HRpraktijk

Home

BELONEN EN ARBEIDSVOORWAARDEN
 
Home  >  Kennisbank Belonen en Arbeidsvoorwaarden  >  Artikelen  >  Loonheffing: afdrachtvermindering onderwijs


Kennisbank Belonen en Arbeidsvoorwaarden

kennisbank belonen en arbeidsvoorwaarden

 

Actuele rapporten

ACTUELE RAPPORTEN

Download direct actuele rapporten over de werkkostenregeling of verlog. Met handige stappenplannen, tips, praktische modellen en voorbeeldcases.

Naar rapporten-centrum  

 

Inhoudsopgave

Loonheffing: afdrachtvermindering onderwijs

Geschreven door: Adelien van Leeuwen* X Adelien van Leeuwen
1

De afdrachtvermindering onderwijs biedt u een tegemoetkoming in de kosten van onderwijsvormen die uw werknemers volgen en is tevens een stimulans om het opleidingsniveau van uw werknemers te verhogen .U ontvangt deze tegemoetkoming in de kosten in de vorm van vermindering van de af te dragen loonheffing.

Het is de verzamelnaam van acht verschillende categorieën afdrachtvermindering die gerelateerd zijn aan onderwijs.

Voor elke afdrachtvermindering gelden specifieke voorwaarden om ervoor in aanmerking te komen. Per 1 januari 2012 zijn enkele bedragen voor de afdrachtvermindering onderwijs verhoogd. Bovendien is de afdrachtvermindering onderwijs voor bepaalde werknemers uitgebreid.

Dit artikel informeert u over de speciale eisen die aan de afdrachtvermindering onderwijs worden gesteld. Aan de hand van voorbeelden wordt u duidelijk gemaakt hoe u de afdrachtvermindering moet berekenen.

Algemene informatie over afdrachtverminderingen in deze kennisbank kunt u vinden in het artikel: Loonheffing: Wet vermindering afdracht.

In dit artikel:

Loonheffing: afdrachtvermindering onderwijs

Afdrachtvermindering onderwijs mogelijk voor werkgever

Een werkgever die werknemers in dienst heeft die bepaalde vormen van onderwijs volgen die in de Wet vermindering afdracht zijn aangewezen, kan de afdrachtvermindering onderwijs toepassen. De afdrachtvermindering is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van de werkgever en een stimulans om het opleidingsniveau van werknemers te verhogen . De hoogte van de afdrachtvermindering onderwijs is niet gerelateerd aan de kosten voor het onderwijs.

De werkgever krijgt de afdrachtvermindering onderwijs via een vermindering van zijn af te dragen loonheffing. De afdrachtvermindering kan niet in mindering worden gebracht op de af te dragen premies werknemersverzekeringen of ZVW. De werkgever heeft, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, recht op de afdrachtvermindering onderwijs voor:

  1. werknemers die de beroepspraktijkvorming van de beroepsbegeleidende leerweg volgen;
  2. de assistent in opleiding (aio) en de onderzoeker in opleiding (oio);
  3. de werknemer die promotieonderzoek verricht;
  4. werknemers die de duale leerweg volgen in het hoger beroepsonderwijs (hbo);
  5. (ex-)werkloze werknemers die scholing volgen tot startkwalificatieniveau;
  6. leerlingen die een leer-werktraject volgen van de basisberoepsbegeleidende leerweg van het vmbo;
  7. stagiairs van een beroepsopleidende leerweg op mbo1- en mbo2-niveau;
  8. werknemers die de procedure erkenning elders verworven competenties (EVC) volgen;

