HRpraktijk

Home

ARBEIDSRECHT
 
Home  >  Kennisbank Arbeidsrecht  >  Artikelen  >  Arbeidstijdenwet


Kennisbank Arbeidsrecht

kennisbank arbeidsrecht

 

Actuele rapporten

ACTUELE RAPPORTEN

Download direct actuele rapporten over arbeidsrechtelijke zaken met tips, praktische modellen, voorbeeldcases en handige stappenplannen.

Naar rapporten-centrum  

 

Inhoudsopgave

Arbeidstijdenwet

Geschreven door: mr. Edith Molemans* X mr. Edith Molemans
Advocaat bij Boontje Advocaten Arbeidsrecht te Amsterdam.
1

De Arbeidstijdenwet valt onder het arbeidsomstandighedenrecht en geeft het wettelijke kader voor de maximale werktijden en minimale rusttijden in het arbeidsproces. Ook regelt de Arbeidstijdenwet vanaf welke leeftijd arbeid is toegestaan en onder welke voorwaarden.

De huidige Arbeidstijdenwet is in werking getreden op 1 april 2007. De wet wil de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van werknemers tijdens het werk bevorderen en geeft hiervoor een basisniveau van bescherming. Ook heeft de wet tot doel om de combinatie van arbeid, zorg en andere taken te bevorderen. De Arbeidstijdenwet wil een evenwicht bieden tussen de flexibiliteitsbehoefte van ondernemingen enerzijds en de bescherming van werknemers anderzijds.

Naast de Arbeidstijdenwet geeft ook de Arbeidsomstandighedenwet voorschriften over de arbeids- en rusttijden.

Dit artikel gaat in op alle aspecten van de Arbeidstijdenwet. Daarnaast bevat het checklists en antwoorden op enkele veelgestelde vragen. Gerelateerde artikelen in dit kader zijn Arbowet en Jongeren en arbo, die u eveneens in deze kennisbank kunt raadplegen.

In dit artikel:

Arbeidstijdenwet

Arbeidstijdenwet

De Arbeidstijdenwet kent een enkelvoudig normenstelsel. De wet bevat dus één set uiterste grenzen. Binnen deze grenzen moeten de werktijdregelingen worden gemaakt. In bepaalde situaties kan in overleg met de ondernemingsraad of bij cao van de uiterste, wettelijke normen van de Arbeidstijdenwet worden afgeweken. Dit geldt bijvoorbeeld voor regels met betrekking tot zondagarbeid en nachtarbeid.

Naast de Arbeidstijdenwet geeft ook de Arbeidsomstandighedenwet voorschriften over de arbeids- en rusttijden. Denk bijvoorbeeld aan normeringen over beeldschermwerk of lopendebandwerk. In de risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E) moet dit beleid nadrukkelijk zijn terug te vinden, evenals de mogelijke risico's die de arbeidstijden kunnen inhouden en de wijze waarop de werkgever deze risico's probeert te beperken.

De werkgever is verplicht om bij het vaststellen van het arbeidspatroon rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Hieronder wordt in ieder geval begrepen:

  • de (zorg)taken voor kinderen;
  • (afhankelijke) familieleden, verwanten en naasten;
  • maatschappelijke verantwoordelijkheden die door de werknemer worden gedragen.

Bovendien moet de werkgever, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verwacht, de arbeid zo organiseren dat de werknemer zo veel mogelijk in een bestendig en regelmatig arbeidspatroon kan werken. Een en ander met het oog op de verantwoordelijkheden van de individuele werknemer buiten de arbeid.

De verplichting om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer betekent niet dat iedere werknemer het recht heeft de arbeidstijden aan te passen aan zijn individuele scenario. De werkgever heeft vooral een inspanningsverplichting om rekening te houden met het feit dat zijn werknemers ook andere taken hebben buiten de arbeid. Maar uiteindelijk is het zijn beslissing die de doorslag geeft. Overleg tussen werkgever en werknemer over de individuele situatie lijkt voor de hand te liggen. Het is verder raadzaam dat de werkgever motiveert waarom hij op zekere wijze de arbeidstijden vaststelt, zeker als de werkgever een verzoek tot aanpassing van de individuele arbeidstijden van een werknemer van de hand wijst.

