HRpraktijk

Home

GEZONDHEIDSBELEID
 
Home  >  Kennisbank Gezondheidsbeleid  >  Artikelen  >  Wet arbeid en zorg: verlofvormen


Kennisbank Gezondheidsbeleid

kennisbank gezondheidsbeleid

 

Actuele rapporten

ACTUELE RAPPORTEN

Download direct actuele rapporten om uw verzuim terug te dringen. Met handige stappenplannen, tips, praktische modellen en voorbeeldcases.

Naar rapporten-centrum  

 

Inhoudsopgave

Wet arbeid en zorg: verlofvormen

Geschreven door: mr. Jan Mathies* X mr. Jan Mathies
Ruim 20 jaar werkzaam op het gebied van arbeidsrecht en sociale zekerheid.
1

Hoe helpt u uw werknemer werk en zorgtaken te combineren? Hiervoor zijn verschillende vormen van verlof geregeld via de Wet arbeid en zorg (WAZO). Naast het bekende zwangerschaps- en bevallingsverlof zijn er calamiteitenverlof, zorgverlof, kraamverlof, adoptieverlof, ouderschapsverlof en sabbatical leave. Al deze verlofvormen worden in dit artikel besproken.

Zo kan de partner van de moeder kraamverlof opnemen bij de geboorte van een kind. Ook adoptieouders krijgen verlof, bijvoorbeeld om het kind op te halen en om aan elkaar te wennen. Ouderschapsverlof kan – flexibel – worden opgenomen tot het kind acht jaar is.

Eén op de acht werkenden is tegelijkertijd ook gepland of soms acuut mantelzorger voor familieleden of anderen. Regel een sabbatical leave goed met uw werknemer want soms zijn er gevolgen voor inkomensafhankelijke regelingen, zoals huursubsidie en rechtsbijstand. Verlof kan bij elkaar worden gespaard via verlofdagen of een levensloopregeling.

In dit artikel:

Wet arbeid en zorg: verlofvormen

Vormen van verlof

Er zijn tegenwoordig verschillende vormen van verlof zodat niet elke afwezigheid als ziekteverzuim wordt bijgeschreven. Welke hedendaagse vormen van verlof zijn er?

Calamiteitenverlof

Kortdurend zorgverlof

Langdurig zorgverlof

Zwangerschapsverlof

Kraamverlof

Adoptieverlof

Ouderschapsverlof

Sabbatical leave

Calamiteitenverlof

Het calamiteitenverlof geeft werknemers het recht om in onvoorziene situaties die niet kunnen worden uitgesteld, korte tijd betaald verlof op te nemen om de eerste noodzakelijke voorzieningen te treffen.

Kenmerken calamiteitenverlof

  • Calamiteitenverlof is bedoeld voor kortdurende afwezigheid van de medewerker, bijvoorbeeld door bevalling van de partner, een sterfgeval in de familie, een plotseling ziek geworden kind of een gesprongen waterleiding.
  • Calamiteitenverlof betreft een beperkte tijd: een paar uur of hooguit een enkele dag. De duur van het verlof moet in ieder geval in verhouding staan tot de aard van het noodgeval en de hoeveelheid privéverplichtingen die dat met zich meebrengt. Wanneer ook aan de voorwaarden van het kortdurend zorgverlof wordt voldaan, eindigt het calamiteitenverlof na één dag en gaat het over in kortdurend zorgverlof.
  • Als werkgever moet u een redelijk verzoek om calamiteitenverlof altijd toekennen. Bovendien bent u verplicht het salaris gewoon door te betalen, tenzij in een persoonlijke arbeidsovereenkomst, de cao of met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging andere afspraken zijn gemaakt.
  • Als werkgever hebt u het recht om het calamiteitenverlof (binnen bepaalde grenzen) aan te merken als gewone vakantiedagen. De werknemer moet hiermee wel uitdrukkelijk akkoord gaan.
  • In september 2011 is het wetsvoorstel voor modernisering van verlofregelingen ingediend. In het wetsvoorstel wordt verduidelijkt wanneer recht bestaat op calamiteitenverlof: bij onvoorziene omstandigheden die het onmiddellijk onderbreken van het werk vergen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij spoedeisend, onvoorzien of niet buiten werktijd te plannen doktersbezoek.

