
|
|
||
|
|
Arbeidstijdenwet Geschreven door: mr. Edith Molemans* X mr. Edith Molemans De Arbeidstijdenwet valt onder het arbeidsomstandighedenrecht en geeft het wettelijke kader voor de maximale werktijden en minimale rusttijden in het arbeidsproces. Ook regelt de Arbeidstijdenwet vanaf welke leeftijd arbeid is toegestaan en onder welke voorwaarden. De huidige Arbeidstijdenwet is in werking getreden op 1 april 2007. De wet wil de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van werknemers tijdens het werk bevorderen en geeft hiervoor een basisniveau van bescherming. Ook heeft de wet tot doel om de combinatie van arbeid, zorg en andere taken te bevorderen. De Arbeidstijdenwet wil een evenwicht bieden tussen de flexibiliteitsbehoefte van ondernemingen enerzijds en de bescherming van werknemers anderzijds. Naast de Arbeidstijdenwet geeft ook de Arbeidsomstandighedenwet voorschriften over de arbeids- en rusttijden. Dit artikel gaat in op alle aspecten van de Arbeidstijdenwet. Daarnaast bevat het checklists en antwoorden op enkele veelgestelde vragen. Gerelateerde artikelen in dit kader zijn Arbowet en Jongeren en arbo, die u eveneens in deze kennisbank kunt raadplegen. In dit artikel:
Trefwoorden bij dit artikel: arbo verzuim, RI&E , arbeidstijdenwet, arbeidsvoorwaarden cao, wet verbetering poortwachter. Arbeidstijdenwet Arbeidstijdenwet De Arbeidstijdenwet kent een enkelvoudig normenstelsel. De wet bevat dus één set uiterste grenzen. Binnen deze grenzen moeten de werktijdregelingen worden gemaakt. In bepaalde situaties kan in overleg met de ondernemingsraad of bij cao van de uiterste, wettelijke normen van de Arbeidstijdenwet worden afgeweken. Dit geldt bijvoorbeeld voor regels met betrekking tot zondagarbeid en nachtarbeid. Naast de Arbeidstijdenwet geeft ook de Arbeidsomstandighedenwet voorschriften over de arbeids- en rusttijden. Denk bijvoorbeeld aan normeringen over beeldschermwerk of lopendebandwerk. In de risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E) moet dit beleid nadrukkelijk zijn terug te vinden, evenals de mogelijke risico's die de arbeidstijden kunnen inhouden en de wijze waarop de werkgever deze risico's probeert te beperken. De werkgever is verplicht om bij het vaststellen van het arbeidspatroon rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Hieronder wordt in ieder geval begrepen:
Bovendien moet de werkgever, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verwacht, de arbeid zo organiseren dat de werknemer zo veel mogelijk in een bestendig en regelmatig arbeidspatroon kan werken. Een en ander met het oog op de verantwoordelijkheden van de individuele werknemer buiten de arbeid. De verplichting om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer betekent niet dat iedere werknemer het recht heeft de arbeidstijden aan te passen aan zijn individuele scenario. De werkgever heeft vooral een inspanningsverplichting om rekening te houden met het feit dat zijn werknemers ook andere taken hebben buiten de arbeid. Maar uiteindelijk is het zijn beslissing die de doorslag geeft. Overleg tussen werkgever en werknemer over de individuele situatie lijkt voor de hand te liggen. Het is verder raadzaam dat de werkgever motiveert waarom hij op zekere wijze de arbeidstijden vaststelt, zeker als de werkgever een verzoek tot aanpassing van de individuele arbeidstijden van een werknemer van de hand wijst. Systeem van wetten Naast de Arbeidstijdenwet kennen we ook het Arbeidstijdenbesluit, het Arbeidstijdenbesluit vervoer, de Nadere regeling kinderarbeid en diverse besluiten (zoals het Boetebesluit). In het Arbeidstijdenbesluit staan uitzonderingen op de Arbeidstijdenwet genoemd. Deze uitzonderingen hebben betrekking op bepaalde branches (zoals brandweer en horeca), maar ook worden in het Arbeidstijdenbesluit bepaalde specifieke situaties geregeld. Een voorbeeld is de geconsigneerde pauze, het kwartiertje bij de ploeg en de aanwezigheidsdiensten. Het Arbeidstijdenbesluit vervoer en de Nadere regeling kinderarbeid geven regels omtrent deze specifieke branche, respectievelijk omtrent de uitzonderingen op het verbod op kinderarbeid. Begrippen in de Arbeidstijdenwet Sommige begrippen in de Arbeidstijdenwet hebben een iets andere betekenis dan de betekenis die in cao's of in arbeidsovereenkomsten wordt gebruikt. Bijvoorbeeld het begrip 'nachtdienst'; dit wordt in sommige cao's zodanig gedefinieerd dat er ook avonddiensten onder vallen, terwijl het in de Arbeidstijdenwet wordt gedefinieerd als: 'Een dienst waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen 0.00 uur en 06.00 uur.'