Systeem van wetten

Naast de Arbeidstijdenwet kennen we ook het Arbeidstijdenbesluit, het Arbeidstijdenbesluit vervoer, de Nadere regeling kinderarbeid en diverse besluiten (zoals het Boetebesluit). In het Arbeidstijdenbesluit staan uitzonderingen op de Arbeidstijdenwet genoemd. Deze uitzonderingen hebben betrekking op bepaalde branches (zoals brandweer en horeca), maar ook worden in het Arbeidstijdenbesluit bepaalde specifieke situaties geregeld. Een voorbeeld is de geconsigneerde pauze, het kwartiertje bij de ploeg en de aanwezigheidsdiensten. Het Arbeidstijdenbesluit vervoer en de Nadere regeling kinderarbeid geven regels omtrent deze specifieke branche, respectievelijk omtrent de uitzonderingen op het verbod op kinderarbeid.

Begrippen in de Arbeidstijdenwet

Sommige begrippen in de Arbeidstijdenwet hebben een iets andere betekenis dan de betekenis die in cao's of in arbeidsovereenkomsten wordt gebruikt. Bijvoorbeeld het begrip 'nachtdienst'; dit wordt in sommige cao's zodanig gedefinieerd dat er ook avonddiensten onder vallen, terwijl het in de Arbeidstijdenwet wordt gedefinieerd als: 'Een dienst waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen 0.00 uur en 06.00 uur.'

  • Arbeidstijd
    Onder de term arbeidstijd wordt verstaan de tijd waarin de werknemer de bedongen arbeid verricht, evenals de uren waarop hij zijn arbeid niet verricht wegens ziekte, vakantie, medezeggenschapstaken, vervulling van een door de wet of de overheid opgelegde verplichting. Bij arbeidstijd gaat het om gewerkte uren. De maximale arbeidstijd per dag is twaalf uur. Er mag dus een dienst worden ingeroosterd van dertien uur met een uur pauze erin. De feitelijke gewerkte uren (de arbeidstijd) zijn dan twaalf uur.
  • Rusttijd
    Rusttijd is de tijd dat de werknemer geen arbeid verricht of dienst heeft. Rusttijd onderscheidt zich van een pauze nu het bij rusttijd in de zin van de Arbeidstijdenwet gaat om rust voor en na een dienst, terwijl een pauze een periode van rust is in een dienst.
  • Pauze
    Een pauze is een aaneengesloten periode van ten minste vijftien minuten waarmee de arbeid in de dienst wordt onderbroken en waarin de werknemer geen verplichting heeft tot het verrichten van arbeid. Het is voor het begrip pauze in de zin van de Arbeidstijdenwet niet relevant of deze pauze wordt doorbetaald.
  • Dienst
    Een dienst is een tijdsruimte waarin arbeid wordt verricht en bestaat uit de arbeidstijd plus pauzes. De dienst wordt begrensd door een rusttijd voor en na de dienst.
  • Nachtdienst
    Een nachtdienst is een dienst waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen 0.00 uur en 06.00 uur. Een werknemer die bijvoorbeeld om 05.30 met de arbeid aanvangt, verricht geen arbeid in nachtdienst. Er is immers niet meer dan een uur tussen 0.00 uur en 06.00 uur gewerkt. Werknemers die jonger zijn dan achttien jaar, mogen geen arbeid in nachtdienst verrichten.
  • Consignatie
    Consignatie is de periode tussen twee opeenvolgende diensten of tijdens een pauze waarin de werknemer geen arbeid verricht maar wel bereikbaar moet zijn. Bij onvoorziene omstandigheden kan hij dan worden opgeroepen om te werken. Er wordt pas arbeid in de zin van de Arbeidstijdenwet verricht op het moment dat de werknemer wordt opgeroepen om arbeid te gaan verrichten.
  • Aanwezigheidsdienst
    Een aanwezigheidsdienst is eigenlijk een bijzondere invulling van het begrip consignatie. In deze dienst wordt zowel arbeid verricht als – en dat is het bijzondere – arbeidsplaatsgebonden consignatie verricht. De werknemer blijft dus op het werk aanwezig. Deze diensten worden ook wel slaapdiensten genoemd. Sinds 1 juni 2006 tellen alle uren in een aanwezigheidsdienst, ook de uren waarop geen werk wordt verricht, mee voor te berekening van de maximale arbeidsduur.
  • Week en dag
    Voor de week- en dagnormen in de Arbeidstijdenwet zijn ook definities van week en dag van belang. Een week is een kalenderweek, dat wil zeggen de periode lopend van zondag 00.00 uur tot zaterdag 24.00 uur. Een dag loopt van 00.00 uur tot 24.00 uur.

