Auto van de zaak
Fiscale bijtelling auto van de zaak voor privédoeleinden
De werknemer die een auto van de zaak ter beschikking gesteld krijgt die ook voor privédoeleinden gebruikt mag worden, krijgt te maken met een fiscale bijtelling. Vanaf 2009 gelden er een drietal percentages, namelijk 14%, 20% en 25% (de wetgever heeft voorgesteld dat hier vanaf 2010 tijdelijk nog een vierde percentage wordt toegevoegd, namelijk 0% in 2010 en 2011 en 7% in 2012, 2013 en 2014, voor auto's met een CO2-uitstoot van 0% per kilometer). De percentages hebben te maken met de CO2-uitstoot van de auto. Het uitgangspunt voor een bijtelling is een percentage van ten minste 25%, de lagere percentages zijn slechts van toepassing als aan de CO2-kwalificatie wordt voldaan.
Als er sprake is van een zeer zuinige, dan wel zuinige personenauto of bestelauto, bedraagt het percentage 14% respectievelijk 25%. De bijtelling bedraagt 14% als de CO2-uitstoot van de auto lager is dan:
- 95 gram per kilometer bij een auto die op diesel rijdt;
- 110 gram per kilometer bij een auto die niet op diesel rijdt.
De bijtelling bedraagt 20% als de CO2-uitstoot van de auto:
- meer bedraagt dan 95 gram per kilometer, maar niet meer dan 116 gram per kilometer voor auto's met een dieselmotor;
- meer bedraagt dan 110 gram per kilometer, maar niet meer dan 140 gram per kilometer voor auto's die niet op diesel rijden.
Bij een auto die zowel op lpg/aardgas als op benzine rijdt, mag voor de CO2-uitstoot worden uitgegaan van een auto die op aardgas/lpg rijdt. Dit is van belang omdat de CO2-uitstoot bij aardgasauto's circa 20% lager is dan bij benzineauto's. Voor lpg-auto's is dit percentage zo'n 10% lager. Door uit te gaan van de uitstoot bij lpg- of aardgasgebruik komt een auto dus eerder voor een bijtelling van 14% of 20% in aanmerking.
Let op
Bewijs lager percentage
De wettelijke regeling is zodanig vorm gegeven dat in principe altijd de 25%-bijtelling geldt, tenzij de werkgever het lager van toepassing zijnde percentage kan bewijzen.
Tip
RDW raadplegen voor CO2-uitstoot
Hoeveel de CO2-uitstoot van de auto bedraagt, kan de werkgever vinden op het milieulabel en op het zogenoemde certificaat van overeenstemming. Dit certificaat kan de werkgever opvragen bij de fabrikant of de importeur. Voor het bepalen van de CO2-uitstoot kan de werkgever ook het brandstofverbruiksboekje van de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW) raadplegen of de website van de RDW (www.rdw.nl).
Schematisch overzicht: het ter beschikking stellen van een auto
Het begrip ter beschikking stellen
Het autokostenforfait is van toepassing als de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. Een auto wordt geacht voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld, tenzij blijkt dat de auto op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt.
In de volgende situaties is in ieder geval sprake van een aan de werknemer ter beschikking gestelde auto:
- Het mogen gebruiken van een auto van de zaak voor zakelijke en privédoeleinden, waarbij normaliter alle kosten voor rekening komen van de werkgever. De auto is eigendom van de werkgever dan wel de werkgever heeft de auto geleased.
- De werkgever vergoedt alle kosten van de auto van de werknemer. De auto is eigendom van de werknemer dan wel de werknemer heeft de auto gehuurd/geleased.
- Als een auto van de zaak nagenoeg op ieder door de werknemer gewenst moment kan worden gebruikt, is sprake van een ter beschikking gestelde auto.
Let op
Geen privégebruik moet aantoonbaar zijn
Als een werkgever een auto aan de werknemer verstrekt voor een enkele zakelijke rit, moet de werknemer er rekening mee houden dat de belastingdienst het standpunt kan innemen dat sprake is van een ter beschikking gestelde auto. Omdat in deze situatie geen sprake is van privégebruik, is er geen loonbelasting/premie volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd als dit aantoonbaar is.
Voorbeelden ter beschikking gestelde auto 

Voorbeeld 1
Een werknemer heeft de beschikking over een auto van de zaak die hij ongelimiteerd voor privédoeleinden mag gebruiken. Het voordeel bestaande uit dit privégebruik vormt een onderdeel van zijn totale beloning voor zijn werkzaamheden. De werkgever moet het voordeel in de loonadministratie betrekken.