Overzicht afdrachtverminderingen 2012

  • Werknemers die de beroepspraktijkvorming volgen van de beroepsbegeleidende leerweg: voor deze werknemers is de afdrachtvermindering onderwijs in 2012 € 2.753 (was € 2.738).
  • Werknemers die zijn aangesteld als assistent of onderzoeker in opleiding of als promovendus: voor deze werknemers is de afdrachtvermindering onderwijs in 2012 € 2.781 (was € 2.738).
  • Werknemers die zijn aangesteld bij een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO: voor deze werknemers is de afdrachtvermindering onderwijs in 2012 € 2.781 (was € 2.738).
  • Werknemers die werk doen in het kader van een initiële opleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo): voor deze werknemers is de afdrachtvermindering onderwijs in 2012 € 2.753 (was € 2.738).
  • Werknemers die (ex-)werklozen zijn met scholing tot startkwalificatieniveau: voor deze werknemers is de afdrachtvermindering onderwijs € 3.337 (was € 3.286).
  • Leerlingen die een leer-werktraject in het derde of vierde jaar van de basisberoepsbegeleidende leerweg van het vmbo volgen: voor deze leerlingen is de afdrachtvermindering onderwijs in 2012 € 2.781 (was € 2.738).
  • Stagiairs die gedurende minstens twee maanden een stage lopen in het kader van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2: voor deze stagiairs is de afdrachtvermindering onderwijs in 2012 € 1.322 (was € 1.315).
  • Werknemers die een procedure Erkenning verworven competenties (EVC-procedure) volgen: voor deze werknemers is de afdrachtvermindering onderwijs in 2012 € 334 (was € 329).

Afdrachtvermindering voor erkende buitenlandse opleidingen

De afdrachtvermindering onderwijs is in 2012 voor bepaalde werknemers uitgebreid. De afdrachtvermindering onderwijs is niet van toepassing op inhoudingsplichtige werkgevers die een beroepspraktijkvormingsplaats aanbieden aan werknemers die niet een in Nederland kwalificerende opleiding volgen.

De uitbreiding maakt het mogelijk dat inhoudingsplichtige werkgevers voor werknemers die een opleiding in een lidstaat van de Europese Unie of EER volgen, in aanmerking kunnen komen voor de afdrachtvermindering onderwijs. De uitbreiding ziet alleen op werknemers die een opleiding volgen die vergelijkbaar is met:

  • de beroepsbegeleidende leerweg in het mbo (BBL);
  • de duale hbo-opleiding; of
  • een stage in de beroepsopleidende leerweg mbo (BOL).

De inhoudingsplichtige werkgever moet beschikken over een verklaring van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat de buitenlandse opleiding een met de hiervoor genoemde opleidingen vergelijkbare opleiding is. Daarnaast is voor hbo en mbo-BBL een onderwijsovereenkomst vereist. Voor stagiairs is een stageovereenkomst tussen het leerwerkbedrijf, het opleidingsinstituut en de student nodig. Bij ministeriële regeling zullen nog nadere regels gesteld worden over de aanvraag van de verklaring.

De ins en outs van de diverse categorieën worden in dit artikel toegelicht.

Beroepsbegeleidende leerweg (BBL): voorwaarden voor tegemoetkoming

De werknemer volgt de beroepspraktijkvorming van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Er moet in elk geval een 'leerovereenkomst' zijn, die is ondertekend door zowel de werkgever, de werknemer en de school als het bestuur van het landelijk orgaan dat verantwoordelijk is en toezicht houdt.

Onder deze beroepsbegeleidende leerweg (BBL) kunnen vallen:

  • de assistentenopleiding;
  • de basisberoepsopleiding;
  • de vakopleiding;
  • de middenkaderopleiding; en
  • de specialistenopleiding.

Bij deze afdrachtvermindering € 2.753 (2011: € 2.738) geldt een toetsloon. Dit toetsloon geldt echter alleen voor de werknemer die nog geen 25 jaar is op het moment dat de vermindering wordt toegepast. Dit toetsloon bedraagt € 24.170 (2011: € 23.943) op jaarbasis bij een 36-urige arbeidsovereenkomst. Als de werknemer die jonger is dan 25, meer verdient dan het toetsloon, komt de werkgever niet in aanmerking voor de afdrachtvermindering. In het onderdeel 'Toetsloon berekenen met deeltijdfactor' wordt dit nog nader toegelicht.

Wijzigingen in de afdrachtvermindering BBL

In de praktijk komt het voor dat de inhoudingsplichtige niet ook het erkende leerbedrijf is waar de mbo-student zijn praktijkervaring opdoet. Het erkende leerbedrijf kan de afdrachtvermindering dan niet toepassen. Denk bijvoorbeeld aan een erkend leerbedrijf dat gebruikmaakt van een intermediair die studenten werft voor het erkende leerbedrijf. De intermediair is veelal de inhoudingsplichtige en het erkende leerbedrijf verzorgt de beroepspraktijkvorming. De afdrachtvermindering is slechts toepasbaar bij een inhoudingsplichtige die de beroepspraktijkvorming verzorgt.