Toepassingsgebied van de Arbeidstijdenwet

De Arbeidstijdenwet is van toepassing op werkgevers van:

  • werknemers, behalve werknemers met een inkomen hoger dan drie keer het minimumloon (voor 2011 is dat € 55.972,80). Het gaat hier om een gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid. Zo blijven bijvoorbeeld altijd de voorschriften over zwangerschap en bevalling onverkort van kracht, óók voor deze groep werknemers;
  • ambtenaren;
  • uitzendkrachten, gedetacheerden en stagiairs (dus ten aanzien van de feitelijke werkgever ten behoeve van wie en onder wiens gezag de arbeid wordt verricht).

Zelfstandigen vallen niet onder de Arbeidstijdenwet. Als het noodzakelijk is voor de veiligheid of de gezondheid van personen, kunnen de zelfstandigen wel onder de wet worden gebracht. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij zelfstandigen die werken op of vanaf een mijnbouwinstallatie.

Voor vrijwilligers gelden uitzonderingsregels, waardoor zij niet volledig aan de Arbeidstijdenwet zijn gebonden. Zo zijn vrijwilligers niet beperkt in arbeidstijden en is het niet nodig dat arbeids- en rusttijden worden geregistreerd.

Regels in de Arbeidstijdenwet

Hoewel de regels uit de Arbeidstijdenwet in principe gelden voor de gehele private en publieke sector, zijn er uitzonderingen gemaakt voor bepaalde sectoren of bijzondere omstandigheden zoals bij een ramp. Deze regels zijn uitgewerkt in het op de Arbeidstijdenwet gebaseerde Arbeidstijdenbesluit. Afwijkende regels komen onder meer voor in de volgende sectoren en voor de volgende beroepen:

  Checklist  

Afwijkende regels arbeidstijdenbesluit sectoren/beroepen

  • ambulancezorg;
  • artsen;
  • audiovisuele producties;
  • baggerwerkzaamheden;
  • brandweer;
  • brood- en banketbakkerij;
  • horecabedrijf;
  • inwonend huishoudelijk personeel;
  • lokaalspoorwegen;
  • mijnbouw;
  • niet-nautisch personeel binnenvaart;
  • podiumkunsten en bioscopen;
  • schippersinternaten;
  • schoonmaakbedrijf;
  • sneeuw- en gladheidbestrijding;
  • tentoonstellingsbouw en scheepsreparatie;
  • verloskundigen;
  • verpleging en verzorging;
  • vervoerssector;
  • vrijwillige politie.

Arbeidstijden voor volwassenen

De Arbeidstijdenwet geeft de normen die werknemers van achttien jaar en ouder bescherming bieden ten aanzien van de arbeids- en rusttijden. Voor speciale categorieën werknemers, zoals zwangere vrouwen, kent de wet specifieke bepalingen. Ook zijn er bijzondere bepalingen voor een aantal bedrijfstakken.

Arbeids- en rusttijden

Onder de term arbeidstijd wordt verstaan de tijd waarin de werknemer de bedongen arbeid verricht, evenals de uren waarop hij zijn arbeid niet verricht wegens ziekte, vakantie, medezeggenschapstaken, vervulling van een door de wet of de overheid opgelegde verplichting. Van arbeid is al sprake als de arbeidskracht ten beschikking wordt gesteld ten behoeve van de werkgever, ook als er geen feitelijke werkzaamheden te doen zijn. De winkelverkoper verricht dus ook arbeid als hij of zij op een klant wacht. Op het moment dat er geen inspanning van de werknemer door de werkgever wordt verlangd (en er gezag is), eindigt de arbeid. Woon-werkverkeer is dus geen arbeidstijd, aangezien er hier geen gezagsrelatie is. Verkeer van huis naar een klant kan wel onder arbeidstijd vallen, hier is namelijk sprake van gezag.

