HRpraktijk

Home

BELONEN EN ARBEIDSVOORWAARDEN
 
Home  >  Kennisbank Belonen en Arbeidsvoorwaarden  >  Artikelen  >  Verplichtingen werkgever bij indiensttreding werknemer


Kennisbank Belonen en Arbeidsvoorwaarden

kennisbank belonen en arbeidsvoorwaarden

 

Actuele rapporten

ACTUELE RAPPORTEN

Download direct actuele rapporten over de werkkostenregeling of verlog. Met handige stappenplannen, tips, praktische modellen en voorbeeldcases.

Naar rapporten-centrum  

 

Inhoudsopgave

Verplichtingen werkgever bij indiensttreding werknemer

Geschreven door: Adelien van Leeuwen* X Adelien van Leeuwen
1

U hebt met allerlei administratieve verplichtingen te maken op het moment dat een werknemer bij u in dienst treedt.

Zo moet u als u voor het eerst personeel in dienst neemt, bij de belastingdienst een loonheffingennummer aanvragen. Ook zult u moeten beoordelen of uw nieuwe werknemer onder de pensioenregeling valt. Daarnaast moet u zelf de identiteit van de werknemer vaststellen, de aanleg loonstaat starten en – als u een EDM-verplichting hebt – de eerstedagsmelding doen. Op al deze aspecten gaat dit artikel uitvoerig in. Tevens treft u een schematisch overzicht aan waarin alle administratieve verplichtingen staan weergegeven. Daarnaast is een checklist 'aandachtspunten identificatie' opgenomen. Deze checklist geeft in het kort aan waar u in de visie van de belastingdienst tijdens de identificatie op moet letten.

In dit artikel:

Verplichtingen werkgever bij indiensttreding werknemer

Aanvraag loonheffingennummer

Als een ondernemer voor het eerst een of meer werknemers in dienst neemt, moet hij zich aanmelden bij de belastingdienst als werkgever. Voor de uitvoering en naleving van de loonheffingen (heffing van loonbelasting, premieheffing volksverzekeringen, premieheffing werknemersverzekeringen en Zorgverzekeringswet (ZVW) moet de werkgever ook als zodanig bij de belastingdienst geadministreerd worden. De werkgever ontvangt van de belastingdienst een loonheffingennummer. Dit nummer heeft de werkgever nodig voor het doen van de aangifte loonheffingen, maar ook bij telefonisch contact en briefwisselingen.

Indiensttreding werknemer: te verrichten handelingen

Op of rond de datum van indiensttreding van een werknemer moet de werkgever de volgende handelingen verrichten:

Vaststellen identiteit werknemer

De Wet op de identificatieplicht (WID) bevat zowel verplichtingen voor de werkgever als voor de werknemer.

De verplichtingen van de werkgever vallen als volgt onder te verdelen:

  1. Verificatieplicht
    De werkgever moet, voordat de werknemer gaat werken, aan de hand van een geldig identiteitsbewijs de identiteit van de werknemer controleren en vaststellen of het overgelegde document niet vals of vervalst is. Hij moet van dat identiteitsbewijs een duidelijk leesbare kopie maken, waarbij de foto ook duidelijk herkenbaar moet zijn. De werkgever moet een kopie maken van alle bladzijden waarop teksten staan en van de voor- en achterzijde. Bij een paspoort kan worden volstaan met kopieën van de bladzijden waarop informatie staat vermeld, zoals de persoonlijkheidskenmerken, handtekening, stempels, kinderen en dergelijke. Bij een Nederlands paspoort hoeft alleen een kopie gemaakt te worden van pagina 2, de pagina met identificerende gegevens. Van identiteitskaarten moet de werkgever zelf de voor- en achterkant kopiëren. Dat afschrift bewaart de werkgever in de loonadministratie. Uit dat afschrift moet blijken om wat voor soort identiteitsbewijs het gaat en wat het nummer van het document is. Blijkt dit niet, dan moeten die gegevens afzonderlijk worden aangetekend bij de loonadministratie.
  2. Zorgplicht
    De werkgever moet zijn werknemers erop wijzen dat zij op de werkplek hun originele identiteitsbewijs bij zich dragen. Alleen werknemers uit Nederland en de EU/EER mogen hiervoor hun rijbewijs gebruiken.
  3. Bewaarplicht
    De gegevens (zie punt 1) moet de werkgever bewaren tot ten minste vijf volle kalenderjaren na afloop van het jaar waarin de dienstbetrekking van de werknemer geëindigd is. Voor zogenoemde basisgegevens geldt een fiscale bewaarplicht van zeven jaar. De werkgever kan de belastingdienst vragen of de afschriften op een andere plaats dan in de loonadministratie bewaard mogen worden. Als tijdens het dienstverband de geldigheid van het identiteitsbewijs verloopt, behoeft de werkgever geen nieuw en geldig identiteitsbewijs te vragen. Doet hij dit toch, dan moet hij het oude bewaren.
  4. Tewerkstellingsvergunning
    Hetgeen onder de punten 1 tot en met 3 is opgenomen, is van overeenkomstige toepassing indien de werknemer over een rechtsgeldige tewerkstellingvergunning moet beschikken om in Nederland de bedongen arbeid te verrichten.

