HRpraktijk

Home

BELONEN EN ARBEIDSVOORWAARDEN
 
Home  >  Kennisbank Belonen en Arbeidsvoorwaarden  >  Artikelen  >  Vakantiegeld: tips voor uitbetaling


Kennisbank Belonen en Arbeidsvoorwaarden

kennisbank belonen en arbeidsvoorwaarden

 

Actuele rapporten

ACTUELE RAPPORTEN

Download direct actuele rapporten over de werkkostenregeling of verlog. Met handige stappenplannen, tips, praktische modellen en voorbeeldcases.

Naar rapporten-centrum  

 

Inhoudsopgave

Vakantiegeld: tips voor uitbetaling

Geschreven door: Jacqueline Nietveld* X Jacqueline Nietveld
1

De loontoeslag die de meeste werknemers in mei ontvangen heet eigenlijk geen vakantiegeld. Deze term is namelijk officieel gereserveerd voor de loondoorbetaling tijdens vakantiedagen. Wanneer er echter over vakantiegeld wordt gesproken, wordt meestal de jaarlijkse vakantiebijslag bedoeld. Of werknemers deze bijslag daadwerkelijk voor vakantie gebruiken, is aan henzelf. Zij mogen zelf bepalen hoe zij het geld besteden. De uitbetaling van het vakantiegeld is aan een aantal regels gebonden. Deze regels zijn voor u in dit artikel in kaart gebracht en nader toegelicht. Daarnaast wordt u geattendeerd op een veelvoorkomend misverstand.

In dit artikel:

Vakantiegeld: tips voor uitbetaling

De vakantiebijslag is geregeld in de Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag (WMM). Hierin staat dat werknemers het recht hebben op minimaal 8% vakantiebijslag over hun loon tot een bepaald maximum. De WMM geldt ook voor handelsagenten die op basis van een agentuurovereenkomst meestal voor één opdrachtgever werken. Ambtenaren vallen niet onder de WMM. Voor hen is het vakantiegeld via de Ambtenarenwet geregeld.

Ook in de cao kunnen afspraken staan over de vakantiebijslag. Hierin kunnen bijvoorbeeld afspraken zijn gemaakt over het tijdstip of de wijze van uitbetalen.

Meer dan drie maal het minimumloon? De werkgever hoeft over het meerdere geen vakantiebijslag te betalen. Zie voor meer informatie over het minimumloon Werkkostenregeling.

Hoogte van het vakantiegeld

De werkgever is verplicht om zijn werkgevers een vakantiebijslag van 8% van hun loon uit te keren. Alleen wanneer de werknemer meer verdient dan drie maal het wettelijk minimumloon, hoeft er volgens de WMM over het meerdere geen vakantiebijslag te worden betaald. Dit betekent dat er voor hen dus een vast bedrag geldt van 8% van drie keer het minimumloon.

Van de WMM kan in cao's of personeelshandboeken alleen worden afgeweken ten gunste van de werknemer. Bedingen in de arbeidsovereenkomst ten nadele van de werknemer zijn nietig. Alleen bij werknemers die een salaris ontvangen van meer dan driemaal het minimumloon kan in de arbeidsovereenkomst worden overeengekomen dat zij minder vakantiebijslag krijgen.

De hoogte van de maximering die in de WMM geldt voor werknemers met een salaris van meer dan drie maal het minimumloon is dus afhankelijk van de hoogte van het minimumloon. De vakantiebijslag wordt meestal berekend over de periode van 1 juni tot en met 31 mei. In deze periode heeft dit keer tweemaal een wijziging van het minimumloon plaatsgevonden, namelijk op 1 januari en op 1 juli van het kalenderjaar.

  Let op

Vakantiebijslag opgenomen in arbeidscontract

Hoewel de vakantiebijslag bij wet is geregeld, komen de werkgever en de werknemer ook vaak in de arbeidsovereenkomst overeen dat de vakantiebijslag 8% van het loon bedraagt. In dat geval geldt de maximering uit de WMM bij drie maal het minimumloon niet, omdat in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen dat de vakantietoeslag over het gehele loon wordt berekend.

Vakantiebijslag over brutoloon

Vakantiebijslag wordt berekend over het bruto loon. Tot het loon behoort bijvoorbeeld ook provisie, gevarengeld of een prestatietoeslag. Andere, niet direct aan het dienstverband verbonden betalingen gelden niet als loon. Zo hoeft de werkgever geen vakantiebijslag te betalen over verdiensten uit overwerk, uitkeringen bij bijzondere gelegenheden (zoals een jubileumuitkering) winstuitkeringen en (bruto)kostenvergoedingen. In de WMM staat uitdrukkelijk vermeld dat ook over de vergoeding die de werkgevers in het kader van de Zorgverzekeringswet aan hun werknemers betalen, geen vakantiebijslag betaald hoeft te worden. Zie voor meer informatie over kostenvergoedingen Werkkostenregeling.

