Niet alleen van buitenaf. Ook binnen de gemeentelijke organisatie kunnen bestuurders de werkdruk vergroten door te veel tegelijk te willen.
Van den Berg pleit daarom voor meer tegenspraak en realistische planningen.
Van den Berg omschrijft het wethouderschap als een functie met een ‘grote mate van grenzeloosheid’. Overdag zijn er vergaderingen, werkbezoeken en afspraken met inwoners en collega-bestuurders. ’s Avonds volgen raads- en partijbijeenkomsten en in het weekend bezoeken wethouders verenigingen en evenementen. Volgens Van den Berg verwijst onderzoek naar een gemiddelde werkweek van ongeveer 60 uur.
“Uiteindelijk ga je toch over je eigen agenda”, zegt hij. Een goede ondersteuning kan helpen, maar de verantwoordelijkheid om grenzen te stellen ligt volgens hem ook bij de bestuurder zelf.
Politieke druk
Daar komt de publieke druk bij. Bestuurders staan voortdurend in de schijnwerpers en krijgen volgens Van den Berg steeds vaker te maken met agressie en intimidatie. Hij kent voorbeelden van wethouders en burgemeesters die een veiligheidsknop dragen, camerabeveiliging bij hun woning hebben of te maken krijgen met een gebiedsverbod.
Van den Berg: “Kritiek hebben, boos zijn, feedback geven, dat hoort bij een gezonde democratie. Ik denk ook echt dat beleid beter wordt als mensen daar kritisch naar kijken.”
Maar er is volgens hem een duidelijke grens tussen kritiek en intimidatie of bedreiging. Die grens wordt volgens Van den Berg soms overschreden. Ook hij heeft meegemaakt dat inwoners hem in een privésituatie boos benaderen vanwege een politiek onderwerp.
“Als ik gewoon met mijn zoon boodschappen doe, dan is dat voor hem ook intimiderend”, zegt Van den Berg. Voor inhoudelijke vragen kunnen inwoners terecht tijdens een wekelijks spreekuur. Daarmee probeert hij werk en privé zoveel mogelijk gescheiden te houden.
Je weet dat duurzame inzetbaarheid belangrijk is, maar hoe maak je het concreet? In deze training ontwikkel je een helder en haalbaar inzetbaarheidsbeleid. Met praktische handvatten, feedback en begeleiding ontwikkel je een aanpak die past bij jouw organisatie. Je leert je hoe je draagvlak kunt creëren en het beleid succesvol kunt implementeren.
Motivatie om werk vol te houden
De toenemende druk heeft volgens Van den Berg ook gevolgen voor de continuïteit. Jaarlijks stapt volgens hem meer dan 10 procent van de wethouders voortijdig op. Daarmee verdwijnt niet alleen ervaring, maar ook collectief geheugen. Bovendien kan de aantrekkelijkheid van het ambt afnemen als potentiële kandidaten zien hoeveel druk ermee gepaard gaat.
Toch wil Van den Berg vooral ook de positieve kanten van het wethouderschap benoemen. Hij vindt het juist zeer waardevol dat je als bestuurder direct iets voor inwoners kunt betekenen. Die motivatie helpt hem om het werk vol te houden.
Tegelijkertijd bewaakt hij zijn eigen grenzen. “Alles is politiek, maar politiek is niet alles”, zegt hij. Familie, vrienden en zijn zoon helpen hem om ook buiten het politieke werk tijd en aandacht voor andere dingen te houden.
Ook de organisatie moet grenzen stellen
Werkdruk is volgens Van den Berg echter niet alleen een kwestie van persoonlijke grenzen. Ook de manier waarop een organisatie wordt aangestuurd speelt een belangrijke rol. Als wethouder wil hij veel bereiken in een periode van vier jaar, maar plannen hebben tijd nodig om daadwerkelijk uitgevoerd te worden.
“Je wil heel snel heel veel doen en het idee: dit kan er ook nog wel even bij, schiet dan bij een wethouder snel door het hoofd”, zegt hij.
Daarom vindt hij het belangrijk dat bestuurders tegenspraak organiseren vanuit de ambtelijke organisatie. Die moet de ruimte krijgen om te adviseren, goede beleidsstukken te maken en tot een werkbare planning te komen.
“Uiteindelijk hebben we er niks aan als ik vijf plannen erin gooi en iemand overwerkt bij jou als werkdrukcoach terechtkomt om vervolgens geen één van die plannen tot wasdom te brengen. Als ik er twee de organisatie in gooi en ik zeker weet dat er twee gaan lukken, dan is dat beter.”
Daar hoort volgens de wethouder ook bij dat organisaties stoppen met activiteiten die niet meer passen. Gemeenten zijn volgens hem goed in het opstarten van nieuwe projecten, maar minder goed in het beëindigen ervan. Als de capaciteit of het budget ontbreekt, moeten bestuurders keuzes durven maken.
Die aanpak is niet alleen van belang voor de werkdruk van bestuurders. Ook medewerkers in de ambtelijke organisatie merken volgens Van den Berg de toenemende maatschappelijke druk. Vooral uitvoerende medewerkers die direct contact hebben met inwoners krijgen soms harde reacties. Ook beleidsmedewerkers kunnen ermee te maken krijgen wanneer zij verantwoordelijk zijn voor een gevoelig dossier.
Volgens Van den Berg ligt daar een belangrijke verantwoordelijkheid voor bestuurders: niet simpelweg steeds nieuwe opdrachten toevoegen, maar ook luisteren naar de organisatie en ruimte laten voor een haalbare planning.
Ruimte voor professionals
Die visie sluit aan bij zijn eerdere werk in de jeugdzorg. Als wethouder met jeugdzorg in zijn portefeuille probeert Van den Berg niet op de stoel van professionals te gaan zitten. Zijn rol is volgens hem vooral om te faciliteren, te luisteren en te begrijpen wat professionals nodig hebben.
Dat vertrouwen is volgens hem belangrijk. Professionals kunnen door de druk om fouten te voorkomen soms juist terughoudend worden in hun beslissingen. Ook daar helpt het niet om steeds meer controle toe te voegen, maar om ruimte te geven binnen duidelijke kaders.
Voor Van den Berg blijft het uitgangspunt daarom dat werkdruk niet alleen wordt opgelost door individuele medewerkers te leren hun grenzen te bewaken. Ook bestuurders en organisaties moeten keuzes maken over wat wel en niet kan. Niet alles hoeft tegelijk en soms is de beste manier om de druk te verlagen simpelweg: iets niet doen.
LUISTER OOK: Karina Koopman, HR-directeur Isala Ziekenhuis: ‘Werkdruk los je niet alleen op met extra mensen’