  Voorbeeld  

Bewaarplicht identiteitsbewijs

De dienstbetrekking van de werknemer is op 1 juli 2008 geëindigd. De werkgever moet in ieder geval tot 31 december 2013 een kopie van het identiteitsbewijs bewaren.

02BA0038_1

De werknemer heeft twee verplichtingen:

  1. Inzageplicht
    Hij moet de werkgever een geldig identiteitsbewijs ter inzage geven en hem toestaan daarvan een afschrift te maken.
  2. Draag-/toonplicht
    De werknemer moet op de werkplek een geldig identiteitsbewijs bij zich dragen. Op verzoek van controle- en/of opsporingsmedewerkers van de belastingdienst en de vreemdelingendienst moet de werknemer dat identiteitsbewijs kunnen tonen.

Postbus 51 informeert u over geldige identiteitsbewijzen.

  Let op

Pas anoniementarief toe bij ongeldig identiteitsbewijs

Als de identiteit van de werknemer niet op de juiste wijze is vastgesteld of geen door de werkgever zelf gemaakte kopie van een geldig identiteitsbewijs aanwezig is, moet de werkgever het anoniementarief toepassen.

Identificatieplicht ten aanzien van werknemers die loon uit een tegenwoordige dienstbetrekking genieten

De verplichtingen van de werkgever en werknemer gelden als de werknemer loon uit tegenwoordige dienstbetrekking geniet. Hiervan is sprake als er een direct verband bestaat tussen het loon en de in een bepaald tijdvak vervulde werkzaamheden. Bijvoorbeeld het normale week- of maandloon, het vakantiegeld, et cetera. Meer informatie hierover is te vinden in Fictieve dienstbetrekking.

Bij loon uit vroegere dienstbetrekking staat het loon tegenover door de werknemer in het verleden (vroeger) verrichte arbeid. Voorbeelden van loon uit vroegere dienstbetrekkingen zijn: WW- en WIA-uitkeringen en ouderdomspensioenen.

De identificatieplicht geldt ook als de werknemer in fictieve dienstbetrekking werkzaam is. Dit is soms het geval bij onder andere stagiairs, meewerkende kinderen en artiesten.