Voorbeeld 2
De werknemer beschikt niet over een auto van de zaak, maar gebruikt zijn eigen auto. Voor het woon-werkverkeer en zakelijk verkeer ontvangt hij een vergoeding van € 0,55 per kilometer. De werknemer ontvangt een vergoeding van de werkgever van € 16.500,– (30.000 kilometer × € 0,55). De totale kosten van de auto bedroegen € 17.000,–. Omdat de werkgever nagenoeg alle kosten vergoedt, kan de belastingdienst het standpunt innemen dat hier sprake is van een ter beschikking gestelde auto door de werkgever aan de werknemer.
Voorbeeld 3
Een werknemer mag de auto van de zaak na afloop van de werktijd mee naar huis nemen. In de regel zal sprake zijn van een auto die door de werkgever aan de werknemer ter beschikking is gesteld.
Auto ter beschikking gesteld door een ander dan de werkgever
Het is mogelijk dat een werkgever overweegt om niet zelf een personenauto aan een werknemer ter beschikking te stellen, maar dit te laten doen door een bedrijf waarin de werkgever een grote zeggenschap heeft. Zelfs in zo'n situatie moet het autokostenforfait worden toegepast.
Voorbeeld 

Personenauto ter beschikking stellen
Werkgever Snelle Auto BV laat door haar moedermaatschappij (die 100% van de aandelen bezit) een personenauto aan zijn werknemer ter beschikking stellen. Voor de werknemer geldt hier onverkort het autokostenforfait.
Begrip auto volgens de wet
Een auto is in dit kader een personenauto of een bestelauto in de zin van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992. Er bestaat een aantal uitzonderingen hierop. De werkgever mag namelijk het autokostenforfait niet toepassen voor een bestelauto:
- die door aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen; of
- die buiten werktijd niet gebruikt kan worden door de werknemer; of
- waarvoor de werkgever privégebruik heeft verboden.
Ad 1. Bestelauto die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen
Een bestelauto die (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen, is bijvoorbeeld een auto met alleen maar een bestuurdersstoel. Of een bestelauto (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen, hangt met name af van de feiten en omstandigheden. De werkgever dient als loon aan te geven de waarde in het economische verkeer van het privégebruik verminderd met de eventuele bijdrage van de werknemer voor het privégebruik betaald aan de werkgever.
Tip 

Bestelauto
Bij het ter beschikking stellen van een bestelauto aan een werknemer kunt u in overweging nemen, indien mogelijk, om een bestelauto ter beschikking te stellen die zich niet kwalificeert als auto in de zin van het autokostenforfait. Denk hierbij aan een bestelauto zonder enige passagiersstoel. Het feit dat er een passagiersstoel aanwezig is, is overigens niet doorslaggevend voor het antwoord op de vraag of de bestelauto (nagenoeg) uitsluitend geschikt is voor vervoer van goederen. In een uitspraak van 18 september 2009 oordeelde de Hoge Raad als volgt. Ook wanneer meer dan één stoel aanwezig is in de bestuurderscabine van een bestelauto, kan onder omstandigheden sprake zijn van een bestelauto die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. In casu waren in de cabine geen voorzieningen aangebracht die waren gericht op het vervoer van goederen. De bijrijdersplaats was bestemd voor iemand die meehielp de goederen in- en uit te laden.
Voorbeeld 

Bestelauto mede voor privédoeleinden
Een werknemer heeft voor zijn ambulante werkzaamheden de beschikking over een bestelauto die naar aard en inrichting uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen. De bestelauto heeft een catalogusprijs van € 20.000,–. De werkgever heeft hem toestemming verleend de auto mede voor privédoeleinden te gebruiken zonder dat de werknemer daarvoor een vergoeding is verschuldigd. Aan de hand van een kilometeradministratie staat vast dat de werknemer 5000 kilometer privé heeft gereden. De kilometerprijs van de auto bedraagt € 0,30. Het genoten voordeel bedraagt 5000 × € 0,30 = € 1.500,–.
Ad 2. Bestelauto die buiten werktijd niet gebruikt kan worden
Een bestelauto die buiten werktijd niet gebruikt kan worden, is bijvoorbeeld een bestelauto die de werknemer buiten werktijd op het bedrijfsterrein moet plaatsen en waarbij de werkgever controleert of dit ook daadwerkelijk gebeurt.
Ad 3. Bestelauto waarvoor een verbod op privégebruik geldt
De werkgever mag het autokostenforfait niet toepassen als hij privégebruik van de bestelauto heeft verboden. Ook moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- Het verbod van privégebruik is schriftelijk vastgelegd.
- De werkgever controleert de naleving van het verbod van privégebruik.