Kortdurend zorgverlof

Werknemers hebben recht op betaald zorgverlof. De maximale duur van het verlof is jaarlijks twee keer het aantal uren dat de werknemer per week werkt. Dit betekent dat een werknemer die fulltime werkt, jaarlijks recht heeft op maximaal tien dagen zorgverlof. Een werknemer die in deeltijd werkt, krijgt minder dagen verlof. Iemand die bijvoorbeeld 32 uur per week werkt, heeft recht op acht dagen verlof (64 uur).

Kenmerken kortdurend zorgverlof

  • Dit verlof geldt voor de verzorging van thuiswonende zieke kinderen, pleegkinderen of de partner en voor de verzorging van zieke ouders. Het wetsvoorstel voor modernisering van verlofregelingen, dat in september 2011 is ingediend, wil het zorgverlof uitbreiden. Straks geldt dit ook bij verzorging van andere huisgenoten.
  • De werknemer kan alleen voor verlof in aanmerking komen zolang de zorg noodzakelijk is. Bovendien geldt dat alleen hij of zij de zieke kan verzorgen. De werknemer krijgt dus geen verlof als bijvoorbeeld de partner de zorg ook op zich kan nemen.
  • Voor de eerste noodmaatregelen die moeten worden getroffen, kan een werknemer calamiteitenverlof opnemen (in dit geval maximaal één dag).
  • Lukt het niet om voor de verdere zorg een goede oplossing te vinden, dan kan onder de eerdergenoemde voorwaarden gebruik worden gemaakt van het tiendaags zorgverlof.
  • Werknemers die kortdurend zorgverlof opnemen, krijgen 70% van het loon doorbetaald. De werkgever is voor de helft van de kosten gecompenseerd door een algemene lastenverlichting.
  • In principe heeft iedere werknemer in dienstverband recht op kortdurend zorgverlof en moet u, als werkgever een verzoek om kortdurend verlof dat voldoet aan de voorwaarden, altijd toekennen. Alleen op grond van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang kunt u zich tegen het opnemen van het verlof verzetten.
  • Het is mogelijk om in de cao andere afspraken te maken over het recht op verlof, de duur en de betaling. Bij afwezigheid van een cao of het ontbreken van een specifieke afspraak over dit onderwerp in de cao mag u afwijkende afspraken maken met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging.

Langdurig zorgverlof

Een werknemer heeft recht op langdurig onbetaald zorgverlof om een naaste met een levensbedreigende ziekte te verzorgen. De werknemer kan jaarlijks maximaal zes keer het aantal arbeidsuren per week aan verlof opnemen. Dit recht bestaat naast het kortdurend zorgverlof. Onder een naaste wordt verstaan een partner, een kind of een ouder. Het wetsvoorstel voor modernisering van verlofregelingen maakt het straks ook mogelijk om voor de verzorging van andere huisgenoten verlof op te nemen. De werknemer kan daarbij zelf kiezen hoe en wanneer hij het verlof opneemt. De werkgever kan een dergelijk verlof afwijzen op grond van een zwaarwegend bedrijfsbelang.

  Let op

Consequenties langdurig zorgverlof

Door onbetaald verlof op te nemen doet de verlofnemer tijdelijk vrijwillig afstand van zijn salaris. Dit heeft gevolgen voor 'inkomensafhankelijke regelingen' als huursubsidie, kinderopvang en rechtsbijstand, maar soms ook voor het pensioen, ziektekosten- en sociale verzekeringen. Informeer uw werknemer van tevoren over deze financiële consequenties.

  Voorbeeld  

Rouwverlof

In steeds meer cao's worden afspraken gemaakt over rouwverlof. Zo kunnen werknemers bij timmerbedrijven bij een sterfgeval van een partner, kind of ouder tien dagen rouwverlof krijgen, waarbij het loon voor 85% wordt doorbetaald.

