Logo
  • Opinie
  • 1 december 2016

De risico’s bij (bewuste) onjuistheid van werkgeversverklaring

De huizenmarkt is inmiddels weer ‘booming’. Dit betekent ook dat veel werknemers hun werkgever benaderen voor een werkgeversverklaring ten behoeve van de bank. Zonder een dergelijke verklaring is het verkrijgen van een hypotheek meestal onmogelijk. In sommige gevallen rijst de vraag of de gevraagde verklaring wel kan worden afgegeven en of daarmee geen verkeerde verwachtingen worden gewekt. Er zijn namelijk risico’s bij (bewuste) onjuistheid van de verklaring.

Hoewel de meeste werkgevers hun werknemers graag helpen om dat mooie huis te bemachtigen, is het belangrijk om de zaken niet beter voor te spiegelen dan ze zijn. Op aandringen van een werknemer een iets hoger salaris noteren lijkt makkelijk gedaan, maar kan grote gevolgen hebben.

In de eerste plaats leidt het ‘vals’ opmaken van een dergelijke verklaring tot een strafbaar feit: valsheid in geschrifte. Zowel de werkgever als de werknemer zouden hiervoor in theorie vervolgd kunnen worden.

Minder theoretisch is aansprakelijkheid jegens de bank. Zo kennen we een voorbeeld uit de rechtspraak waarbij een werkgever een te hoog salaris had opgegeven. Enkele jaren later ontstond bij de werknemer (die zijn droomappartement intussen had gekocht), een betalingsachterstand. Het appartement moest worden verkocht door de bank, met een restschuld tot gevolg. De bank heeft daarop de werkgever met succes aansprakelijk gehouden (zie: gerechtshof Amsterdam 26 februari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ6707). Een soortgelijk risico is denkbaar wanneer tegen beter weten in wordt verklaard dat het voornemen bestaat om de arbeidsovereenkomst voort te zetten voor onbepaalde tijd.

Wanneer een werkgever te goeder trouw een verklaring invult, zal er in de verhouding tot een derde (zoals de bank) natuurlijk weinig aan de hand zijn. Stel, in de werkgeversverklaring wordt ingevuld dat de intentie bestaat om bij ongewijzigde bedrijfsomstandigheden en gelijkblijvend functioneren een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te gaan, maar vervolgens wordt er toch besloten het contract niet te verlengen, dan zal de werkgever niet zomaar door de bank kunnen worden aangesproken.

Aanspraken werknemers op contract onbepaalde tijd

Dit brengt mij het tweede belangrijke punt waarmee rekening moet worden gehouden bij het afgeven van een werkgeversverklaring: de (arbeidsrechtelijke) verhouding met de werknemer. Kan aan een werkgeversverklaring waarin is vermeld dat het voornemen bestaat om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden ook een recht daarop worden ontleend? In beginsel is het antwoord hierop: nee. De lijn in de rechtspraak is dat aan een verklaring die uitsluitend is verstrekt met het oog op het verkrijgen van een hypotheek (een extern doel), door de werknemer geen recht op een contract voor onbepaalde tijd kan worden ontleend. Dit neemt niet weg dat het aan te bevelen is om in de werkgeversverklaring een voorbehoud van ‘gelijkblijvend functioneren’ en ‘ongewijzigde (bedrijfs)omstandigheden’ te vermelden.  Verder is het verstandig om, ter voorkoming van verkeerde verwachtingen, bij de werkgeversverklaring een separate brief af te geven waarin staat dat de verklaring enkel is afgegeven in verband met het verkrijgen van een hypotheek en dat deze losstaat van de beslissing om de arbeidsovereenkomst al dan niet te verlengen of om te zetten in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Kortom, er bestaat geen juridische belemmering om een werkgeversverklaring af te geven, maar blijf wel eerlijk en stuur de werknemer – ook in het kader van verwachtingsmanagement – een separate brief waarin de waarde van de verklaring wordt gerelativeerd.

Producttips

Ook interessant

Voorspelt Learning Agility teamsucces?
Succesvolle teams zijn belangrijk voor organisaties