- Bij overtreding van het verbod van privégebruik, legt de werkgever een sanctie op.
De belastingdienst heeft een voorbeeldafspraak ter zake van verbod op privégebruik opgesteld. De werkgever kan de voorbeeldafspraak downloaden op de site van de belastingdienst. Als de werkgever een afwijkende afspraak hanteert, loopt de werkgever het risico dat de belastingdienst stelt dat de afspraak niet voldoet. Om dit risico te voorkomen kan de werkgever de afspraak ter goedkeuring voorleggen aan:
Belastingdienst/Oost/Coördinatiepunt privégebruik auto
Antwoordnummer 403
7100 WB Winterswijk
Voorbeeld 

Naleving verbod privégebruik
De werkgever kan de naleving van het verbod van privégebruik controleren door bijvoorbeeld de kilometerstanden te vergelijken met de hoeveelheid gebruikte brandstof, toezicht te houden op verkeersboeten, schademeldingen of tanken buiten werktijd.
Tip
Bevindingen bewaren
Leg goed vast hoe de naleving van het verbod van privégebruik is gecontroleerd. Bewaar de bevindingen bij de loonadministratie.
Let op
Passende sanctie
Een passende sanctie bij overtreding van het verbod van privégebruik is bijvoorbeeld een geldboete, verhaal op de werknemer van de nageheven loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet of ontslag.
Tip
Voorbeeldafspraak
Een voorbeeldafspraak inzake verbod op privégebruik auto kan de werkgever downloaden op de internetsite van de belastingdienst. Ook hebben wij een dergelijke voorbeeldafspraak opgenomen.
Autokostenforfait
De hoogte van het autokostenforfait wordt bepaald aan de hand van de volgende factoren:
- de catalogusprijs van de auto;
- het van toepassing zijnde percentage.
Waarde van de auto
Voor het bepalen van de waarde van de auto moet de werkgever een aantal situaties onderscheiden.
- Een ter beschikking gestelde bestelauto waarvan voor 1 juli 2005 het kenteken deel I is afgegeven. De werkgever moet de cataloguswaarde van de auto (inclusief omzetbelasting, maar exclusief BPM) in aanmerking nemen.
- Een ter beschikking gestelde personenauto of bestelauto waarvan het kenteken is toegekend voor 1 juli 2006. De werkgever moet de cataloguswaarde van de auto (inclusief omzetbelasting en BPM) in aanmerking nemen. Accessoires die zijn aangebracht voor de dag van toekenning van het kentekenbewijs, behoren tot de grondslag voor de bijtelling privégebruik auto.
- Een ter beschikking gestelde personenauto of bestelauto waarvan het kenteken is toegekend op of na 1 juli 2006. De werkgever moet de cataloguswaarde van de auto (inclusief omzetbelasting en BPM) in aanmerking nemen. Accessoires die door of namens de fabrikant of de importeur zijn aangebracht voor de datum van toekenning van het kentekenbewijs, behoren tot de grondslag voor de bijtelling privégebruik auto. Accessoires die door de dealer zijn aangebracht, tellen niet mee.
- Een ter beschikking gestelde personenauto of bestelauto die ouder is dan vijftien jaar. De werkgever moet de waarde in het economische verkeer van de auto hanteren.
Let op
Accessoires tellen niet mee
Sinds 1 juli 2006 mogen bij de vaststelling van de waarde van de ter beschikking gestelde personenauto of bestelauto de accessoires die door de dealer zijn aangebracht, niet worden meegenomen.
Voorbeeld 

Cataloguswaarde uitgangspunt autokostenforfait
Voorbeeld 1
Een werknemer krijgt een auto ter beschikking gesteld. De auto is uitgerust met een door de fabrikant aangebracht schuifdak, speciale wielen en spoilers. De catalogusprijs van deze auto bedraagt € 40.000,–. Een standaarduitvoering van hetzelfde model kost € 35.000,–. De autokostenfictie wordt in dit voorbeeld berekend over € 40.000,–.
Voorbeeld 2
De werknemer krijgt een auto ter beschikking gesteld waarvan het kenteken is afgegeven na 1 juli 2006. De cataloguswaarde van deze auto in standaarduitvoering bedraagt € 35.000,–. Vervolgens rust de dealer de auto uit met speciale wielen en banden, schuifdak en radio. Door de wijzigingen kost de auto € 41.000,–. Voor de berekening van het autokostenforfait wordt nu uitgegaan van een cataloguswaarde van € 35.000,–.
Uit deze voorbeelden blijkt dat het voor de werknemer fiscaal voordeliger is een standaarduitvoering aan te schaffen en die vervolgens, dus later door de dealer, te laten 'optuigen'.