  Let op

BBL

Als de inhoudingsplichtige en het erkende leerbedrijf niet dezelfde entiteiten zijn, kunnen zij op basis van een overeenkomst van opdracht de afdrachtvermindering (2012: € 2.753 per werknemer per jaar) toepassen. In de overeenkomst moet onder meer worden opgenomen dat het voordeel van de afdrachtvermindering toekomt aan het leerbedrijf.

  Let op

Duur van de afdrachtvermindering is beperkt

De afdrachtvermindering kan worden toegepast zolang de werknemer onderwijs volgt. De afdrachtvermindering kan in elk geval niet meer worden toegepast als de werknemer tussentijds met de opleiding stopt of vanaf het moment dat het examen is behaald. Er wordt dan immers geen scholing meer gevolgd.

Samenloop BBL en scholing

Volgt een werknemer een opleiding die zowel valt onder categorie a (beroepsbegeleidende leerweg) als onder categorie e (scholing om op startkwalificatieniveau te komen), dan kan de inhoudingsplichtige voor beide opleidingen de afdrachtvermindering onderwijs claimen.

Administratieve verplichtingen

. Het landelijk orgaan bewaart de leerwerkovereenkomst, de leerling krijgt een afschrift. De werkgever moet een kopie van het afschrift maken en bij zijn administratie bewaren.

In de leerwerkovereenkomst moet in ieder geval het volgende zijn opgenomen:

  • soort opleiding;
  • duur van de overeenkomst en van de periode van de beroepspraktijkvorming;
  • aard en omvang van de begeleiding van de werknemer;
  • welke resultaten bereikt moeten worden en hoe dit moet worden beoordeeld;
  • wanneer en hoe de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden;
  • naam, adres en woon-/vestigingsplaats van de werknemer, het leerbedrijf, het landelijk orgaan en de school;
  • geboortedatum van de leerling.

De overeenkomst moet mede zijn ondertekend door het landelijk orgaan. De werkgever mag de afdrachtvermindering onderwijs ook toepassen als hij nog niet over een kopie van de genoemde leerwerkovereenkomst beschikt, maar wel een verklaring van het Regionaal Opleidingscentrum (ROC) heeft waaruit blijkt dat de desbetreffende werknemer de beroepsbegeleidende leerweg volgt. Die verklaring moet de volgende informatie bevatten:

  • het soort opleiding en de duur van de leerovereenkomst;
  • de naam en het volledige adres van het landelijk orgaan, de werkgever en de leerling/werknemer;
  • de geboortedatum van de leerling/werknemer.

Belangrijk is dat de werkgever een kopie van de leerwerkovereenkomst of de hiervoor genoemde verklaring van het ROC bij de loonadministratie moet bewaren.

Assistent in opleiding, promovendus of onderzoeker in opleiding: de voorwaarden

De werknemer is:

  • aangesteld als assistent in opleiding (aio) of promovendus bij een universiteit als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
  • aangesteld als onderzoeker in opleiding (oio) bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek of de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen; of
  • als zodanig in dienst van een onder deze organisaties ressorterende onderzoeksinstelling.

De aanstelling als aio'er, promovendus of oio'er moet zijn vastgelegd in een overeenkomst tussen een hiervoor genoemde instelling waar degene is aangesteld en TNO of een privaatrechtelijke rechtspersoon. De overeenkomst moet ten minste het volgende bevatten.

  • De privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO financiert de loonkosten van de aio, de promovendus of de oio.
  • De afdrachtvermindering moet geheel ten goede komen aan de privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO, die de loonkosten financiert. Dit moet worden geregeld als de universiteit of onderzoeksinstelling inhoudingsplichtige voor de aangestelde is.
  • De onderzoeksresultaten moeten openbaar zijn.
  • Er moet een regeling zijn getroffen inzake het doorberekenen van eventuele bijkomende kosten.

Er moet een kopie van deze overeenkomst bij de loonadministratie worden bewaard .

Voor deze categorie werknemers geldt geen toetsloon. De afdrachtvermindering € 2.781 (2011: € 2.738) voor deze werknemers kan voor een periode van maximaal 48 maanden worden toegepast. Als de werknemer een arbeidsduur heeft van minder dan 36 uur per week, mag de termijn van 48 maanden naar evenredigheid worden verlengd. In dit artikel staat daarvan een voorbeeld.