Zwangerschapsverlof

Zwangerschaps- en bevallingsverlof is geen ziekteverlof. De werkneemster heeft recht op onbetaald verlof en kan via de werkgever een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO) aanvragen bij UWV. Een werkneemster die zwanger is, heeft recht op minstens zestien weken zwangerschaps- en bevallingsverlof. Tijdens het verlof ontvangt zij een uitkering die net zo hoog is als het ziektewetdagloon ofwel 100%. Als peilperiode geldt het laatste loontijdvak voor het verlof (zie voor meer informatie de Zwangerschapsverlofmanager).

Kenmerken zwangerschapsverlof

  • Uw werkneemster vertelt u dat zij zwanger is en geeft u een zwangerschapsverklaring van de verloskundige, huisarts of specialist met de vermoedelijke datum van de bevalling.
  • U, als werkgever, stuurt de verklaring naar UWV, die de uitkering tijdens het verlof verzorgt. Ontvangt u de uitkering, dan kunt u tijdens het verlof het salaris doorbetalen. Krijgt de werkneemster de uitkering zelf, dan mag u deze op het salaris inhouden.
  • De werkneemster bepaalt in overleg met u wanneer het zwangerschapsverlof precies ingaat.
  • De werkneemster heeft altijd recht op minstens tien weken verlof na de bevalling. Is zij bijvoorbeeld zes weken van tevoren gestopt met werken en is de baby twee weken te laat, dan worden er twee weken opgeteld bij de acht verlofweken die nog over zijn. In het wetsvoorstel voor modernisering van verlofregelingen is een aparte regeling opgenomen die voorziet in een verlenging van het bevallingsverlof als het kind tijdens het bevallingsverlof in het ziekenhuis wordt opgenomen.
  • Sinds 1 januari 2011 krijgt de werkneemster gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof nog maar één uitkering over de gehele periode en niet meer twee aparte uitkeringen.
  • Na het zwangerschapsverlof kan een werkneemster ervoor kiezen tijdelijk minder te gaan werken (zie voor meer informatie Ouderschapsverlof).
  • Als de werkneemster na het zwangerschapsverlof nog niet kan werken als gevolg van de bevalling of zwangerschap, heeft zij maximaal 104 weken aaneengesloten recht op een ziektewetuitkering. De uitkering is net zo hoog als het ziektewetdagloon.
  • De periode van het zwangerschaps- en bevallingsverlof telt niet mee voor de periode van 104 weken in het kader van de loondoorbetalingsplicht van de werkgever.

  Voorbeeld  

Ziekte en zwangerschaps-/bevallingsverlof

Marijke is zwanger en meldt zich ziek op 29 mei 2009 op grond van psychische klachten, die geen relatie hebben met haar zwangerschap. Haar werkgever heeft op grond van het Burgerlijk Wetboek een loondoorbetalingsplicht bij ziekte. Op 9 augustus 2009 gaat het zwangerschaps- en bevallingsverlof van Marijke in. Er geldt geen cao in de bedrijfstak waar Marijke werkt en de werkgever wil dat de uitkering krachtens de Wet arbeid en zorg rechtstreeks wordt uitbetaald aan Marijke. Haar werkgever zet de loondoorbetaling tijdelijk stop. Hoewel zwangerschap en bevalling zonder complicaties verlopen en het verlof na zestien weken op 30 november 2009 eindigt, blijkt dat Marijke het werk niet kan hervatten omdat de eerdergenoemde psychische klachten nog steeds aanwezig zijn. Op 30 november 2009 eindigt de zwangerschaps- en bevallingsuitkering volgens de Wet arbeid en zorg en is de werkgever op grond van het Burgerlijk Wetboek weer verplicht tot loondoorbetaling. Deze loonbetalingsverplichting duurt tot 21 september 2011, omdat de duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof niet meetelt voor de periode van de loondoorbetalingsplicht van de werkgever bij ziekte.

Schema ziekte en zwangerschaps-/bevallingsverlof

29 mei 2009 9 augustus 2009 30 november 2009 21 september 2011
10 weken16 weken94 weken104 weken
Loondoorbetaling bij ziekteZwangerschaps- en bevallingsverlofLoondoorbetaling bij ziekteEventueel WIA-uitkering

Ontslag bij zwangerschap of na bevalling

U mag een zwangere werkneemster niet ontslaan, ook niet tijdens de eerste twaalf weken na de bevalling. Alleen in speciale gevallen is ontslag mogelijk, zoals in geval van ontslag op staande voet, om dringende redenen, bij faillissement of wanneer de werkneemster zelf ontslag neemt.