Als tussen het moment van bestelling en aflevering van de auto de catalogusprijs van de auto wijzigt, is op basis van de huidige opvattingen van de belastingdienst de prijs op het tijdstip van afgifte van het kentekenbewijs deel I doorslaggevend.
Voor de bepaling van de fiscale bijtelling geldt de Nederlandse catalogusprijs als uitgangspunt. Dit betekent dat wanneer de werkgever bijvoorbeeld een auto least in het buitenland, niet de (vaak lagere) buitenlandse catalogusprijs als uitgangspunt voor de bijtelling mag worden genomen.
Eigen bijdrage werknemer
De Hoge Raad bepaalde in een uitspraak dat als de werknemer zelf in de aanschafprijs van de auto van de zaak heeft bijgedragen deze bijdrage betrekking heeft op zowel het privégebruik als het zakelijk gebruik. De betaling door de werknemer is dus deels een vergoeding voor privégebruik en deels een uitgaaf in verband met de dienstbetrekking.
Het gevolg van een en ander is dat de werknemersbijdrage moet worden gesplitst in een deel dat betrekking heeft op het zakelijke gebruik en een deel dat betrekking heeft op het privégebruik. Het zakelijk deel is niet aftrekbaar van het autokostenforfait, het privédeel wel. Omdat een eenmalige eigen bijdrage betrekking heeft op meerdere jaren van gebruik van de auto van de werkgever, moet deze aan meerdere jaren worden toegerekend.
De verwerking van een eenmalige bijdrage aan een auto van de zaak door de werknemer geschiedt als volgt: de werkgever moet de bijdrage toerekenen aan de verwachte gebruiksduur van de auto;
- Per loontijdvak moet de aan dat tijdvak toe te rekenen bijdrage worden uitgesplitst in een deel voor het privégebruik en een deel voor het zakelijke gebruik;
- Het aan het privégebruik toe te rekenen deel komt in mindering op de bijtelling op grond van het autokostenforfait; deze kan niet minder dan nihil bedragen;
- Als de werkgever ter zake van het privégebruik een financiële bijdrage van de werknemer vraagt, komt deze bijdrage geheel in mindering op de forfaitaire bijtelling.
Autokostenforfait
Het van toepassing zijnde percentage van het autokostenforfait is als volgt:
| Privékilometers | % |
|---|
| 0-500 | 0 |
| 501- en meer | 25 (tijdelijk 0 bij geen CO2-uitstoot in 2010 en 2011, 14 bij een zeer lage CO2-uitstoot en 20 bij een lage CO2-uitstoot) |
Bijtelling 25% of meer
In beginsel bedraagt de bijtelling voor het privégebruik van de auto 25% van de cataloguswaarde van de auto. Als het privégebruik echter hoger is, kan de bijtelling op een hoger bedrag worden vastgesteld. In de praktijk komt dit niet veel voor. Bovendien moet de inspecteur bewijzen dat de werkelijke waarde van het privégebruik hoger is dan het autokostenforfait.
Bijtelling meer dan 25%
De inspecteur kan stellen dat de bijtelling meer bedraagt dan 25% als de werknemer de auto onbeperkt privé mag gebruiken, terwijl de werknemer bijvoorbeeld een dienstverband heeft van slechts een dag per week.
Bijtelling 0%
Onder de 0%-categorie vallen auto's waarvan de CO2-uitstoot maximaal 0 gram per kilometer is.
Bijtelling 14%
Onder de 14%-categorie vallen auto's waarvan de CO2-uitstoot maximaal:
- 95 gram per kilometer is voor dieselmotoren; of
- 110 gram per kilometer is voor niet-dieselmotoren.
Bij een auto die zowel op lpg/aardgas als op benzine rijdt, mag voor de CO2-uitstoot worden uitgegaan van een auto die op aardgas/lpg rijdt. Dit is van belang omdat de CO2-uitstoot bij aardgasauto's circa 20% lager is dan bij benzineauto's. Voor lpg-auto's is dit percentage zo'n 10% lager. Door uit te gaan van de uitstoot bij lpg- of aardgasgebruik komt een auto dus eerder voor een bijtelling van slechts 14% in aanmerking.
Bijtelling 25% en 14%
De cataloguswaarde van een auto is € 22.000,–. De bijtelling voor privégebruik auto bedraagt € 5.500,– (25% van € 22.000,–) op jaarbasis. Als het een auto betreft waarvoor een bijtelling van 14% geldt, bedraagt de bijtelling € 3.080,–.
