HRpraktijk

Home

GEZONDHEIDSBELEID
 
Home  >  Kennisbank Gezondheidsbeleid  >  Artikelen  >  WGA: loongerelateerde uitkering


Kennisbank Gezondheidsbeleid

kennisbank gezondheidsbeleid

 

Actuele rapporten

ACTUELE RAPPORTEN

Download direct actuele rapporten om uw verzuim terug te dringen. Met handige stappenplannen, tips, praktische modellen en voorbeeldcases.

Naar rapporten-centrum  

 

Inhoudsopgave

WGA: loongerelateerde uitkering

Geschreven door: Herman Evers* X Herman Evers
Hoofdredacteur van de Kennisbank Gezondheidsbeleid.
1

Komt uw werknemer in aanmerking voor een loongerelateerde uitkering? Dan moet hij voldoen aan de referte-eis. Wat dit inhoudt leest u in dit artikel. Het arbeidsverleden speelt een grote rol bij het aantal maanden dat men recht heeft op een WGA-uitkering. Voor werknemers met een salaris boven het maximum verzekerd dagloon (excedentsalarissen) zijn er een paar bijzonderheden ontwikkeld. De F-factor is een correctiefactor om deze mensen met een negatieve WGA-loongerelateerde uitkering te stimuleren hun verdiencapaciteit te benutten. Enkele voorbeeldberekeningen hiermee vindt u onder 'F-factor'.

In dit artikel komt u ook de Excedentverzekering tegen evenals de effecten van de F-factor hierop. Deze effecten ziet u ook terug in de tabel 'effect F-factor'.

In dit artikel:

WGA: loongerelateerde uitkering

Referte-eis

De referte-eis bepaalt dat een werknemer in de 39 weken onmiddellijk voorafgaand aan de laatste werkdag/eerste ziektedag ten minste 26 weken als verzekerde arbeid moet hebben verricht. Als een werkloze met recht op een WW-uitkering ziek is geworden, voldoet hij ook aan de referte-eis. Voor het vaststellen van de periode van 39 weken worden sommige perioden buiten beschouwing gelaten, zoals de weken waarin men geen arbeid kon verrichten wegens:

  • ziekte of arbeidsongeschiktheid;
  • het genieten van maximaal achttien maanden onbetaald verlof;
  • het genieten van een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg.

  Let op

39 weken

Als uit het re-integratieverslag van een gedeeltelijk arbeidsgeschikte blijkt dat deze in de wachttijd in het geheel geen arbeid heeft verricht, betekent dit dat de 39 weken zijn gelegen voor de eerste ziektedag.

  Checklist  

Arbeidsverleden

  • Hoe meer arbeidsverleden men heeft, des te langer bestaat er recht op een WGA-loongerelateerde uitkering.
  • Net zoals in de WW varieert de duur van het recht op een loongerelateerde uitkering tussen de zes maanden en 38 maanden, afhankelijk van het arbeidsverleden van de werknemer.
  • De WGA-loongerelateerde uitkering voorziet in een inkomensvoorziening aan de gedeeltelijke arbeidsgeschikte, ook als die (gedeeltelijk) werkloos is.
  • De WGA kan daarom ook worden beschouwd als een werkloosheidsuitkering voor gedeeltelijke arbeidsgeschikten.

Leeftijd werknemer

Omdat UWV de koppeling van de uitkeringsduur aan het arbeidsverleden pas op 1 januari 2008 kon maken, werd tot dan de duur van de WGA-loongerelateerde uitkering afgeleid van de leeftijd van de werknemer.

Afhankelijk van arbeidsverleden

Sinds 1 januari 2008 is de duur van de loongerelateerde WGA-uitkering, overeenkomstig de WW, afhankelijk van het arbeidsverleden. Sinds 2008 berekent UWV het arbeidsverleden door de resultaten van de volgende twee berekeningen bij elkaar op te tellen:

  • het aantal kalenderjaren gelegen tussen het jaar waarin het recht op de WGA-uitkering is ontstaan tot en met 1998, waarover de werknemer aantoont 52 dagen of meer loon te hebben ontvangen;
  • het aantal kalenderjaren van het jaar waarin de werknemer achttien jaar werd tot 1998.

De duur van de WGA-loongerelateerde uitkering is drie maanden. Deze uitkeringsduur wordt verlengd met één maand voor ieder volledig kalenderjaar dat het arbeidsverleden de duur van drie kalenderjaren overstijgt. De totale maximale uitkeringsduur bedraagt 38 maanden.

Berekening uitkering

De hoogte van de WGA-loongerelateerde uitkering is direct gekoppeld aan het inkomen dat de gedeeltelijk arbeidsgeschikte medewerker met arbeid verdient als werknemer of als zelfstandige.