Toepassingsgebied van de Arbeidstijdenwet De Arbeidstijdenwet is van toepassing op werkgevers van:
Zelfstandigen vallen niet onder de Arbeidstijdenwet. Als het noodzakelijk is voor de veiligheid of de gezondheid van personen, kunnen de zelfstandigen wel onder de wet worden gebracht. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij zelfstandigen die werken op of vanaf een mijnbouwinstallatie. Voor vrijwilligers gelden uitzonderingsregels, waardoor zij niet volledig aan de Arbeidstijdenwet zijn gebonden. Zo zijn vrijwilligers niet beperkt in arbeidstijden en is het niet nodig dat arbeids- en rusttijden worden geregistreerd. Regels in de Arbeidstijdenwet Hoewel de regels uit de Arbeidstijdenwet in principe gelden voor de gehele private en publieke sector, zijn er uitzonderingen gemaakt voor bepaalde sectoren of bijzondere omstandigheden zoals bij een ramp. Deze regels zijn uitgewerkt in het op de Arbeidstijdenwet gebaseerde Arbeidstijdenbesluit. Afwijkende regels komen onder meer voor in de volgende sectoren en voor de volgende beroepen: Afwijkende regels arbeidstijdenbesluit sectoren/beroepen
Arbeidstijden voor volwassenen De Arbeidstijdenwet geeft de normen die werknemers van achttien jaar en ouder bescherming bieden ten aanzien van de arbeids- en rusttijden. Voor speciale categorieën werknemers, zoals zwangere vrouwen, kent de wet specifieke bepalingen. Ook zijn er bijzondere bepalingen voor een aantal bedrijfstakken. Arbeids- en rusttijden Onder de term arbeidstijd wordt verstaan de tijd waarin de werknemer de bedongen arbeid verricht, evenals de uren waarop hij zijn arbeid niet verricht wegens ziekte, vakantie, medezeggenschapstaken, vervulling van een door de wet of de overheid opgelegde verplichting. Van arbeid is al sprake als de arbeidskracht ten beschikking wordt gesteld ten behoeve van de werkgever, ook als er geen feitelijke werkzaamheden te doen zijn. De winkelverkoper verricht dus ook arbeid als hij of zij op een klant wacht. Op het moment dat er geen inspanning van de werknemer door de werkgever wordt verlangd (en er gezag is), eindigt de arbeid. Woon-werkverkeer is dus geen arbeidstijd, aangezien er hier geen gezagsrelatie is. Verkeer van huis naar een klant kan wel onder arbeidstijd vallen, hier is namelijk sprake van gezag. Een dienst is een tijdsruimte waarin arbeid wordt verricht en bestaat uit de arbeidstijd plus pauzes. De dienst wordt begrensd door een rusttijd voor en na de dienst. Arbeidstijdenwet arbeids- en rusttijden
Pauze Een pauze is een tijdsruimte van minimaal vijftien achtereenvolgende minuten, waarmee de arbeid onder de dienst wordt onderbroken en de werknemer geen enkele verplichting heeft ten aanzien van de bedongen arbeid. De Arbeidstijdenwet kent de volgende normen: Normen pauze
Overwerk De Arbeidstijdenwet kent geen onderscheid tussen 'arbeidstijd' en 'overwerk'. Er is dus één norm voor de totale arbeidstijd per dienst, per week, per vier weken en per zestien weken inclusief overwerk. Zwangere en recent bevallen vrouwen Voor zwangere en recent bevallen vrouwen zijn extra beschermende regels opgenomen in de Arbeidstijdenwet. Het werk moet voor hen zodanig zijn ingericht dat rekening is gehouden met hun specifieke omstandigheden. Concreet kan de zwangere of recent bevallen vrouw aanspraak maken op regelmatige werktijden, extra pauze en de mogelijkheid tot het ondergaan van de noodzakelijke zwangerschapsonderzoeken met behoud van loon. De zwangere of recent bevallen vrouw mag niet worden verplicht tot overwerk en/of nachtdiensten. De regels gelden tot zes maanden na de bevalling. Vier weken voor en zes weken na de (vermoedelijke) bevallingsdatum mag geen arbeid worden verricht. De werkgever kan een schriftelijke verklaring van de werkneemster eisen van de behandelend