Identificatieplicht vaststellen van anderen dan werknemers

  1. Ingeleende krachten
    De werkgever zal ook ten aanzien van anderen dan de eigen werknemers in bepaalde situaties de identiteit op de juiste wijze moeten vaststellen. Niet alleen om te beoordelen of die arbeidskracht gerechtigd is in Nederland werkzaamheden te verrichten, maar ook om bij een daadwerkelijke aansprakelijkstelling voor belastingschuld van derden eventueel het anoniementarief te kunnen bestrijden. Een aansprakelijkstelling is aan de orde in de situatie dat de aannemer of inlener gebruik heeft gemaakt van illegale dan wel anonieme arbeidskrachten. Als een aannemer of inlener alsnog de juiste identiteit van de werknemers van de onderaannemer dan wel de ingehuurde krachten op deugdelijke wijze kan aantonen, vindt een tariefmatiging plaats. Dit laatste vindt plaats op basis van beleidsbesluiten.
  2. Opdrachtnemers
    Bij de uitbreiding van de rechtsgevolgen van de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) is een verwijzing naar de Wet Identificatieplicht (WID) opgenomen. Om zich met succes te kunnen beroepen op de vrijwarende werking van de VAR-WUO en de VAR-dga ten aanzien van inhoudingsplicht is de opdrachtgever verplicht om de identiteit van de opdrachtnemer vast te stellen aan de hand van een geldig identiteitsbewijs (niet zijnde een rijbewijs) en een kopie hiervan in zijn administratie te bewaren. Voor zover de aard en het nummer van het identiteitsbewijs niet uit de kopie van het document blijken, moet dit apart worden geadministreerd. Deze eis wordt gesteld om te voorkomen dat een rechtsgeldige VAR wordt gebruikt door een andere persoon dan de rechtsgeldige houder van de VAR. Bij twijfel aan de juistheid van de VAR kan de opdrachtgever de juistheid telefonisch laten controleren via telefoonnummer 088 1511 000.

Geen ontheffing mogelijk

Voor de identificatieplicht worden geen ontheffingen afgegeven. De Wet op de identificatieplicht kent bijvoorbeeld geen speciale regeling voor hen die problemen of bezwaren hebben met de identificatieplicht.

Sancties

Overtreding van de verplichtingen die de Wet op de identificatieplicht oplegt, wordt als misdrijf beschouwd. Zowel de werkgever als de werknemer kunnen bij overtreding worden gestraft.

  • Aan de werkgever die niet voldoet aan de aan hem opgelegde verplichtingen, kunnen sancties worden opgelegd, waaronder een hoge geldboete.

Ook de werknemer kan een sanctie (gevangenisstraf of geldboete) worden opgelegd als hij niet aan de identificatieplicht voldoet. Hem kan bijvoorbeeld een uitkering worden geweigerd.

Als de werknemer niet voldoet aan de inzageplicht en/of als de werkgever niet voldoet aan de verificatie- en/of bewaarplicht, moet op het loon van de werknemer het 'anoniementarief' worden toegepast. Dat betekent dat:

  • op het loon van de werknemer 52% loonbelasting/premie volksverzekeringen moet worden ingehouden, zonder rekening te houden met de loonheffingskorting;
  • de werkgever voor de premies werknemersverzekeringen geen rekening mag houden met het maximumpremieloon en de franchise;
  • de werkgever voor de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW, die ten laste van het nettoloon van de werknemer komt, geen rekening mag houden met het maximumbijdrageloon. De werkgeversbijdrage moet wel worden vergoed, maar tot maximaal de jaarlijkse ZVW- bijdrage.

De hoogte van de opgelegde boete en de vraag of een gevangenisstraf van toepassing is, hangt natuurlijk af van de zwaarte van de overtreding. Het anoniementarief moet altijd worden toegepast. Bovendien kan de degene die zich niet kan of wil identificeren door de controle- en/of opsporingsmedewerkers worden verzocht met hen mee te gaan naar kantoor om daar alsnog zijn identiteit vast te stellen.

  Let op  

Beoordelen identiteitsbewijs

De belastingdienst is van mening dat de werkgever moet beoordelen of het overgelegde identiteitsbewijs wel of geen vervalsing betreft. Als sprake is van een vervalst document en de belastingdienst van oordeel is dat de werkgever dit redelijkerwijs had moeten zien, wordt de betreffende werknemer alsnog als anoniem aangemerkt. De werkgever zal dan een naheffingsaanslag krijgen. Op weethoehetzit.nl is een brochure beschikbaar die aangeeft welke stappen genomen moeten worden om de identiteit van de werknemer op de juiste wijze vast te stellen.