Een dienst is een tijdsruimte waarin arbeid wordt verricht en bestaat uit de arbeidstijd plus pauzes. De dienst wordt begrensd door een rusttijd voor en na de dienst.

  Checklist  

Arbeidstijdenwet arbeids- en rusttijden

  • maximaal twaalf uur werken per dag;
  • maximaal zestig uur werken per week;
  • gemiddeld 55 uur per week in een periode van vier weken; in overleg met de ondernemingsraad of bij cao kan hiervan worden afgeweken;
  • gemiddeld 48 uur per week in een periode van zestien weken; om meer flexibiliteit te krijgen kan de referentieperiode van zestien weken onder omstandigheden bij cao worden verlengd naar 52 weken;
  • minimaal elf uur rusttijd per etmaal, dit mag één keer per week worden ingekort tot acht uur rusttijd;
  • naar keuze:
    1. minimaal 36 uur aaneengesloten rusttijd per week; of
    2. minimaal 72 uur aaneengesloten rusttijd in een aaneengesloten periode van veertien dagen die kan worden opgesplitst in perioden van minmaal 32 uur.
      Deze keuzemogelijkheid is uitgezonderd voor werknemers in kantoren en handelsondernemingen.

Pauze

Een pauze is een tijdsruimte van minimaal vijftien achtereenvolgende minuten, waarmee de arbeid onder de dienst wordt onderbroken en de werknemer geen enkele verplichting heeft ten aanzien van de bedongen arbeid. De Arbeidstijdenwet kent de volgende normen:

  Checklist  

Normen pauze

  • Minimaal dertig minuten aaneengesloten pauze bij meer dan 5,5 uur arbeidstijd. Dit kan worden opgesplitst in twee keer een kwartier pauze. In overleg met de ondernemingsraad of bij cao kan de pauze worden beperkt tot een kwartier.
  • Minimaal 45 minuten pauze, waarvan dertig minuten aaneengesloten bij meer dan tien uur arbeidstijd. Dit kan worden opgesplitst in drie keer een kwartier pauze. In overleg met de ondernemingsraad of bij cao kan de pauze worden beperkt tot een kwartier.

Overwerk

De Arbeidstijdenwet kent geen onderscheid tussen 'arbeidstijd' en 'overwerk'. Er is dus één norm voor de totale arbeidstijd per dienst, per week, per vier weken en per zestien weken inclusief overwerk.

Zwangere en recent bevallen vrouwen

Voor zwangere en recent bevallen vrouwen zijn extra beschermende regels opgenomen in de Arbeidstijdenwet. Het werk moet voor hen zodanig zijn ingericht dat rekening is gehouden met hun specifieke omstandigheden. Concreet kan de zwangere of recent bevallen vrouw aanspraak maken op regelmatige werktijden, extra pauze en de mogelijkheid tot het ondergaan van de noodzakelijke zwangerschapsonderzoeken met behoud van loon. De zwangere of recent bevallen vrouw mag niet worden verplicht tot overwerk en/of nachtdiensten. De regels gelden tot zes maanden na de bevalling. Vier weken voor en zes weken na de (vermoedelijke) bevallingsdatum mag geen arbeid worden verricht. De werkgever kan een schriftelijke verklaring van de werkneemster eisen van de behandelend arts of de verloskundige waaruit de vermoedelijke datum van de bevalling blijkt.

Totdat het kind negen maanden oud is, mag de vrouwelijke werknemer tijdens werktijd borstvoeding geven of kolven met behoud van loon. De vrouwelijke werknemer mag hiervoor zo veel tijd gebruiken als nodig is, met een maximum van een kwart van de arbeidstijd per dienst. De werkgever moet een geschikte, afsluitbare ruimte voor het voeden/kolven beschikbaar stellen.

