De proeftijd is een bijzonder beding in de (Nederlandse) arbeidsovereenkomst en
wordt geregeld in art. 7:652 BW. In de arbeidsovereenkomst kan worden overeengekomen dat
de eerste paar weken na indiensttreding beschouwd moeten worden als proeftijd
(proefperiode). De proeftijd moet ondubbelzinnig voor de aanvang worden overeengekomen.
In de praktijk komt dit erop neer dat de proeftijd altijd schriftelijk overeengekomen
moet worden (in de arbeidsovereenkomst). De proeftijd mag bij een arbeidsovereenkomst
voor onbepaalde tijd maximaal twee maanden duren. Bij een arbeidsovereenkomst voor
bepaalde tijd van minder dan twee jaar is een proeftijd van maximaal één maand mogelijk,
bij een arbeidsovereenkomst van twee jaar of langer een proeftijd van maximaal twee
maanden. Wanneer het einde van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet
overeenkomt met een bepaalde kalenderdatum (maar bijvoorbeeld met het einde van een
project), is een proeftijd mogelijk van maximaal één maand. Bij collectieve
arbeidsovereenkomst kan nog een proeftijd van twee maanden worden overeengekomen, waar
deze anders een maand zou zijn geweest. Dat een werkgever zich echt strikt aan de
maximale duur van twee maanden proeftijd moet houden, wordt aangeduid met de term
ijzeren proeftijd. Alle langere proeftijden zijn nietig.
Artikelen bij dit trefwoord