Promotieonderzoeker; voorwaarden tegemoetkoming

Als promotieonderzoeker wordt aangemerkt een werknemer die in dienst is van een privaatrechtelijke rechtspersoon of TNO met een loon gelijk aan dat van een aio of een promovendus. De werknemer verricht promotieonderzoek op grond van een overeenkomst tussen de instelling waar hij is aangesteld en een universiteit ter zake van de begeleiding van het promotieonderzoek. De overeenkomst moet ten minste het volgende bevatten.

  • Degene bij wie de promotieonderzoeker is aangesteld, financiert de loonkosten.
  • De onderzoeksresultaten moeten openbaar zijn.
  • Er moet een regeling zijn getroffen inzake het doorberekenen van eventuele bijkomende kosten.

Voor deze categorie werknemers geldt geen toetsloon. De afdrachtvermindering € 2.781 (2011: € 2.738) voor deze werknemers kan voor een periode van maximaal 48 maanden worden toegepast. Als de werknemer een arbeidsduur heeft van minder dan 36 uur per week, mag de termijn van 48 maanden naar evenredigheid worden verlengd.

  Voorbeeld  

Aanstelling voor 24 uur per week

Een assistent in opleiding heeft een aanstelling voor 24 uur per week. Zijn deeltijdfactor is dus 24/36. De vermindering onderwijs bedraagt op jaarbasis € 1.853 (24/36 × € 2.781). De regeling mag normaal gesproken 48 maanden worden toegepast. Omdat minder dan 36 uur per week wordt gewerkt, kan deze afdrachtvermindering in totaal 72 maanden worden toegepast (36/24 × 48 maanden).

Duale leerweg hbo: de voorwaarden in kaart

Deze afdrachtvermindering is alleen van toepassing voor werknemers in bepaalde aangewezen bedrijfssectoren. Voor informatie over de aangewezen bedrijfssectoren kunt u contact opnemen met de afdeling Informatiecentrum Onderwijs van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (079 - 323 26 66). Daarnaast mag deze afdrachtvermindering alleen worden toegepast als de opleiding aansluit bij het werk van de werknemer en als hij niet is ingeschreven als voltijdstudent.

Om de afdrachtvermindering toe te passen moet de werkgever beschikken over een onderwijsarbeidsovereenkomst. Van deze overeenkomst moet hij een kopie bij zijn loonadministratie bewaren. In deze overeenkomst moet minimaal zijn opgenomen:

  • het aantal studiepunten dat de werknemer krijgt voor het praktijkdeel van de opleiding bij de werkgever;
  • de periode waarop de overeenkomst betrekking heeft (dit moet minimaal zes maanden zijn of twee keer een periode van vier maanden);
  • de aard en de omvang van de begeleiding door de hogeschool en de werkgever;
  • het realiseren van de leerdoelen in de praktijk en het daarmee samenhangende theoriedeel;
  • de wijze van beoordeling van dit praktijkdeel;
  • de functie-inhoud, de vergoeding en de overige arbeidsvoorwaarden;
  • de bepalingen omtrent ontbinding van de overeenkomst vanwege onderwijskundige redenen.

Voor deze afdrachtvermindering € 2.753 (was € 2.738) geldt een toetsloon voor werknemers die jonger zijn dan 25 jaar. Dit toetsloon bedraagt € 24.170 (2011: € 23.943) op jaarbasis bij een arbeidsovereenkomst van 36 uur per week. Bij deeltijders moet u het toetsloon en de afdrachtvermindering herrekenen.

De vermindering onderwijs mag worden toegepast zolang aan de voorwaarden wordt voldaan, maar maximaal 24 maanden. Voor werknemers met een kortere arbeidsduur mag deze periode worden verlengd. Zie voorbeeld Aanstelling voor 24 uur per week.

Scholing tot startkwalificatieniveau van (ex)-werkloze: de voorwaarden

De afdrachtvermindering onderwijs voor scholing tot startkwalificatieniveau van een (ex)-werkloze is bedoeld als vergoeding voor een deel van de kosten die werkgevers naast de directe scholingskosten moet maken om werknemers op te leiden tot startkwalificatieniveau. Het gaat hier bijvoorbeeld om kosten die voortvloeien uit extra begeleiding en aangepaste productie- en personeelsplanning. Deze afdrachtvermindering bedraagt € 3.337 op jaarbasis (2011: € 3.286).