Arbeid op zondag

De Arbeidstijdenwet kent als hoofdregel: geen arbeid op zondag. Er zijn echter twee uitzonderingen:

  • Allereerst kan er op zondag worden gewerkt als de aard van de arbeid met zich meebrengt dat werken op zondag nodig is. Te denken valt bijvoorbeeld aan horeca, recreatie en gezondheidszorg. Bij deze uitzonderingsgrond moet wel in de cao of in de individuele arbeidsovereenkomst zijn opgenomen dat er op zondagen wordt gewerkt.
  • De tweede uitzondering is de noodzaak tot het werken op zondag wegens bedrijfsomstandigheden. Denk hier bijvoorbeeld aan een fabriek met een dure machine waarbij er grote bedrijfseconomische gevolgen zouden optreden als deze machine op zaterdagavond wordt stilgelegd en op maandagmorgen weer wordt opgestart. Bij werken op zondag wegens bedrijfsomstandigheden is naast de vereiste overeenstemming met de OR ook de expliciete toestemming van de individuele werknemer vereist. De werknemer mag het werken op zondag weigeren, om welke reden dan ook. Deze weigering mag nooit een reden zijn voor ontslag.

  Let op

De Arbeidstijdenwet bepaalt dat de regels over zondagsarbeid ook van toepassing zijn op andere rustdagen dan de zondag, als werknemers om religieuze redenen die dag als rustdag kiezen (mits zij schriftelijk aan hun werkgever meedelen dat zij de wekelijkse rustdag op een andere dag dan de zondag vieren).

Nachtdiensten

Nachtdiensten zijn de diensten waarin meer dan een uur arbeid wordt verricht tussen 00.00 uur en 06.00 uur. Nachtarbeid is alleen toegestaan als de aard van de arbeid dit met zich brengt en dit door het op een andere wijze organiseren van de arbeid redelijkerwijs niet is te voorkomen.

  Checklist  

Normen nachtarbeid

Dit zijn de normen van Arbeidstijdenwet ten aanzien van nachtarbeid:

  • maximaal 36 nachtdiensten per zestien weken die eindigen na 02.00 uur; in overleg met de ondernemingsraad of bij cao kan hiervan worden afgeweken tot maximaal 140 nachtdiensten eindigend na 02.00 uur per 52 weken of maximaal 38 uur arbeid tussen 0.00 uur en 06.00 uur per twee weken;
  • maximaal zestien nachtdiensten per vier weken bij nachtdiensten die voor of op 02.00 uur eindigen;
  • maximaal tien uur arbeid per nachtdienst;
  • gemiddeld veertig uur per week als er sprake is van zestien of meer nachtdiensten in die periode;
  • minimaal veertien uur rusttijd na een nachtdienst die eindigt na 02.00 uur;
  • minimaal 46 uur rusttijd na een nachtdienst die eindigt na een reeks van drie nachtdiensten.

Als uit arbeidskundig onderzoek blijkt dat de werknemer gezondheidsproblemen heeft die worden veroorzaakt door de nachtdiensten of die door het werken in nachtdiensten worden verergerd, moet de werkgever de arbeid binnen een redelijke termijn zo inrichten dat de werknemer niet meer 's nachts hoeft te werken. Ook zwangere vrouwen kunnen niet worden verplicht om arbeid in nachtdienst te verrichten.

Door onvoorziene wijzigingen van omstandigheden of door de aard van de werkzaamheden (piekperiode) kan het noodzakelijk zijn dat de werknemer incidenteel en voor korte tijd in de nacht moet werken. In die gevallen kan worden besloten dat de periode waarover de gemiddelde arbeidstijd per week wordt berekend, wordt gesteld op 52 in plaats van zestien weken. Per periode van 52 weken mag dan gemiddeld maximaal 40 uur per week worden gewerkt.

