Door: Jessica Hartkoorn, Uilhoorn & Fritse Advocaten | redactie HRpraktijk | 30 januari 2012
De werkgever heeft de werknemer binnen de proeftijd ontslagen. De werknemer is van mening dat dit ontslag niet rechtsgeldig is, omdat de proeftijd niet schriftelijk is overeengekomen. De rechter stelt de werknemer in hoger beroep in het gelijk.
Op 31 januari 2011 heeft de werkgever de werknemer een brief gestuurd met informatie betreffende de duur van de arbeidsovereenkomst, de hoogte van het salaris, het aantal arbeidsuren per werkweek, de proeftijd en de van toepassing zijnde CAO Jeugdzorg. De werknemer heeft deze brief niet ondertekend, en een arbeidsovereenkomst is niet opgesteld. Op 25 februari 2011 laat de werkgever aan de werknemer weten dat de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd wordt beëindigd.
Naar het oordeel van de rechter in hoger beroep strekt het opnemen van het bij wet bepaalde schriftelijkheidsvereiste niet alleen tot duidelijkheid bij partijen, maar ook om het belang van de werknemer te beschermen. Als partijen mondeling overeenstemming hebben bereikt over het proeftijdbeding volstaat een eenzijdige schriftelijke bevestiging. In andere gevallen moet de werknemer ten minste een handtekening hebben gezet onder de arbeidsovereenkomst of onder het document dat verwijst naar het proeftijdbeding. Aangezien in dit geval onder de brief geen handtekening van de werknemer staat is er geen geldig proeftijdbeding aangegaan. Het hof kent aan de werknemer een schadevergoeding toe van € 8.000.
Gerechtshof Leeuwarden, 13 december 2011, LJN BU8236
Ter voorkoming van discussies is het verstandig de werknemer voor de proeftijd te laten tekenen.
Meer over dit onderwerp
Aan de slag met arbeidsovereenkomsten voor bepaalde of onbepaalde tijd? Met dit rapport beschikt u over de ultieme handleiding om aan de slag te kunnen, met o.a.:
Zoek verder op
Aan de slag met Arbowet, -beleid en omstandigheden