Door: Mr. I. van de Pas, De Voort Hermes De Bont | redactie HRpraktijk | 12 november 2009
In verband met de slechte financiële situatie fuseert stichting A met stichting B. Beide organisaties hebben een ondernemingsraad, die advies mag uitbrengen over de voorgenomen fusie. De bestuurder van A geeft aan dat hij het advies van de ondernemingsraad op het punt van de gestelde voorwaarde over het blijven uitoefenen van medezeggenschap op de locatie A niet overneemt.
Op 1 juli 2009 gaan A en B via een activa/passiva-transactie samen. A is daarmee een van de vestigingen van B geworden. De ondernemingsraad A stelt dat hij niet is opgehouden te bestaan ten gevolge van de transactie, aangezien de onderneming A als zelfstandige onderneming binnen B blijft voortbestaan. B stelt dat A niet meer kan worden aangemerkt als een ‘in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband’.
Zelfstandige eenheid
In artikel 1 lid 1 sub c WOR wordt het begrip onderneming gedefinieerd als elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst arbeid wordt verricht. Daarbij is bepalend of het gaat om een samenwerkingsverband dat in de maatschappij als zelfstandige eenheid optreedt. Organisatorische onafhankelijkheid en juridische zelfstandigheid in een afzonderlijke rechtsvorm is niet noodzakelijk. Van optreden als zelfstandige eenheid is met name sprake wanneer de onderneming haar goederen of diensten rechtstreeks aan het publiek aanbiedt en als zodanig zelfstandig overeenkomsten met derden afsluit. Het gaat dus om de vraag of de onderneming zich onder een eigen naam aan het publiek presenteert.
Eigen naam
De identiteit van A is na de overname als zelfstandige eenheid met een eigen identiteit blijven bestaan. Na het samengaan is het zorgconcept van A, dat afwijkt van het zorgconcept van B, in stand gebleven. Deze identiteit blijkt ook uit het fusiedocument, de tekst op de huidige website van A en het briefpapier. De naam A blijft dan ook centraal staan in de communicatie van deze locatie van B naar buiten toe. Dit alles leidt tot de conclusie dat de aan de onderneming verbonden ondernemingsraad A nog bestaat.
Uit de parlementaire geschiedenis van de WOR blijkt dat de onderneming en de ondernemingsraad een ongedeelde eenheid vormen. Als de onderneming van de vervreemder na overname door de verkrijger als onderneming blijft bestaan, blijft ook de aan de onderneming verbonden ondernemingsraad bestaan. Is er na de overname geen onderneming in de zin van de WOR, dan houdt de ondernemingsraad wel op te bestaan.
Kantonrechter Leeuwarden 14 oktober 2009, LJN: BK0226
Meer over dit onderwerp
Gerelateerde artikelen
Reacties (0)
19/07/2010 Heeft een onvolledig...
05/07/2010 Uitlatingen lid ondernemingsraad in...
18/06/2010 SER stelt bedrijfscommissies Markt I...
16/06/2010 Meer efficiency bij geschillen tussen...
25/05/2010 Weigering betaling wegens ontbreken...
03/03/2010 Ook individuele werknemer kan beroep...
01/02/2010 Geen instemmingsrecht OR bij...
22/09/2009 Ondernemingsraad heeft geen...
07/09/2009 WOR-bijdrage opnieuw ter discussie
10/07/2009 ‘Ondernemingsraden van ABN Amro...
Download gratis rapporten met waardevolle HR-vakinformatie.
Stelt u specifieke HR-vragen het liefst direct aan vakkundige specialisten?
De wet is voor elk advocatenkantoor gelijk. Het zijn de mensen die het verschil maken. Bij Van Diepen Van der Kroef zijn dat advocaten die het beste willen zijn in wat ze doen. Die er met u alles aan doen om uw zaak tot een goed einde te brengen. www.vandiepen.com