Kraamverlof

Tot vier weken na de thuiskomst van een pasgeboren kind heeft de vader (of de partner die het kind erkent) recht op een kraamverlof van twee werkdagen met doorbetaling van het salaris. Behalve kraamverlof kan de vader verlof opnemen om bij de bevalling aanwezig te zijn en om geboorteaangifte te doen bij de burgerlijke stand. Dat wordt kortverzuimverlof genoemd en valt onder de regeling calamiteitenverlof. Ook adoptieouders hebben voor wettelijke verplichtingen in verband met de komst van hun kind (zoals het doen van aangifte) recht op verlof.

  Let op

Afwijkende afspraken kraamverlof

Werkgevers en werknemers kunnen in de cao andere afspraken maken over recht, duur en betaling van het kraamverlof. Bij afwezigheid van een cao of het ontbreken van een specifieke afspraak hierover in de cao, mag u met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging afwijkende afspraken maken.

Adoptieverlof

Adoptieouders hebben ieder het recht op vier weken aaneengesloten betaald adoptieverlof. Ook pleegouders kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op dit verlof. Het verlof moet worden opgenomen in een periode van achttien weken, die ingaat twee weken voor de beoogde adoptie. Het wetsvoorstel voor modernisering van verlofregelingen dat in september 2011 is ingediend, wil deze termijn wijzigen. Straks kan het verlof worden opgenomen in een periode van 26 weken die vier weken voor de feitelijke adoptie begint. Het verlof hoeft dan ook niet meer aaneengesloten te worden opgenomen .

Kenmerken adoptieverlof

  • Het adoptie- en pleegzorgverlof is bedoeld om het kind op te halen en om samen tijd door te brengen om aan elkaar te wennen.
  • Voor pleegouders geldt als voorwaarde dat er sprake is van duurzame plaatsing van het kind in het gezin.
  • Tijdens het verlof ontvangen beide ouders een uitkering van UWV. De uitkering is gelijk aan het salaris met als maximum het maximumdagloon.

Ouderschapsverlof

Ouders kunnen per kind onder de acht jaar één keer ouderschapsverlof opnemen voor de opvoeding en verzorging. Deze verlofvorm wordt niet betaald, maar doorbetaling van het loon wordt wel fiscaal gestimuleerd. Het ouderschapsverlof geldt ook voor adoptieouders en werknemers die blijvend de verzorging en opvoeding van een kind op zich hebben genomen én met het kind op hetzelfde adres wonen (bijvoorbeeld pleegouders). Tijdens het verlof blijft de arbeidsovereenkomst gewoon gelden. Dit betekent dat de werknemer in principe zijn eigen functie behoudt.