Bijtelling 20%
Onder de 20%-categorie vallen auto's waarvan de CO2-uitstoot:
- hoger is dan 95 gram per kilometer, maar niet hoger is dan 116 gram per kilometer bij dieselmotoren;
- hoger is dan 110 gram per kilometer, maar niet hoger is dan 140 gram per kilometer bij niet-dieselmotoren.
Geen bijtelling
Wil een werknemer een bijtelling voorkomen, dan moet hij laten blijken dat hij de auto voor niet meer dan 500 kilometer op kalenderjaarbasis voor privédoeleinden gebruikt. Hiervoor geldt de vrije bewijsleer. We zullen een aantal bewijsmogelijkheden behandelen.
- Verklaring geen privégebruik
Indien de werknemer de auto niet voor privédoeleinden gebruikt, kan hij een verklaring van geen privégebruik bij de belastingdienst aanvragen. Met een dergelijke verklaring kan de werkgever de bijtelling in de loonadministratie achterwege laten. Verder is de werkgever dan gevrijwaard voor eventuele boetes of naheffingsaanslagen loonbelasting, premie volksverzekeringen en premie ZVW. Deze aanslagen legt de belastingdienst bij overtreding in die situaties aan de werknemer zelf op. Zonder een dergelijke verklaring zal de werkgever bij een eventuele controle moeten bewijzen dat de auto voor minder dan vijfhonderd kilometer privé is gebruikt, indien hij voornoemde bijtelling achterwege laat.
Let op
Werkgever is op de hoogte van onjuistheid
De vrijwaring geldt niet als de werkgever op de hoogte is van de onjuistheid van de verklaring. Bijvoorbeeld, omdat de werkgever weet dat de werknemer de auto heeft gebruikt voor een vakantie naar Frankrijk. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit de declaratie van buitenlandse brandstof.
- Bestelauto's
Voor bepaalde groepen bestelauto's geldt aanvullend het volgende. Bestelauto's die buiten werktijd niet gebruikt kunnen worden (bijvoorbeeld doordat de bestelauto's achter het hek van de vestigingsplaats van de werkgever blijven), vallen niet onder de autokostenfictie.
Onder voorwaarden geldt deze uitzondering ook voor bestelauto's die wel mee naar huis genomen kunnen worden. De autokostenfictie is niet van toepassing als de werkgever een verbod op het privégebruik van de bestelauto oplegt aan de werknemer. Van een dergelijk verbod is sprake indien:
- het verbod schriftelijk is vastgelegd;
- de werkgever de vastlegging van het verbod bij de loonadministratie bewaart;
- de werkgever voldoende toezicht houdt op de naleving van het verbod; én
- de werkgever een passende sanctie oplegt indien het verbod wordt overtreden.
- Bestelauto's die naar aard of inrichting uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer
De waarderingsregel van het privévoordeel (bijtelling van 25% van de cataloguswaarde) geldt niet voor bestelauto's die door de aard of inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt blijken te zijn voor vervoer van goederen. De werkgever moet het werkelijke voordeel tot het loon rekenen. Het werkelijke voordeel zal berekend moeten worden op basis van het aantal privékilometers × de werkelijke kilometerprijs.
Kilometeradministratie
Indien de werknemer geen 'verklaring privégebruik' aan de werkgever overhandigt, zal de werkgever in beginsel 25%, dan wel 14% of 20%, of in 2010 en 2011 volgens het wetsvoorstel 0%, afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto) van de cataloguswaarde van de auto als loon in aanmerking nemen. Als uit ander bewijs blijkt dat het privégebruik per kalenderjaar maximaal vijfhonderd kilometer bedraagt, kan de bijtelling achterwege blijven. In de praktijk komt het er vaak op neer dat de werknemer een sluitende kilometeradministratie moet bijhouden.
De staatssecretaris van Financiën heeft regels gegeven waaraan naar zijn opvatting een sluitende kilometeradministratie moet voldoen. Er is ten behoeve hiervan een zogenoemde rittenstaat ontwikkeld.
Per 2009 geldt een vereenvoudigde rittenadministratie. Werknemers kunnen voor bestelauto's in bepaalde gevallen volstaan met een vereenvoudigde rittenregistratie. Uitgangspunt is dat de rittenregistratie verplicht blijft, maar dat de werknemer niet meer alle ritinformatie op het registratieformulier hoeft te vermelden, zolang de informatie (zakelijke adressen) maar uit de administratie van het bedrijf kan worden gehaald. Daarbij geldt wel als voorwaarde dat de werkgever schriftelijk met de werknemer heeft afgesproken dat:
- de werknemer een vereenvoudigde rittenregistratie bijhoudt;
- privégebruik tijdens werk- en lunchtijd niet is toegestaan;
- de werkgever de zakelijke adressen in zijn (project)administratie bewaart.