Bij scholing op startkwalificatieniveau gaat het om scholing die maximaal opleidt tot mbo2-niveau. De opleidingen die hieraan voldoen, zijn door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in het zogenoemde Centraal Register Beroepsopleidingen (Crebo-register) vastgesteld. Dit register bevat het landelijk aanbod beroepsonderwijs. Het zijn opleidingen van:

  • niveau 1 (assistentenopleidingen, zoals winkelassistent, verkoper tankstation en assistent-schilder); en
  • niveau 2 (basisberoepsopleidingen, zoals opleidingen tot magazijnmedewerker, commercieel administratief medewerker en steigerbouwer).

In het Crebo-register staan alle beroepsopleidingen vermeld. De beroepsopleidingen zijn in het register opgenomen per landelijk orgaan en vervolgens gerangschikt naar opleiding en niveau (1 tot en met 4). Raadpleging van het Crebo-register leert dat het hier om een groot aantal beroepsopleidingen gaat.

  Tip

Crebo-register

Het Crebo-register kan worden geraadpleegd via http://www.cfi.nl. Voor informatie over het register en vragen die daarmee verband houden, kunt u terecht bij het informatiecentrum onderwijs, telefoonnummer 079 - 323 26 66.

Details en voorwaarden afdrachtvermindering startkwalificatieniveau

Een werkgever kan de afdrachtvermindering onderwijs voor scholing tot startkwalificatieniveau alleen toepassen voor de werknemer die:

  • werkloos was voordat hij bij de werkgever in dienst trad om een opleiding tot startkwalificatieniveau te volgen; of
  • bij een vorig leerbedrijf ook een opleiding tot startkwalificatieniveau volgde en vóór die opleiding werkloos was; of
  • heeft deelgenomen aan een re-integratietraject van UWV WERKbedrijf of van een gemeente in het kader van de Wet werk en bijstand.

Voorwaarden:
De werkgever beschikt bij zijn loonadministratie over een verklaring waarin UWV WERKbedrijf verklaart dat de werknemer voor aanvang van de scholing een werkloze was. Daarnaast moet de werkgever binnen een maand na afloop van de opleiding een verklaring van de onderwijsinstelling bij de loonadministratie bewaren die de volgende gegevens bevat:

  • de opleiding, de codekwalificatie en het opleidingsniveau hiervan;
  • het nummer van de licentie; en
  • de periode waarin de werknemer de opleiding heeft gevolgd.

Toetsloon

Voor deze afdrachtvermindering moet altijd rekening worden gehouden met het toetsloon, ongeacht de leeftijd van de werknemer.

Het toetsloon is gelijk aan het toetsloon voor de overige categorieën waarop de afdrachtvermindering onderwijs van toepassing is en bedraagt voor 2012 € 24.170 (2011: € 23.943) per kalenderjaar bij een arbeidsduur van 36 uur per week. Het loon dat aan het toetsloon moet worden getoetst, komt in beginsel overeen met het zogenoemde kolom-14-loon van de loonstaat.

Het toetsloon per loontijdvak is in jaarlijks door de belastingdienst vervaardigde tabellen opgenomen. In deze tabellen wordt het toetsloon uitgedrukt in een bedrag per maand, per week en per dag. Voor andere loontijdvakken moet het toetsloon opnieuw worden berekend. Voor werknemers met vakantiebonnen bestaan overigens afzonderlijke tabellen.

Het toetsloon geldt voor een werknemer met een overeengekomen arbeidsduur van minimaal 36 uur per week. Voor werknemers met een kortere overeengekomen arbeidsduur dan 36 uur per week moet het voor het loontijdvak geldende toetsloon opnieuw worden berekend met de zogenoemde deeltijdfactor. Deze deeltijdfactor is het aantal contractueel overeengekomen aantal uren, gedeeld door 36.

Voor werknemers zonder overeengekomen arbeidsduur geldt ook een deeltijdfactor. De deeltijdfactor is dan het aantal uren waarover loon is verschuldigd, gedeeld door 36. Ook bij deeltijders met (wel) een overeengekomen arbeidsduur mag voor het bepalen van de deeltijdfactor worden uitgegaan van het werkelijk aantal gewerkte uren. In alle gevallen mag de deeltijdfactor nooit hoger zijn dan 1. Voor werknemers met een stukloon geldt voor het toetsloon overigens geen deeltijdfactor.