De werkgever kan altijd bij de Koninklijke Marechaussee (Schiphol) nadere informatie vragen over het betreffende identiteitsbewijs, telefonisch (020 - 603 86 30) of door het opsturen van een kopie/scan van het identiteitsbewijs.

Een checklist aandachtspunten identificatie vindt u hieronder.

  Checklist  

Aandachtspunten tijdens de identificatie

In het Handboek loonheffingen 2011 van de belastingdienst is een onderdeel opgenomen waarin staat aangegeven waarop de werkgever in de visie van de belastingdienst tijdens de identificatie op moet letten. De informatie is verkort weergegeven.

  • Is er sprake van een origineel document?
  • Is de geldigheidsduur van het document nog niet verstreken?
  • Draagt het document de pasfoto van de werknemer?
  • Loopt de afdruk van de stempel op de pagina ononderbroken door over de foto?
  • Zijn er geen beschadigingen, insnijdingen of lijmresten te zien aan of rond de foto?
  • Zijn er geen beschadigingen bij de andere variabele gegevens te zien?
  • Komt de handtekening van het identiteitsbewijs overeen met de handtekeningen op de loonbelastingverklaring en het arbeidscontract?
  • Komen de gegevens in het document, zoals lengte, leeftijd, geslacht, kleur ogen en nationaliteit, overeen met de werknemer?
  • Kent de werknemer de gegevens in het document, zoals adres, namen van kinderen, plaats en datum van afgifte van het document?
  • Is het document duidelijk leesbaar? Een niet duidelijk document is ongeldig.
  • Is de spelling van plaatsnamen en het gebruik van hoofdletters juist?
  • Bevat het document geen eigenhandige bijschrijvingen/veranderingen? Dergelijke aanpassingen maken het document ongeldig als daarbij geen autorisatiestempel is geplaatst.
  • Zijn het aantal, de volgorde en de nummering van de bladzijden juist?
  • Zitten de bladzijden niet los, zijn ze niet geplakt en hebben de bladzijden hetzelfde documentnummer?

Bij twijfel aan de echtheid van een identiteitsbewijs kan de werkgever terecht bij het Nationaal Bureau Document van de Koninklijke Marechaussee op Luchthaven Schiphol, tel. 020 - 603 86 30.

Vreemdelingentoezicht

De politie mag een onderzoek instellen als zij vermoedt dat er ergens in Nederland illegale vreemdelingen verblijven. Deze onderzoeken vinden vaak plaats in samenwerking met onder meer de SIOD en de belastingdienst. Bij zo'n onderzoek kan aan iedereen die in het onderzoek wordt betrokken, verzocht worden zich te identificeren. Dit betekent in de praktijk dat als de controle-instantie vermoedt dat bij een bepaald bedrijf illegale vreemdelingen werken, iedereen die zich daar bevindt, zich bij het onderzoek moet kunnen identificeren.

Het is verstandig om de richtlijnen van de belastingdienst te volgen.

  Checklist  

Richtlijnen belastingdienst

  • Inhouding aan de hand van het anoniementarief vrijwaart de werkgever niet van andere straffen.
  • Het identiteitsbewijs moet geldig zijn op de datum waarop het wordt gebruikt voor de identificatieplicht, bijvoorbeeld op het moment waarop de werkgever een fotokopie voor de loonadministratie maakt. De fotokopie hoeft niet vernieuwd te worden op het moment dat de geldigheid van het identiteitsbewijs verloopt.

Opgaaf gegevens voor de loonheffingen

Sinds 1 januari 2007 is de loonbelastingverklaring vervangen door een 'Opgaaf gegevens voor de loonheffingen'. De werknemer moet vanaf deze datum vóór zijn eerste werkdag een schriftelijke verklaring aan de werkgever overleggen waarin ten minste de volgende gegevens zijn opgenomen:

  • naam en voorletters;
  • geboortedatum;
  • burgerservicenummer (BSN);
  • adres;
  • postcode en woonplaats;
  • woonland en regio als de werknemer niet in Nederland woont.