Kenmerken ouderschapsverlof

  • De omvang van het verlof hangt af van het dienstverband: maximaal 26 keer het aantal uren dat een werknemer per week werkt. Werkt een werknemer bijvoorbeeld 32 uur per week, dan komt het verlof uit op 832 uur (26 × 32). (Tot 1 januari 2009 had de werknemer slechts recht op de helft van dit aantal weken verlof.)
  • De standaardvorm voor het ouderschapsverlof is de helft van het aantal uren dat de werknemer per week werkt. Met een werkweek van 32 uur heeft de werknemer dus recht op zestien uur verlof per week. De overige zestien uur wordt gewoon gewerkt. Na maximaal twaalf maanden (of eerder wanneer het totaalaantal verlofuren van 832 is opgebruikt) gaat hij weer over op de oude werkweek van 32 uur.
  • Als werkgever kunt u desgevraagd ook toestemming geven om het verlof anders in te vullen, bijvoorbeeld meer uren verlof per week of minder uren verlof per week over een langere periode. Bijvoorbeeld: de werknemer werkt 32 uur per week en wil graag één dag (acht uur) per week ouderschapsverlof. Met zijn recht op 832 uur verlof duurt de verlofperiode dan 104 weken (832/8). Ook kunt u akkoord gaan met fulltime verlof. Bij een werkweek van 32 uur en totaal 832 uren verlof kan de werknemer 26 weken met volledig verlof (832/32).
  • De wet maakt het mogelijk het ouderschapsverlof in maximaal zes delen van ten minste een maand op te nemen tot het kind acht jaar is.
  • Als een werkneemster tijdens het ouderschapsverlof recht krijgt op zwangerschaps- en bevallingsverlof, eindigt het ouderschapsverlof. Ze mag het restant van het ouderschapsverlof op een later tijdstip opnemen.
  • Ouderschapsverlof in de standaardvorm kunt u nooit weigeren. De werknemer heeft altijd recht op de standaardvorm van de helft van de arbeidsduur per week. Tegen een andere vorm kunt u zich verzetten als daar 'gewichtige redenen' voor zijn. In een kleine onderneming bijvoorbeeld kan een fulltime verlof onoverkomelijke problemen veroorzaken. Kunt u dit aantonen, dan mag u het verzoek afwijzen. Samen met de werknemer zoekt u dan naar een oplossing die niet schadelijk is voor het bedrijfsbelang en evenmin voor het belang van de werknemer.

Ontwikkelingen ouderschapsverlof

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil het ouderschapsverlof aanpassen. Het wetsvoorstel voor modernisering van verlofregelingen voorziet in de volgende wijzigingen:

  • Het verlof moet in kunnen gaan vanaf het moment dat de werknemer bij de werkgever in dienst komt.
  • Het verlof kan voor verschillende perioden en in elk patroon worden opgenomen, tenzij er sprake is van een zwaarwegend bedrijfsbelang.
  • De werkgever moet binnen vier weken reageren op een verzoek om ouderschapsverlof.
  • Als een werknemer naar een andere werkgever gaat, moet de oude werkgever hem desgevraagd een verklaring meegeven waaruit blijkt hoeveel ouderschapsverlofsaldo hij nog heeft.

Sabbatical leave

Als een werknemer er een langere periode tussenuit wil zonder zijn baan op te zeggen, kan hij een 'sabbatical leave' overwegen. Om tijdens het verlof verzekerd te zijn van een inkomen kan hij het verlof opsparen. Een sabbatical leave is een vorm van langdurig onbetaald verlof die niet wettelijk is geregeld, wel kunnen hierover afspraken staan in de cao of arbeidsvoorwaarden.

Kenmerken sabbatical leave

  • Het opnemen van langdurig verlof volgens sabbatical leave heeft geen gevolgen voor de rechtspositie van de werknemer.
  • Anders dan bij vakantie loopt het verlof bij ziekte wel gewoon door.
  • Het is voor beide partijen zinvol duidelijke afspraken te maken over de arbeidsovereenkomst en allerlei secundaire arbeidsvoorwaarden zoals verzekeringen, pensioen, leaseauto en dertiende maand.
  • Als werkgever staat het u vrij om een 'sabbatical leave' gedeeltelijk of volledig te vergoeden, maar doorgaans krijgt de werknemer tijdens het verlof geen salaris doorbetaald. Een manier om verzekerd te zijn van inkomen tijdens de verlofperiode is door het verlof op te sparen. Daarvoor bestaat sinds 2006 de levensloopregeling. Alleen wie nú een sabbatical wil, heeft daar nog niet veel aan, want er is nog niet lang genoeg gespaard. Gelukkig kunnen velen nog terugvallen op de vroegere verlofspaarregelingen, waar misschien lang voor gespaard is.
  • Wanneer een werknemer vakantiedagen spaart, leidt een gespaarde verlofdag nu tot een verlofdag in de toekomst met doorbetaling van het dan geldende salaris. Hij mag zowel vakantiedagen als overwerk- en atv-uren (onbelast) sparen tot een maximum van vijftig weken. Spaart hij meer dan 50 weken vakantie, dan moet over het meerdere (direct) belasting worden betaald.
  • Door onbetaald verlof op te nemen doet de verlofnemer tijdelijk vrijwillig afstand van zijn salaris. Dit heeft gevolgen voor de 'inkomensafhankelijke regelingen' als huursubsidie, kinderopvang en rechtsbijstand, maar soms ook voor het pensioen, de ziektekosten en de sociale verzekeringen. Informeer uw werknemer van tevoren over deze financiële consequenties.

