Als werknemer bouw je ‘al werkend' vakantiedagen op. Voorbeeld: een werknemer heeft
op jaarbasis recht op 24 vakantiedagen. Na een maand werken heeft deze werknemer twee
vakantiedagen opgebouwd. Het duurt dan tweeënhalve maand voordat hij of zij een week met
vakantie kan. In de praktijk komt het echter vaak voor dat de vakantiedagen voor het
hele jaar aan het begin van het jaar of direct bij indiensttreding worden toegekend. Ga
je halverwege het jaar uit dienst, dan moet je je ‘niet-opgebouwde' vakantiedagen weer
inleveren. Of je te veel opgenomen vakantiedagen terugbetalen.