De werknemer moet eveneens vóór zijn eerste werkdag een verzoek indienen bij de werkgever voor het toepassen van de loonheffingskorting. Als de werknemer de loonheffingskorting niet wil of niet meer kan laten toepassen, moet hij dit schriftelijk aan de werkgever doorgeven. Dit kan tegelijk met de 'Opgaaf gegevens voor de loonheffingen'.

De opgaaf van de gegevens voor de loonheffingen is vormvrij. De werkgever moet erop letten dat alle gegevens zijn opgenomen en dat de verklaring van de gegevens en het verzoek om toepassing van de loonheffingskorting door de werknemer voorzien zijn van een dagtekening en handtekening. Van de site van de belastingdienst kan een formulier 'Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen' worden gedownload.

  Tip

Model opgaaf gegevens loonheffingen

De werknemer kan de gegevens ook aanleveren door gebruik te maken van het 'Model opgaaf gegevens voor de loonheffingen', dat hij kan downloaden van de site van de belastingdienst. In dit formulier kan hij zijn persoonlijke gegevens invullen en erop aangeven of hij gebruik wil maken van de loonheffingskorting. De schriftelijke opgaaf van de gegevens voor de loonheffingen moet gedagtekend en ondertekend zijn door de werknemer en worden ingeleverd bij de werkgever.

De werkgever moet de gegevens controleren en administreren. De werkgever moet de opgaaf van de gegevens voor de loonheffingen gedurende ten minste vijf volle kalenderjaren na einde van de dienstbetrekking van de werknemer bewaren bij de loonadministratie.

  Let op

Schriftelijke opgaaf gegevens

De werkgever moet in het bezit zijn van de schriftelijke opgaaf van de gegevens vóór de datum van aanvang van de werkzaamheden. De werkgever moet de loonbelastingverklaring of de opgaaf gegevens voor de loonheffingen, kunnen tonen als de belastingdienst hierom verzoekt.

Als de werknemer de opgaaf gegevens voor de loonheffingen niet inlevert of hierop gegevens vermeldt waarvan de werkgever redelijkerwijs kan weten dat deze onjuist zijn, moet (als een soort straf) de werkgever het anoniementarief van 52% toepassen en mag hij geen rekening houden met de franchise en het maximumpremieloon. Bovendien mag hij bij het inhouden van de ZVW-bijdrage geen rekening houden met het maximumbijdrageloon.

  Let op

Loonbelastingverklaring

Voor werknemers die vóór 1 januari 2007 in dienst zijn getreden, kan de werkgever het anoniementarief alleen voorkomen als er een volledig ingevulde en ondertekende loonbelastingverklaring aanwezig is. De opgaaf van de gegevens vóór 1 januari 2007 was niet vormvrij. Hiervoor kon alleen het formulier van de belastingdienst worden gebruikt.

Burgerservicenummer

De werknemer moet op de schriftelijke verklaring van de gegevens voor de loonheffingen zijn burgerservicenummer (BSN) vermelden. Het BSN is een uniek nummer; het bestaat uit negen cijfers. Er kunnen geen twee dezelfde nummers in omloop zijn. Er bestaat een methode om de juistheid van het BSN te controleren, de zogenoemde 11-modusmethode. Deze werkt als volgt: het eerste cijfer van het BSN wordt vermenigvuldigd met 9, het tweede met 8, het derde met 7, tot en met het achtste cijfer dat met 2 moet worden vermenigvuldigd. De som van deze getallen moet door 11 worden gedeeld. Het resterende cijfer moet overeenkomen met het laatste cijfer van het BSN. Hier leest u meer over het BSN.

  Tip

Juistheid BSN checken

Bij twijfel omtrent de juistheid van het BSN kan de werkgever altijd de belastingdienst raadplegen. Dit kan veel problemen voorkomen.