arts of de verloskundige waaruit de vermoedelijke datum van de bevalling blijkt. Totdat het kind negen maanden oud is, mag de vrouwelijke werknemer tijdens werktijd borstvoeding geven of kolven met behoud van loon. De vrouwelijke werknemer mag hiervoor zo veel tijd gebruiken als nodig is, met een maximum van een kwart van de arbeidstijd per dienst. De werkgever moet een geschikte, afsluitbare ruimte voor het voeden/kolven beschikbaar stellen. Arbeid op zondag De Arbeidstijdenwet kent als hoofdregel: geen arbeid op zondag. Er zijn echter twee uitzonderingen:
De Arbeidstijdenwet bepaalt dat de regels over zondagsarbeid ook van toepassing zijn op andere rustdagen dan de zondag, als werknemers om religieuze redenen die dag als rustdag kiezen (mits zij schriftelijk aan hun werkgever meedelen dat zij de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag vieren). Nachtdiensten Nachtdiensten zijn de diensten waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur. Nachtarbeid is alleen toegestaan als de aard van de arbeid dit met zich brengt en dit door het op een andere wijze organiseren van de arbeid redelijkerwijs niet is te voorkomen. Normen nachtarbeid Dit zijn de normen van Arbeidstijdenwet ten aanzien van nachtarbeid:
Als uit arbeidskundig onderzoek blijkt dat de werknemer gezondheidsproblemen heeft die worden veroorzaakt door de nachtdiensten of die door het werken in nachtdiensten worden verergerd, moet de werkgever de arbeid binnen een redelijke termijn zo inrichten dat de werknemer niet meer 's nachts hoeft te werken. Ook zwangere vrouwen kunnen niet worden verplicht om arbeid in nachtdienst te verrichten. Door onvoorziene wijzigingen van omstandigheden of door de aard van de werkzaamheden (piekperiode) kan het noodzakelijk zijn dat de werknemer incidenteel en voor korte tijd in de nacht moet werken. In die gevallen kan worden besloten dat de periode waarover de gemiddelde arbeidstijd per week wordt berekend, wordt gesteld op 52 in plaats van zestien weken. Per periode van 52 weken mag dan gemiddeld maximaal 40 uur per week worden gewerkt. Consignatiediensten Consignatie is de periode tussen twee opeenvolgende diensten of tijdens een pauze waarin de werknemer geen arbeid verricht maar wel bereikbaar moet zijn. Bij onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld een calamiteit zoals brand of een ongeval) kan hij dan worden opgeroepen om te werken. Er wordt pas arbeid in de zin van de Arbeidstijdenwet verricht op het moment dat de werknemer wordt opgeroepen om arbeid te gaan verrichten. Een oproep uit consignatie wordt altijd voor minimaal een half uur meegeteld, ook al heeft de werknemer bijvoorbeeld maar tien minuten getelefoneerd vanuit huis. Regels consignatiediensten Voor consignatiediensten gelden bijzondere regels:
Een oproep uit een consignatiedienst geldt niet als een onderbreking van de dagelijkse of wekelijkse rusttijd. Een oproep uit een consignatiedienst tijdens nachtelijke uren geldt niet als een nachtdienst. Aanwezigheidsdienst De aanwezigheidsdienst kan alleen bij een collectieve regeling (overeenkomst met de vakorganisaties of de OR) worden overeengekomen. Een aanwezigheidsdienst is een aaneengesloten tijdruimte van ten hoogste 24 uur, waarin de werknemer, zo nodig naast het verrichten van de bedongen arbeid, consignatie wordt opgelegd, waarbij de werknemer verplicht is om op de arbeidsplaats aanwezig te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de arbeid te verrichten. Medezeggenschap Op grond van de Wet op de ondernemingsraden is een besluit van de werkgever tot vaststelling of wijziging van een werktijdenregeling instemmingsplichtig. Hierbij valt te denken aan regelingen over roosters en pauzes. Over de mededelingstermijn van het rooster kunnen afspraken