Formule: WGA-loongerelateerde uitkering = 70% × (oude gemaximeerde maandloon – huidig maandinkomen × F)

  Let op  

'Werken loont'

Werkt iemand niet, bijvoorbeeld omdat de gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer werkloos is, dan is de uitkering 70% van het (gemaximeerde) maandloon voordat hij ziek werd. De eerste twee maanden ontvangt deze werknemer 75%. Daarmee komt deze uitkering overeen met een loongerelateerde uitkering van de WW. Als de werknemer nog gedeeltelijk werkt, bedraagt de uitkering 70% van het maandloon voordat men ziek werd minus 70% van het met arbeid verdiende inkomen in de kalendermaand.

Het bedrag van de WGA-loongerelateerde uitkering wordt hoofdzakelijk bepaald door het huidige inkomen. Als het salaris stijgt, daalt de uitkering maar stijgt het totale inkomen (salaris plus uitkering).

Verschil met WAO

De uitkeringshoogte is niet afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid maar van het huidige inkomen. Dat is een groot verschil met een WAO-uitkering die werd gebaseerd op het arbeidsongeschiktheidspercentage en waarbij de uitkering veel minder sterk veranderde als gevolg van een toename of afname van het salaris.

F-factor

Als een gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer een restverdiencapaciteit heeft die gelijk aan of hoger dan het gemaximeerde maandloon is, wordt bij volledige benutting ervan de WGA-loongerelateerde uitkering nihil of zelfs negatief. Dat is ongewenst. Om ook deze categorie WGA'ers te stimuleren de resterende verdiencapaciteit zo veel mogelijk te benutten, wordt het bedrag van het huidige maandinkomen gecorrigeerd met een F-factor. De F-factor is neutraal (1) zolang het oude maandloon kleiner of gelijk is aan het maximum verzekerd maandloon, bij hogere inkomens wordt de F-factor kleiner dan 1. Op deze wijze blijft de WGA-loongerelateerde uitkering altijd positief.

Formule: F-factor = oude gemaximeerde maandloon / oude ongemaximeerde maandloon

WGA = WAO + WW

In het verleden kregen werknemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt waren en die daarnaast werkloos waren, een gedeeltelijke WAO-uitkering en daarnaast een gedeeltelijke WW-uitkering. Dat leverde meestal veel problemen op, terwijl de twee uitkeringen samen nooit meer konden bedragen dan een volledige WAO- of WW-uitkering. Sinds 2006 hebben werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt en gedeeltelijk werkloos zijn, geen recht meer op een WW-uitkering. De WGA is immers een combinatie van zowel WAO als WW. Dat moet het voor de werknemer wat eenvoudiger maken.

Omdat deze WGA-uitkering zowel voorziet in inkomen bij gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid als bij werkloosheid, kan men spreken van het hybride karakter van de loongerelateerde WGA-uitkering.

  Voorbeeld  

Arbeidsongeschiktheid en werkloosheid

Klaas verdiende € 26.000,– per jaar en heeft een verlies van zijn verdienvermogen van € 10.400,–. Daarom is hij 40% arbeidsongeschikt bevonden. Zijn resterende verdiencapaciteit bedraagt € 15.600,–. We kunnen dan kijken naar het arbeidsongeschikte deel van Klaas en naar het arbeidsgeschikte gedeelte. De financiële compensatie voor de arbeidsongeschiktheid zou dan 70% van € 10.400,– bedragen; dat is € 7.280,– (WGA-loongerelateerde uitkering -1). Daarnaast is het de vraag of Klaas voor het deel dat hij arbeidsgeschikt is (€ 15.600,–) ook daadwerkelijk werk heeft of niet. Als Klaas geen werk heeft, is zijn huidig maandinkomen € 0,– en ontvangt hij een werkloosheidsuitkering van 70% van € 15.600,–, dat is € 10.920,– (WGA-loongerelateerde uitkering -2) Zijn totale jaarinkomen bestaat nu uit twee uitkeringsdelen en bedraagt in totaal € 18.200,–, dat is 70% van het jaarinkomen van € 26.000,–.

Voorbeeld van Klaas 
Maatmanloon€ 26.000,–
F-factor€ 26.000,– / € 26.000,– = 1
Resterende verdiencapaciteit€ 15.600,–
Verlies van verdienvermogen€ 10.400,–
Mate van arbeidsongeschiktheid40%

Voorbeeld 1: Als Klaas niet werkt

Huidig jaarinkomen  0
WGA-loongerelateerde uitkering -1Arbeidsongeschiktheidsdeel70% × 10.4007.280
WGA-loongerelateerde uitkering -2Werkloosheidsdeel 70% × 15.60010.920
   +–––––
Totale jaarinkomen   18.200

Als Klaas wel werkt voor het resterende arbeidsgeschikte deel en daarmee € 15.600,– verdient, stijgt zijn totale jaarinkomen tot € 22.880,–.