Geen opgaaf van gegevens voor de loonheffingen

De werknemer hoeft geen opgaaf van gegevens voor de loonheffingen aan de werkgever te verstrekken als sprake is van:

  • een werknemer die binnen een zogenoemde samenhangende groep inhoudingsplichtigen wisselt van werkgever (de werkgever moet dan in het bezit zijn van een beschikking van de belastingdienst inzake samenhangende groep);
  • een werknemer die de werkgever in dienst neemt nadat de vorige dienstbetrekking met deze werknemer is beëindigd. De gegevens voor de loonheffingen mogen in de tussentijd niet zijn gewijzigd. De werknemer moet bij het begin van de werkzaamheden schriftelijk verklaren en ondertekenen dat de gegevens nog juist zijn.

Aanleg loonstaat

De werkgever gebruikt de gegevens die de werknemer op de opgaaf gegevens loonheffingen verstrekt voor het aanleggen van een loonstaat van de werknemer. De werkgever mag geen gegevens in de loonstaat overnemen waarvan hij weet dat deze onjuist zijn.

De werkgever moet ieder kalenderjaar een loonstaat aanleggen voor de werknemer vóór de eerste loonbetaling.

Eerstedagsmelding

Er geldt geen algemene EDM-verplichting. De belastingdienst kan aan werkgevers nog wel een EDM-verplichting opleggen.

Wanneer moet de werkgever een eerstedagsmelding doen?

Werkgevers die een EDM-verplichting hebben opgelegd gekregen, zijn verplicht om bij elke nieuwe werknemer vóór de datum van de aanvang van de werkzaamheden een eerstedagsmelding (EDM) in te dienen bij de belastingdienst. Als de werkgever met de werknemer afspreekt dat hij nog dezelfde dag bij de werkgever gaat werken, dan mag de werkgever de werknemer op die dag melden bij de belastingdienst, maar wel vóór het begin van de werkzaamheden. De EDM heeft tot doel om illegale arbeid en zwartwerken in het algemeen tegen te gaan.

  Voorbeeld  

EDM-verplichting

Op 15 juli is een arbeidsovereenkomst gesloten. De werknemer begint met zijn werkzaamheden op 1 augustus. De werkgever heeft een EDM-verplichting en moet de EDM indienen vóór 1 augustus.

Een EDM-plichtige werkgever moet een EDM indienen voor alle werknemers die voor de loonbelasting in echte of fictieve dienstbetrekking (bijvoorbeeld directeur-grootaandeelhouders, commissarissen en gelijkgestelden) bij de werkgever komen werken. De werkgever moet ook een EDM indienen als de werknemer niet-belastingplichtig is voor de loonbelasting, maar wel verzekerd is voor de volks- en/of werknemersverzekeringen.

Deze werkgever hoeft geen EDM in te dienen bij:

  • uitzendkrachten die via een uitzendbureau bij de werkgever werken;
  • personen die geen werkzaamheden verrichten, zoals uitkerings- en pensioengerechtigden;
  • artiesten en beroepssporters die onder de regeling voor artiesten en beroepssporters vallen;
  • werknemers die binnen een samenhangende groep inhoudingsplichtigen van werkgever wisselen;
  • een werknemer die de werkgever onder een ander subnummer in de aangifte wil gaan opnemen zonder dat sprake is van een nieuwe dienstbetrekking;
  • meewerkende kinderen voor wie de bijzondere regeling voor meewerkende kinderen geldt.

Welke gegevens moet een eerstedagsmelding bevatten?

De EDM moet de volgende gegevens bevatten:

  • naam werknemer;
  • BSN/sofinummer werknemer;
  • geboortedatum werknemer;
  • datum aanvang werkzaamheden.

Als de nieuwe werknemer nog geen sofinummer heeft op de datum dat hij met zijn werkzaamheden begint, mag u zijn (unieke) personeelsnummer invullen.

  Tip

Tijdige opgaaf gegevens

De gegevens voor de EDM moeten op tijd beschikbaar zijn voor de EDM-plichtige werkgever. Het is raadzaam om de opgaaf van de gegevens voor de loonheffingen zo spoedig mogelijk door de werknemer te laten invullen en de werknemer zich zo vroeg mogelijk te laten identificeren.

Hoe moet een eerstedagsmelding worden gedaan?