  Voorbeeld  

Toetsloon berekenen met deeltijdfactor

Een werknemer zonder overeengekomen arbeidsduur volgt onderwijs op startkwalificatieniveau. Het loontijdvak is een maand. De werknemer heeft in februari gemiddeld twintig uur per week gewerkt en acht uur per week les gehad. Het loon van de werknemer wordt berekend aan de hand van het aantal gewerkte uren. Hierbij is afgesproken dat de lesuren als werkuren worden aangemerkt. Het toetsloon per maand moet worden herrekend met de deeltijdfactor 28/36.

Samenloop met andere afdrachtverminderingen

Volgt een werknemer een opleiding die zowel valt onder categorie a (beroepsbegeleidende leerweg) als onder categorie e (scholing om op startkwalificatieniveau te komen), dan kan de inhoudingsplichtige voor beide scholingen de afdrachtvermindering onderwijs toepassen.

Leerwerktraject beroepsbegeleidende leerweg vmbo: voorwaarden tegemoetkoming

Deze categorie betreft leerlingen die in het derde en vierde leerjaar bij de inhoudingsplichtige op basis van een overeenkomst een leerwerktraject volgen binnen de basisberoepsbegeleidende leerweg van het vmbo. Let op: dit zijn speciale leerwerktrajecten van het vmbo. Het doel van deze uitbreiding van de afdrachtvermindering onderwijs is het stimuleren van bedrijven om aan de bedoelde leerwerktrajecten deel te nemen door een tegemoetkoming in de kosten die daarmee samenhangen. De kosten van begeleiding en opleiding van de betreffende leerlingen zijn namelijk, mede gezien de jonge leeftijd van de leerlingen, aanzienlijk.

Voor het toepassen van de afdrachtvermindering (2012: € 2.781, was in 2011 € 2.738) is geen dienstbetrekking tussen de leerling en het leerbedrijf nodig. In de meeste gevallen hebben de vmbo-leerlingen slechts een stageovereenkomst en geen arbeidsovereenkomst. De inhoudingsplichtige hoeft ten aanzien van de vmbo-leerling die alleen een stageovereenkomst heeft, geen loonheffing in te houden en af te dragen, maar heeft wel recht heeft op de afdrachtvermindering onderwijs. Deze afdrachtvermindering kan in mindering worden gebracht op de in totaal door de inhoudingsplichtige verschuldigde loonheffing.

  Let op

Beloning voor de stagewerkzaamheden

Betaalt de inhoudingsplichtige aan de stagiair een beloning voor zijn stagewerkzaamheden, dan moet hij hierover wél loonheffing inhouden en afdragen. De stagiair heeft dan een echte of een fictieve dienstbetrekking bij de inhoudingsplichtige

De stageverlener moet bij zijn loonadministratie beschikken over een leer-werkovereenkomst waarin hijzelf partij is en de leerling, de onderwijsinstelling en het landelijk orgaan voor het beroepsonderwijs. Zolang een door alle partijen getekende leerwerkovereenkomst nog niet aanwezig is, kan de inhoudingsplichtige volstaan met een verklaring van de school waaruit blijkt dat de leerling tot de doelgroep behoort.

Het bedrag van de afdrachtvermindering onderwijs voor deze categorie is voor 2012 € 2.781 (2011: € 2.738) per kalenderjaar. In 2012 is dat dus € 231,75 per maand als in die maand in het kader van de leerwerkovereenkomst voltijds wordt deelgenomen aan een leerwerktraject. Eventueel moet rekening gehouden worden met de deeltijdfactor. Voor deze afdrachtvermindering wordt geen toetsloon gehanteerd.

Administratieve verplichtingen

De afdrachtvermindering mag worden toegepast zolang aan de voorwaarden wordt voldaan en de stagiair onderwijs volgt. Bij voortijdig stoppen met de opleiding of na het examen kan de afdrachtvermindering niet meer worden toegepast.

Stages beroepsopleidende leerweg mbo1 en mbo2: voorwaarden op een rij

Om werkgevers te stimuleren stageplaatsen aan te bieden kan afdrachtvermindering worden toegepast voor stagiairs van de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 en 2. De vermindering bedraagt in 2012 € 1.322 (2011: € 1.315) per volledig stagejaar. Wanneer het stagejaar minder dan een jaar duurt, bijvoorbeeld vier maanden, is de afdrachtvermindering € 440,66. De afdrachtvermindering geldt bij een stage van minimaal twee maanden.