  Let op

Vakantiegeld ook over uitbetaalde vakantiedagen

U moet ook vakantiegeld over uitbetaalde vakantiedagen uitbetalen. Als de werknemer deze dagen gewoon had opgenomen, had u immers over het loon tijdens de vakantie ook vakantiegeld betaald. Dit is een veelvoorkomend misverstand.

Tijdstip van uitbetaling

De meeste werkgevers keren de vakantiebijslag uit in mei. De WMM schrijft voor dat uiterlijk in juni de vakantiebijslag moet zijn betaald. Het is toegestaan met een schriftelijke overeenkomst af te wijken van deze regel en af te spreken dat de vakantiebijslag vaker of op een ander tijdstip wordt uitbetaald. De uitbetaling moet wel ten minste eenmaal per kalenderjaar blijven plaatsvinden. Dit betekent dat de vakantiebijslag ook elke maand uitgekeerd mag worden. In de arbeidsovereenkomst wordt dan gewoonlijk opgenomen dat het salaris inclusief vakantiegeld is.

Houd er in dat geval rekening mee dat de hoogte van de vakantiebijslag wel vermeld moet worden bij de uitbetaling. Wanneer de werknemer uit dienst treedt, dan is de vakantiebijslag altijd direct verschuldigd over het tot dan toe verdiende loon.

  Let op

Speciaal tarief

De werkgever houdt op het moment van betaling van de vakantiebijslag loonheffingen in en draagt deze af. Omdat het een bijzondere beloning betreft geldt een speciaal tarief. Het tarief uit de tabel bijzondere beloningen.

Pas op voor te late betaling van de vakantiebijslag, want net als bij te laat uitbetaald loon kan de werknemer dan aanspraak maken op een verhoging. Deze verhoging bedraagt voor de vierde tot en met de achtste werkdag 5% per dag en voor elke volgende werkdag 1%, tot een maximum van 50% van het verschuldigde bedrag. De rechter kan de verhoging wel naar billijkheid matigen.

De verjaringstermijn van een vordering op de vakantiebijslag wijkt af van een gewone loonvordering. Een 'gewone' loonvordering verjaart vijf jaar na het tijdstip waarop de uitbetaling had moeten plaatsvinden, terwijl een vordering op de vakantiebijslag al na twee jaar verjaart. Doe wel expliciet een beroep op verjaring wanneer een werknemer nog achterstallige vakantiebijslag vordert. Zonder dit expliciete beroep zal de rechter de verjaring niet in acht nemen.

Bij een voorschot op het loon moet de werkgever de loonheffingen inhouden op het tijdstip waarop hij het voorschot aan de werknemer uitbetaalt.

  Let op

Voorschot op salaris

Als u uw werknemer in februari een voorschot op zijn vakantiegeld geeft, heeft hij dat voorschot vanaf mei (de maand waarin u vakantiegeld uitbetaalt) in het vorige kalenderjaar al opgebouwd. Er is dan geen sprake van een personeelslening. Vergeet dan niet een salarisberekening te maken en hierbij loonheffingen in te houden en af te dragen.

Voor meer informatie over de personeelslening zie Werkkostenregeling.

Vakantiebonnen

In sommige gevallen betaalt de werkgever de vakantiebijslag niet rechtstreeks uit, maar gebeurt dit door een speciaal fonds. Dit is dan in de cao vastgelegd en komt vooral voor in bedrijfstakken waarin werknemers veel van werkgever wisselen. De werknemer krijgt dan van zijn werkgever vakantiebonnen als hij een bepaald aantal dagen of uren heeft gewerkt.

Hierbij kan het gaan om bonnen die recht geven op zowel vakantiebijslag als op vakantiegeld (het doorbetalen van loon gedurende de vakantie). De bonnen kan de werknemer inleveren bij het fonds die vervolgens de vergoedingen uitbetaalt. Bij dit fonds heeft de werkgever de bonnen verkregen door daarvoor een vergoeding te betalen. Door het inleveren van deze bonnen kan de werknemer zijn recht op vakantiebijslag en het vakantiegeld verzilveren.

Vakantietoeslag en werkkostenregeling

Voor de fiscale behandeling van vakantietoeslag onder de werkkostenregeling verwijzen wij u naar het artikel Werkkostenregeling.

 

02BA=0170