De EDM moet elektronisch worden gedaan. Dit kan op de volgende manieren:

  • via de internetsite van de belastingdienst;
  • door middel van de aangifte- of administratiesoftware;
  • laten verzorgen door een belastingconsulent.

  Let op  

Goede en betrouwbare administratie noodzakelijk

Als de EDM-plichtige werkgever geen EDM heeft ingediend voor een werknemer terwijl hij wel een EDM-verplichting heeft, kan de belastingdienst er fictief van uitgaan dat het dienstverband met deze werknemer al ten minste zes maanden heeft geduurd. De belastingdienst kan een naheffingsaanslag loonheffingen opleggen over deze fictieve inkomstenperiode. Het is mogelijk dat de werkgever tegenbewijs levert over de werkelijke datum van indiensttreding van de werknemer. De werkgever is vrij in de wijze waarop hij dit tegenbewijs levert.

Wel of geen EDM-verplichting; het is zonder meer aan te raden om bij aanvang van de werkzaamheden van de werknemer een goede en betrouwbare administratie te voeren. Gegevens daaruit kunnen de werkgever op verschillende momenten van pas komen.

  Let op

Boete EDM

Op het onjuist, onvolledig en/of te laat doen van een EDM kan de belastingdienst een boete leggen van € 123,–. In uitzonderlijke situaties kan zelfs een boete van € 1.230,– worden opgelegd.

Overzicht administratieve verplichtingen bij aanstelling

Aandachtspunt Wie neemt actie? Tijdstip actie?
Aanvraag loonheffingennummerWerkgeverIndiensttreding eerste werknemer
Identiteit werknemer vaststellen (inclusief, indien van toepassing een juiste tewerkstellingsvergunningWerkgeverVoor aanvang werkzaamheden
Melding bij belastingdienst (EDM), indien verplichtingWerkgeverUiterlijk één dag voor aanvang van de werkzaamheden
Loonstaat aanleggenWerkgever/werknemerVoor eerste loonbetaling
Opgaaf gegevens voor de loonheffingen (oude loonbelastingverklaring)Werkgever/werknemerUiterlijk één dag voor aanvang van de werkzaamheden
Melden bij pensioenfonds of verzekeringsmaatschappijWerkgever/werknemerZo spoedig mogelijk na indiensttreding

  Let op

De meeste bedrijven kennen een pensioenregeling. Bij aanstelling van de werknemer moet de werkgever beoordelen of de werknemer onder de pensioenregeling valt. Vaak is dit geregeld in de cao of in een afzonderlijk pensioenreglement. Als de werknemer onder een dergelijke regeling valt, moet de werknemer zo spoedig mogelijk na indiensttreding bij het pensioenfonds worden aangemeld. Dit nalaten kan bijvoorbeeld bij overlijden of invaliditeit van de werknemer grote financiële gevolgen voor de werkgever betekenen.

 

Verplichtingen werkgever bij indiensttreding werknemer

Vraag en antwoord

Een nieuwe werknemer weigert zijn identiteitsbewijs (paspoort) af te staan om er een kopie van te laten maken. Hij zegt dat het niet is toegestaan om het paspoort uit handen te geven. Heeft hij gelijk? Kunnen wij dan niet aan onze wettelijke verplichting voldoen?

Een paspoort mag inderdaad alleen uit handen worden gegeven als dit nodig is om te voldoen aan een wettelijke verplichting. In de Wet op de loonbelasting is voor de werknemer de verplichting opgenomen om inzage te verstrekken in bepaalde documenten uit de Wet op de identificatieplicht. Daarmee is het de werknemer dus toegestaan om een kopie van zijn identiteitsbewijs te laten maken omdat hij hiermee voldoet aan een verplichting uit de Wet op de loonbelasting.

Als de werknemer blijft weigeren, bent u verplicht om bij zijn salarisberekening het anoniementarief toe te passen. Vaak is een pro-formaberekening volgens het anoniementarief een extra hulpmiddel om de werknemer te overreden een kopie toe te staan.

02BA=0038