worden gemaakt. Als er geen afspraken zijn gemaakt, geldt een wettelijke termijn van 28 dagen. Registratie werk- en rusttijden De werkgever moet een 'deugdelijke registratie' voeren van de werk- en rusttijden. De wet geeft geen regels met betrekking tot de vorm waarin de registratie wordt gegoten. Het is raadzaam om ook een goede registratie bij te houden van overwerk, vakanties en pauzes. Naleving De arbeidsinspectie controleert de naleving van de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit. Overtredingen van de Arbeidstijdenwet kunnen direct worden bestraft met een boete. Vaak wordt er eerst een waarschuwing gegeven. De boetes worden berekend per dag en per persoon. De hoogte van de boete verschilt per overtreding, maar kan behoorlijk oplopen. De maximale hoogte van de boete is vastgesteld op € 11.250,– voor natuurlijke personen en € 45.000,– voor rechtspersonen. Bij herhaling van een overtreding binnen een jaar kan de boete met 50% worden verhoogd. Daarnaast blijft de strafrechtelijke vervolging mogelijk voor ernstige overtredingen, bijvoorbeeld overtredingen van het verbod op kinderarbeid waarbij het kind letsel oploopt of het negeren van een bevel tot het staken van de arbeid. In de vervoerssector blijft strafrechtelijke handhaving bestaan voor alle overtredingen waardoor de verkeersveiligheid in het geding kan zijn. Arbeidstijden voor minderjarigen Minderjarigen mogen niet zomaar werken. Voor kinderen (personen van vijftien jaar en jonger) geldt zelfs een arbeidsverbod. Slechts onder strikte voorwaarden mogen kinderen (lichte vormen van) arbeid verrichten. Het begrip arbeid moet hier ruim worden uitgelegd: elke verrichting van een kind ter naleving van een overeenkomst. Toezicht en voorlichting (de werkgever heeft een informatieplicht) over de gezondheid en veiligheid zijn altijd vereist. De Arbeidstijdenwet maakt onderscheid tussen verschillende leeftijdscategorieën, met aflopende beperkingen die aan de arbeid worden gesteld. Zowel de ouders/verzorgers van de minderjarigen als de betreffende werkgever zijn verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden die de wet stelt aan de arbeid per leeftijdscategorie. Overtreding van de Arbeidstijdenwet en de hierop gebaseerde regels levert een delict op. Zowel de ouders/verzorgers als de werkgever kunnen dan ook strafrechtelijk worden vervolgd. De werkgever kan bovendien een boete opgelegd krijgen. Meer over dit onderwerp vindt u in het artikel Jongeren en arbo. Trefwoorden bij dit artikel: arbo verzuim, RI&E , arbeidstijdenwet, arbeidsvoorwaarden cao, wet verbetering poortwachter.
![]() Arbeidstijdenwet Vraag en antwoord Wat is een consignatiedienst? Consignatie is de periode tussen twee opeenvolgende diensten of een pauze waarin de werknemer geen arbeid verricht maar wel bereikbaar moet zijn. Bij onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld een calamiteit zoals brand of een ongeval) kan hij dan worden opgeroepen om te werken. Er wordt pas arbeid in de zin van de Arbeidstijdenwet verricht op het moment dat de werknemer wordt opgeroepen om arbeid te gaan verrichten. Een oproep uit consignatie wordt altijd voor minimaal een half uur meegeteld, ook al heeft de werknemer bijvoorbeeld maar tien minuten getelefoneerd vanuit huis. Wat voor regels staan er in de Arbeidstijdenwet? De Arbeidstijdenwet geeft de grenzen aan waarbinnen binnen u de werktijdregelingen moet maken. In bepaalde situaties kan in overleg met de ondernemingsraad of bij cao van de uiterste, wettelijke normen van de Arbeidstijdenwet worden afgeweken. Dit geldt bijvoorbeeld voor regels met betrekking tot zondagarbeid en nachtarbeid. Trefwoorden bij dit artikel: arbo verzuim, RI&E , arbeidstijdenwet, arbeidsvoorwaarden cao, wet verbetering poortwachter. |
|
|
|