  Let op  

Levensloopregeling en/of vakantiedagen sparen

Een levensloopregeling is een voor de werknemer fiscaal aantrekkelijke manier om verlof te sparen voor een langere, onbetaalde verlofperiode. Aan de regeling is een aantal voorwaarden verbonden.

  • De werknemer mag jaarlijks maximaal 12% van het brutoloon sparen.
  • De werknemer mag in totaal 2,1 jaarsalarissen sparen.
  • De verlofperiode bedraagt maximaal drie jaar.
  • Het verlof kan eventueel in deeltijd worden opgenomen.

Naast de levensloopregeling kan de werknemer er ook voor kiezen om vakantiedagen te sparen. Een combinatie van de twee is ook mogelijk. De levensloopregeling wordt waarschijnlijk per 1 januari 2013 vervangen door een vitaliteitsregeling.

  Tip  

Cao-afspraken zorgtaken

In 85% van de cao's zijn afspraken gemaakt waardoor werknemers hun werk gemakkelijker kunnen combineren met zorgtaken, scholing en vrije tijd. Zorg ervoor dat uw leidinggevenden deze cao-bepalingen kennen en kunnen toepassen. Zorg ervoor dat uw leidinggevenden het oude gedrag ('mijn kind is ziek, dus meld ik mij ziek') laten verdwijnen. Verlang van de werknemers dat zij de echte problemen aan hun leidinggevenden duidelijk maken en niet verkeerd of zelfs frauduleus gebruikmaken van wettelijke voorzieningen door ziekte en arbeidsongeschiktheid te simuleren.

 

Wet arbeid en zorg: verlofvormen

Vraag en antwoord

Als een werknemer een ziek kind van school moet ophalen en vervolgens een aantal dagen moet verzorgen, heeft hij dan recht op verlof?

Als een thuiswonend kind van uw werknemer plotseling ziek wordt, kan hij voor de eerste dag calamiteitenverlof opnemen. Het calamiteitenverlof eindigt na deze eerste dag. Is het kind de volgende dagen nog steeds ziek, dan kan de werknemer voor deze dagen kortdurend zorgverlof opnemen. Het moet wel noodzakelijk zijn dat het kind wordt verzorgd. De werknemer heeft per twaalf maanden recht op twee weken kortdurend zorgverlof. U kunt het zorgverlof alleen weigeren op grond van een zwaarwegend bedrijfsbelang.

Hoe lang duren zwangerschaps- en bevallingsverlof?

Het zwangerschapsverlof gaat op zijn vroegst in vanaf zes weken voor de dag van de vermoedelijke bevalling tot en met de dag van de bevalling. Het bevallingsverlof gaat in op de dag na de bevalling en duurt maximaal tien weken plus het aantal dagen dat het zwangerschapsverlof korter heeft geduurd dan zes weken. Lees meer in de Zwangerschapsverlofmanager.

Hoe is uitbetaling tijdens het zwangerschaps- en bevallingsverlof geregeld?

Vaak is in de cao geregeld dat de werkgever bij zwangerschaps- en bevallingsverlof het loon gewoon doorbetaalt. UWV verzorgt de uitkering tijdens het verlof, nadat u de zwangerschapsverklaring van uw medewerker aan UWV hebt doorgestuurd. Ontvangt u de uitkering, dan betaalt u het salaris door tijdens het verlof. Laat uw salarisadministratie controleren of u de uitkering van UWV ook daadwerkelijk ontvangt. Krijgt de werkneemster de uitkering zelf, dan mag u deze op het salaris inhouden.

Welke regelingen zijn geldig rond ouderschapsverlof?

In de cao kan een ruimere ouderschapsverlofregeling worden vastgelegd dan de wettelijke regeling. Bij afwezigheid van een cao mag de werkgever andere afspraken maken met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. Het aantal verlofuren moet wel altijd minimaal overeenkomen met de wettelijke regeling.

03GB=0057