De werkgever kan ook een eigen (afwijkende) afspraak maken met de werknemer over de vereenvoudigde rittenregistratie. Deze afspraak moet de werkgever vervolgens ter goedkeuring aan de belastingdienst voorleggen en de werkgever moet daarbij duidelijk aangeven waar de afspraak afwijkt van de voorbeeldafspraak.
In de vereenvoudigde rittenregistratie moet de werknemer het volgende opnemen:
Gegevens van de bestelauto:
- het merk;
- het type;
- het kenteken.
Gegevens per dag:
- de datum;
- de werktijd;
- de begin- en eindkilometerstand (begin en einde werktijd);
- een verwijzing naar de zakelijke adressen in de (project)administratie van de werkgever als de volgorde waarin de werknemer deze adressen heeft bezocht, in de (project)administratie ontbreekt.
Maakt de werknemer een privérit, dan moet hij ook de volgende gegevens in de vereenvoudigde rittenregistratie vermelden:
- de datum;
- de begin- en eindkilometerstand van de privérit;
- het vertrek- en aankomstadres.
Let op
Geen zakelijke ritten vermelden
De werknemer hoeft in de vereenvoudigde rittenregistratie geen zakelijke ritten te vermelden. Immers in de (project)administratie van de werkgever zijn de zakelijke adressen die de werknemer heeft bezocht, al aanwezig.
Collectieve afspraken met de inspecteur
Met de competente inspecteur van de werkgever kan de werkgever vooraf collectieve afspraken maken over de toepassing van het autokostenforfait van de werknemers. De collectieve afspraak geldt uitsluitend ten aanzien van werknemers die een verklaring ondertekenen, waarin is opgenomen dat de werknemer akkoord gaat met de afspraak die door tussenkomst van de werkgever is getroffen. Werknemers die al een afspraak hebben met hun inspecteur, blijven daaraan gebonden.
Als de gemaakte afspraken niet zijn nageleefd, kan de werknemer zich ter voorkoming van een bijtelling niet op de afspraak beroepen. De werknemer moet dan op een andere manier laten blijken dat de bijtelling op nihil moet worden gesteld.
Als in de afspraak tussen de werkgever en de werknemer, bijvoorbeeld in een werkgeversverklaring, meerdere van de volgende elementen voorkomen, zal de inspecteur de afspraak eerder als aanvaardbaar bewijs accepteren:
- een duidelijke omschrijving van de beperkingen die aan het privégebruik worden gesteld;
- de wijze waarop de werkgever toeziet op de naleving. Een onregelmatig reispatroon vereist bijvoorbeeld meer toezicht dan een regelmatig reispatroon;
- de wijze waarop de werkgever de gegevens van toezicht vastlegt. Hierbij kunnen bijvoorbeeld ook black-boxregistraties, werkroosters, vakantieoverzichten, ziekte- en verlofstaten, garagenota's, schaderapporten en bekeuringen als ondersteunend bewijs dienen;
- de aard van de sanctie bij het niet-nakomen van de afspraak.
Verklaring geen privégebruik
Als de werknemer de auto voor niet meer dan 500 kilometer op jaarbasis voor privédoeleinden gaat gebruiken, kan hij een 'verklaring geen privégebruik' bij de belastingdienst aanvragen. Als de belastingdienst een dergelijke verklaring afgeeft aan de werknemer, moet deze een kopie van de verklaring overhandigen aan de werkgever. De werkgever kan dan de bijtelling in verband met de auto van de zaak achterwege laten.
Als blijkt dat de verklaring ten onrechte is afgegeven, legt de belastingdienst een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet op aan de werknemer en niet aan de werkgever. De belastingdienst legt in deze situatie alleen een naheffingsaanslag op aan de werkgever als deze wist dat de 'verklaring geen privégebruik' ten onrechte was aangevraagd, omdat de werkgever weet dat de werknemer de auto voor meer dan vijfhonderd kilometer op jaarbasis gebruikt voor privédoeleinden. De werkgever is dan niet te goeder trouw. De bewijslast hiervan ligt bij de inspecteur.
De 'verklaring geen privégebruik' kan door de belastingdienst of de werknemer gedurende het kalenderjaar worden ingetrokken. Vanaf dat moment moet de werkgever de bijtelling voor het privégebruik tot het loon van de werknemer rekenen. De werkgever hoeft zijn loonadministratie niet te corrigeren met terugwerkende kracht voor de maanden waarin de werknemer wel beschikte over de verklaring geen privégebruik. De belastingdienst zal een naheffingsaanslag aan de werknemer opleggen.