Voorbeeld 2: Als Klaas werkt naar vermogen

Huidig jaarinkomen  15.600
WGA-loongerelateerde uitkering -1Arbeidsongeschiktheidsdeel70% × 10.4007.280
WGA-loongerelateerde uitkering -2Werkloosheidsdeel70% × 0-
   +–––––
Totale jaarinkomen  22.880

Minimaal 70%

Iedere gedeeltelijk arbeidsgeschikte die recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering, ontvangt minstens 70% van zijn (gemaximeerde) salaris, ook als hij niet werkt voor het arbeidsgeschikte deel. Dat verandert als de eerste fase met de loongerelateerde periode voorbij is en de tweede fase met de WGA-loonaanvullingsuitkering of WGA-vervolguitkering berekend gaat worden.

WGA fase 1: loongerelateerde uitkering

03GB0076_graphic9

In deze grafiek worden inkomensscenario's getoond van een werknemer die 60% arbeidsongeschikt is en nog een resterende verdiencapaciteit (RVC) heeft van 40% van het oude salaris. De inkomens gedurende de eerste twee verzuimjaren kunnen worden vergeleken met drie scenario's van de WGA-loongerelateerde uitkering (LGU). De derde kolom geeft het inkomen (WGA-loongerelateerde uitkering) aan bij 0% gebruik van de RVC, de vierde kolom toont het inkomen (loon en WGA-loongerelateerde uitkering) bij 50% gebruik en de laatste kolom laat de hoogte van het totale inkomen zien bij 100% benutting van het resterende verdienvermogen. Het wordt duidelijk zichtbaar hoe de hoogte van de WGA-loongerelateerde uitkering afneemt als het loon toeneemt. De som van het loon en de WGA-loongerelateerde uitkering neemt toe.

Maximum verzekerd salaris

In het Nederlandse stelsel van sociale verzekeringen is een grens gesteld aan het verzekerde salaris ofwel het gemaximeerde loon genoemd. De Wet financiering sociale verzekeringen (WFSV) kent het begrip gemaximeerd loon voor sociale verzekeringen. Het gemaximeerde verzekerde dagloon wordt jaarlijks bijgesteld en bedroeg in 2010 € 186,65, dat is per jaar € 48.715,65. Het gemaximeerde loon geldt voor de wettelijke loondoorbetaling door de werkgever gedurende de eerste twee ziektejaren en ook voor de WIA- en WW-uitkeringen. Alles wat een werknemer meer verdient, is niet wettelijk verzekerd. Dit deel van het salaris is het excedentsalaris. Deze goedbetaalde werknemers kunnen wettelijk maximaal 70% van ruim € 48.715,– aan uitkering ontvangen, dat was € 34.100,– in 2010.

  Voorbeeld  

Excedentverzekering

Klaas verdient € 60.000,– per jaar en wordt volledig arbeidsongeschikt. Zijn jaarinkomen is hoger dan het wettelijk maximum verzekerd salaris, dat is ongeveer € 50.000,– in 2011. Zijn maandelijkse uitkering bedraagt nu niet 70% van zijn volledige salaris (€ 42.000,–) maar de gemaximeerde € 35.000,–, dat is 70% van € 50.000,–. Het excedentsalarisdeel van Klaas bedraagt € 10.000,– en is niet wettelijk verzekerd. Klaas kan dat wel op een andere wijze verzekeren, bijvoorbeeld via bovenwettelijke cao-aanvullingen van de werkgever of door een eigen excedentverzekering bij een particuliere verzekeraar.

Effecten F-factor op excedentsalaris

Margreet is HR-manager van een groot bedrijf en verdient daarmee € 90.000,– per jaar. Margreet kan als gevolg van een spierziekte € 33.000,– per jaar minder verdienen. Haar arbeidsongeschiktheidspercentage is 36% en haar restverdienvermogen is nu € 57.000,–. De F-factor van Margreet is in 2010 0,55 (€ 50.000,– / € 90.000,–). Als Margreet geen werk heeft, is haar huidige inkomen € 0,– en bedraagt haar WGA-loongerelateerde uitkering € 35.000,–.

WGA-loongerelateerde uitkering = 70% × (50.000 – 0 × 0,654) = € 35.000,–.

Als Margreet haar resterende verdienvermogen volledig benut, is haar inkomen € 57.000,–, dat is hoger dan het gemaximeerde salaris. Zonder de F-factor zou de berekening van Margreets uitkering een negatief bedrag opleveren. Door toepassing van de F-factor wordt haar WGA-loongerelateerde uitkering positief.

Formule: WGA-loongerelateerde uitkering = 70% × (50.000 – 57.000 × 0,55) = € 13.055,–.

 

03GB=0076