Het toetsloonvereiste is voor deze afdrachtvermindering niet van toepassing. Wel zijn er voorwaarden gesteld aan de aard van de te volgen opleiding, die grotendeels overeenkomen met de voorwaarden bij categorie a, werknemers die zich bevinden in het beroepsonderwijs/leerlingwezen. Voor deze stagiairs geldt een evenredige vermindering van het bedrag van de afdrachtvermindering op basis van de deeltijdfactor.

  Voorbeeld  

Evenredige vermindering op basis van deeltijdfactor

Een stagiair loopt 18 uur per week voor een heel jaar stage. De afdrachtvermindering bedraagt daarmee in 2012 1/2 van € 1.322 = € 661.

Voor het toepassen van de afdrachtvermindering is geen dienstbetrekking tussen de stagiair en de stageverlener nodig. De inhoudingsplichtige hoeft ten aanzien van de mbo-leerling die alleen een stageovereenkomst heeft, geen loonheffing in te houden en af te dragen, maar heeft wel recht op de afdrachtvermindering onderwijs. Deze afdrachtvermindering kan in mindering worden gebracht op de in totaal door de inhoudingsplichtige verschuldigde loonheffing.

Administratieve verplichtingen

De afdrachtvermindering mag worden toegepast zolang aan de voorwaarden wordt voldaan en de stagiair onderwijs volgt. Bij voortijdig stoppen met de opleiding of na het examen kan de afdrachtvermindering niet meer worden toegepast.

Erkenning verworven competenties (EVC): voorwaarden tegemoetkoming kosten

In aanvulling op de bestaande fiscale maatregelen kan een werkgever met ingang van 1 januari 2009 een EVC-procedure belastingvrij vergoeden of verstrekken aan zijn werknemer. De fiscale behandeling van EVC-procedures als volgt:

  • Als de werknemer de kosten van de procedure voor zijn rekening neemt, zijn de kosten voor hem aftrekbaar als scholingsuitgaven. De werknemer kan tevens tot het bedrag van de kosten zijn spaarloon deblokkeren zonder dat dit ten koste gaat van de aftrekbaarheid als scholingsuitgaven.
  • Als de werkgever de kosten van de EVC-procedure voor zijn rekening neemt, is de vergoeding of verstrekking voor de werknemer onbelast en kan de werkgever de afdrachtvermindering EVC toepassen.

De werkgever die voor zijn werknemer een EVC-procedure betaalt, heeft in 2012 recht op een afdrachtvermindering van € 334 (in 2011 € 329). Een EVC-procedure is een procedure van erkenning van de door de werknemer verworven competenties.

De meeste werknemers die met een nieuwe baan of opleiding beginnen, hebben competenties die ze eerder hebben opgedaan. De EVC-procedure is een methode om verworven competenties zichtbaar te maken en te erkennen. De procedure bestaat uit de volgende onderdelen:

  • inventariseren van persoonlijke competenties in een portfolio;
  • vergelijken van deze competenties met een bepaalde opleidingsstandaard. Dit resulteert in een erkenning van de competenties in de vorm van vrijstellingen, certificaten of diploma's;
  • verdere ontwikkeling van de aanwezige competenties. De ontwikkeling daarvan kan worden vastgelegd in een persoonlijk ontwikkelingsplan.

De werkgever mag het hele bedrag van de afdrachtvermindering verwerken in het tijdvak waarin de werknemer met de EVC-procedure begint of het daaropvolgende tijdvak.

Administratieve voorwaarden

De werkgever moet bij zijn loonadministratie een verklaring bewaren dat de EVC-aanbieder als zodanig erkend is. Het bij de loonadministratie bewaren van de nota van de EVC-procedure wordt aangeraden.

 

Loonheffing: afdrachtvermindering onderwijs

Vraag en antwoord

Een werknemer wordt op 12 februari 25 jaar. Vanaf wanneer hoeft de werkgever geen rekening meer te houden met het toetsloon om te bepalen of hij afdrachtvermindering mag toepassen?

Voor enkele afdrachtverminderingen moet de werkgever rekening houden met het toetsloon tot de werknemer 25 jaar is. Bepalend voor het wel of niet toetsen is de leeftijd van de werknemer op het moment dat de loonheffingen worden berekend. Als de werkgever in dit voorbeeld de inhouding op de lonen van februari berekent op de 24e, dan hoeft hij voor de maand februari niet meer te toetsen aan het toetsloon. Voor werkgevers met een loontijdvak van vier weken is deze systematiek precies hetzelfde. .

02BA=0091