Let op
'Verklaring geen privégebruik' intrekken
De belastingdienst of de werknemer kan de 'verklaring geen privégebruik' gedurende het kalenderjaar intrekken. Vanaf dat moment moet de werkgever de bijtelling voor het privégebruik tot het loon van de werknemer rekenen.
Tip
Bijtelling privégebruik achterwege laten
De werkgever kan de bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak achterwege laten als de werknemer aan de werkgever een 'verklaring geen privégebruik' aan de werkgever kan overhandigen.
Eindheffing bestelauto's met doorlopend afwisselend gebruik
Als bestelauto's, in verband met de aard van het werk, doorlopend afwisselend aan verschillende werknemers ter beschikking worden gesteld, kan de werkgever aansluiten bij de praktische regeling. De praktische regeling houdt in dat de werkgever in een dergelijke situatie de eindheffing kan toepassen op het voordeel van het privégebruik. De eindheffing bedraagt € 300,– per bestelauto op jaarbasis.
Voorbeeld 

Praktische regeling
Bij een koeriersbedrijf wordt de bestelauto op maandag en donderdag gebruikt door werknemer X, op dinsdag door werknemer Y en op woensdag en vrijdag door werknemer Z. De werkgever kan de eindheffing van € 300,– toepassen op het voordeel van het privégebruik. Overigens merken wij op dat bestelauto's die door de aard of inrichting (nagenoeg) uitsluitend geschikt blijken te zijn voor vervoer van goederen, het autokostenforfait niet van toepassing is. Als toch privé wordt gereden met deze bestelauto's, moet het werkelijke voordeel van het privégebruik worden belast.
Let op
Wisselend doorlopend gebruik bestelauto
Gebruikt werknemer X de hele week de auto, werknemer Y de daaropvolgende hele week en werknemer Z de hele week daarna, dan is er geen sprake van wisselend doorlopend gebruik van de bestelauto.
Eigen bijdrage werknemer voor privégebruik
Bij het bepalen van het loon in natura inzake de ter beschikking gestelde auto moet ook rekening worden gehouden met een eventuele vergoeding die de werknemer heeft betaald voor het privégebruik. In de praktijk komt het vaak voor dat ofwel het privégebruik is gelimiteerd – bijvoorbeeld niet tijdens vakanties – ofwel er een vergoeding voor het privégebruik moet worden betaald. Een andere variant is dat de werknemer de auto ook tijdens vakanties mag gebruiken, maar dat hij de kosten van brandstof, tolgelden, enzovoort die aan derden zijn betaald, voor eigen rekening moet nemen. In de situatie dat een werknemer aan zijn werkgever een vergoeding voor het privégebruik moet betalen, kan de werkgever deze vergoeding in mindering brengen op de bijtelling vanwege het privégebruik van de auto.
Voorbeeld 

Eigen bijdrage voor privégebruik
De cataloguswaarde van de ter beschikking gestelde auto aan de werknemer bedraagt € 25.000,–. De werknemer betaalt een vergoeding van € 113,– per maand voor het privégebruik aan de werkgever. Op jaarbasis heeft de werknemer dus een vergoeding betaald van € 1.356,–. Het door de werkgever in aanmerking te nemen loon bedraagt dan € 6.250,– (€ 25.000,– × 25%) verminderd met € 1.356,– is € 4.894,–.
Wachtdienstregeling
Als de werknemer voor een wachtdienst een auto van de zaak krijgt, worden de gereden kilometers tijdens deze wachtdienst als zakelijk aangemerkt als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De werknemer heeft geen invloed op de keuze van de aangeschafte auto.
- De werknemer beschikt in privé over een auto die voor privé net zo geschikt is of zelfs nog meer dan de auto van de zaak.
- De werknemer is tijdens de wachtdienst verplicht binnen een redelijke afstand van zijn woonplaats te blijven.
- Het aantal kilometers dat tijdens de wachtdienst wordt gereden en het aantal en de plaats van de werkzaamheden waarvoor de werknemer is opgeroepen, worden bijgehouden.
Voorbeeld 

Wachtdienstregeling
Een werknemer gaat tijdens een wachtdienst op familiebezoek met de auto van de zaak. In principe moet deze rit als privé worden aangemerkt. Als de werknemer echter een oproep van zijn werkgever ontvangt, kan de rit gedeeltelijk wijzigen in een zakelijke rit.
