Opbouw van ouderdomspensioen
Bij de pensioenopbouw moet onderscheid worden gemaakt tussen het basispensioen (de AOW) en het aanvullende pensioen. Het basispensioen wordt opgebouwd in een periode van 50 jaar ( 15-65 jaar).
Het aanvullende pensioen wordt fiscaal 'gefacilieerd', het wordt inhoudelijk beïnvloed door de fiscale bepalingen. Dit zijn dan met name de bepalingen in de Wet op de loonbelasting 1964. Overigens geeft ook de Pensioen- en spaarfondsenwet regels waaraan pensioenregelingen moeten voldoen.
De Wet op de loonbelasting 1964 geeft voor het ouderdomspensioen, het nabestaandenpensioen en het wezenpensioen specifieke regels voor de opbouw. De opbouw is mogelijk volgens de verschillende stelsels die in dit artikel worden besproken.
In dit artikel:
- Eindloonstelsel
- Middelloonstelsel
- Beschikbare premiestelsel
- Belastingen
- Dienstjaar
- Pensioengevend loon
- Hoogte van het pensioen
- Indexering van pensioen: waardevast of welvaartsvast

Nog geen login voor Kennisbank Personeelspraktijk?
Word lid in drie stappen en krijg direct toegang tot:
- onbeperkt, persoonlijk hr-advies van specialisten;
- tientallen tools, checklists en voorbeelddocumenten;
- waardevolle cases, jurisprudentie en wet- en regelgeving.
