derhalve te worden omschreven welke kosten van de werknemer zullen worden teruggevorderd;
  • De terugbetalingsverplichting moet tijdens de vastgestelde periode evenredig afnemen (een glijdende schaal);
  • Het initiatief voor ontslag ligt niet bij de werkgever.

Daarnaast is het van belang een studiekostenbeding altijd helder te formuleren. Eventuele onduidelijkheden in de bewoording van een studiekostenbeding worden veelal aan de maker van het beding (de werkgever) tegengeworpen.

ECLI:NL:HR:2013:1081

Producttips

Volg HR Praktijk

Word gratis lid en ontvang op dinsdag en donderdag het laatste HR-nieuws in uw mailbox! Én als lid krijgt u ook toegang tot exclusieve online artikelen.