Autokostenforfait voor autoverkopers
In de autobranche is vaak sprake van wisselend gebruik van auto's. Hierdoor is het lastig om de grondslag voor de bijtelling van het privégebruik vast te stellen. In de Handreiking bijtelling privégebruik auto voor de autobranche staat een manier beschreven waarop werkgevers in de autobranche het voordeel van het privégebruik kunnen vaststellen. Werkgever en werknemer spreken schriftelijk een 'vaste' auto af. Een vaste auto is de auto die de werknemer na werktijd mee naar huis mag nemen. Deze waarde van deze vaste auto geldt als grondslag voor de bijtelling (of het achterwege laten daarvan) wegens privégebruik van de ter beschikking gestelde auto, ook, onder voorwaarden, wanneer de werknemer een vervangende auto gebruikt.
Let op
Handreiking bijtelling privégebruik
Met ingang van 1 januari 2009 is de Handreiking bijtelling privégebruik auto voor de autobranche van toepassing voor werkgevers in de autobranche. Voorheen gold de 'Autodealerregeling'.
In het buitenland wonende werknemers
Werknemers die in het buitenland wonen en als werknemer werkzaam zijn in Nederland, moeten in Nederland belasting betalen over de inkomsten die toerekenbaar zijn aan Nederland. Hieronder kan ook het voordeel uit een ter beschikking gestelde auto vallen.
Voorbeeld 

In buitenland wonende werknemer
Een werknemer woont in Duitsland en werkt in loondienst in Nederland voor een in Nederland gevestigde bv. Op grond van het verdrag tussen Nederland en Duitsland is de belastingheffing over deze inkomsten toegewezen aan Nederland. De werkgever moet hierbij ook rekening houden met het autokostenforfait.
Wijzigingen in de loop van een jaar
Het komt regelmatig voor dat er in de loop van een jaar mutaties plaatsvinden in het autobezit van een werknemer. In dergelijke gevallen moet het autokostenforfait 'naar tijdsgelang' worden toegepast. Voorbeelden zijn:
- Een werknemer krijgt een (nieuwe) auto.
- Een werknemer krijgt voor het eerst een auto.
- Een werknemer moet zijn auto afstaan.
Voorbeeld 

Wijzigingen tijdens het kalenderjaar
Voorbeeld 1
Een werknemer treedt op 1 maart van enig jaar in dienst en heeft vanaf dat moment de beschikking over een personenauto met een catalogusprijs van € 40.000,–. Het autokostenforfait bedraagt 8.333,– (€ 40.000,– × 25% × 10/12).
Voorbeeld 2
De werknemer heeft van 1 januari 2008 tot en met 30 april 2008 een auto van de zaak gehad met een cataloguswaarde van € 35.000,–. Van 1 mei 2008 tot en met 31 december 2008 heeft de werknemer een auto van de zaak gehad met een cataloguswaarde van € 40.000,–. Het autokostenforfait bedraagt 9.583,– (€ 35.000,– × 25% × 4/12 + € 40.000,– × 25% × 8/12).
Administratieve verplichtingen werkgever
De werkgever moet per loontijdvak in de loonaangifte bij de vraag: 'waarde privégebruik auto', het bedrag dat correspondeert met 25% van de waarde van de auto vóór aftrek van de eigen bijdrage van de werknemer opgeven. Het gaat om het tijdsevenredige bedrag, dus 25%-bijtelling op kalenderjaarbasis gedeeld door het aantal loontijdvakken, dat de werkgever hanteert. Het bedrag van de eigen bijdrage van de werknemer geeft de werkgever bij de desbetreffende vraag in de loonaangifte op. Als er sprake is van een milieuvriendelijke auto, geeft de werkgever 14% dan wel 20%, of volgens het wetsvoorstel, in 2010 en 2011 0% (afhankelijk van de CO2-uitstoot) van de waarde van de auto aan vóór aftrek van de eigen bijdrage van de werknemer.
De werkgever moet in de aangifte loonheffingen een code invullen indien geen bijtelling van de ter beschikking gestelde auto wordt toegepast. De werkgever vult in de rubriek 'Code reden geen bijtelling auto' één van de volgende codes in:
- Afspraak via werkgever met belastingdienst.
- Werknemer heeft verklaring geen privégebruik auto belastingdienst.
- Ander bewijs personen- en bestelauto.
- Doorlopend afwisselend gebruik bestelauto.
Tip
Kostenberekening maken
Het is raadzaam om voor de aanvang van een kalenderjaar een berekening te (laten) maken van enerzijds de (netto)gevolgen van de bijtelling van het autokostenforfait en anderzijds van die van het verstrekken van een kilometervergoeding (bovenmatig deel). Daarnaast spelen uiteraard voor beide opties de kosten die de werkgever moet maken, een medebepalende rol.