Consignatiediensten

Consignatie is de periode tussen twee opeenvolgende diensten of tijdens een pauze waarin de werknemer geen arbeid verricht maar wel bereikbaar moet zijn. Bij onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld een calamiteit zoals brand of een ongeval) kan hij dan worden opgeroepen om te werken. Er wordt pas arbeid in de zin van de Arbeidstijdenwet verricht op het moment dat de werknemer wordt opgeroepen om arbeid te gaan verrichten. Een oproep uit consignatie wordt altijd voor minimaal een half uur meegeteld, ook al heeft de werknemer bijvoorbeeld maar tien minuten getelefoneerd vanuit huis.

  Checklist  

Regels consignatiediensten

Voor consignatiediensten gelden bijzondere regels:

  • maximaal dertien uur arbeidstijd ('gewone' dienst en consignatiedienst) per etmaal;
  • per oproep minimumwerktijd van 30 minuten;
  • als binnen 30 minuten na het beëindigen van arbeid uit een oproep een nieuwe oproep volgt, wordt de tussenliggende tijd aangemerkt als arbeidstijd;
  • maximaal 60 uur per week in consignatie;
  • gemiddeld 48 uur per zestien weken;
  • gemiddeld 48 uur per zestien weken als de consignatie tussen 00.00 en 06.00 uur valt; bij meer dan zestien consignatiediensten in zestien weken tussen 00.00 en 06.00 uur geldt dat er ofwel gemiddeld veertig uur moet zijn gewerkt ofwel gemiddeld 45 uur als in elk geval voor middernacht acht uur rust is genoten;
  • minimaal veertien dagen geen consignatie binnen een periode van vier weken; van deze veertien dagen moeten er twee keer twee dagen achtereen zonder consignatie zijn;
  • consignatie elf uur voor en veertien uur na een nachtdienst is niet toegestaan.

  Let op

Een oproep uit een consignatiedienst geldt niet als een onderbreking van de dagelijkse of wekelijkse rusttijd. Een oproep uit een consignatiedienst tijdens nachtelijke uren geldt niet als een nachtdienst.

Aanwezigheidsdienst

De aanwezigheidsdienst kan alleen bij een collectieve regeling (overeenkomst met de vakorganisaties of de OR) worden overeengekomen. Een aanwezigheidsdienst is een aaneengesloten tijdruimte van ten hoogste 24 uur, waarin de werknemer, zo nodig naast het verrichten van de bedongen arbeid, consignatie wordt opgelegd, waarbij de werknemer verplicht is om op de arbeidsplaats aanwezig te zijn om op oproep zo spoedig mogelijk de arbeid te verrichten.

Medezeggenschap

Op grond van de Wet op de ondernemingsraden is een besluit van de werkgever tot vaststelling of wijziging van een werktijdenregeling instemmingsplichtig. Hierbij valt te denken aan regelingen over roosters en pauzes. Over de mededelingstermijn van het rooster kunnen afspraken worden gemaakt. Als er geen afspraken zijn gemaakt, geldt een wettelijke termijn van 28 dagen.

Registratie werk- en rusttijden

De werkgever moet een 'deugdelijke registratie' voeren van de werk- en rusttijden. De wet geeft geen regels met betrekking tot de vorm waarin de registratie wordt gegoten. Het is raadzaam om ook een goede registratie bij te houden van overwerk, vakanties en pauzes.

Naleving

De arbeidsinspectie controleert de naleving van de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit. Overtredingen van de Arbeidstijdenwet kunnen direct worden bestraft met een boete. Vaak wordt er eerst een waarschuwing gegeven. De boetes worden berekend per dag en per persoon. De hoogte van de boete verschilt per overtreding, maar kan behoorlijk oplopen. De maximale hoogte van de boete is vastgesteld op € 11.250,– voor natuurlijke personen en € 45.000,– voor rechtspersonen. Bij herhaling van een overtreding binnen een jaar kan de boete met 50% worden verhoogd. Daarnaast blijft de strafrechtelijke vervolging mogelijk voor ernstige overtredingen, bijvoorbeeld overtredingen van het verbod op kinderarbeid waarbij het kind letsel oploopt of het negeren van een bevel tot het staken van de arbeid. In de vervoerssector blijft strafrechtelijke handhaving bestaan voor alle overtredingen waardoor de verkeersveiligheid in het geding kan zijn.

Arbeidstijden voor minderjarigen

Minderjarigen mogen niet zomaar werken. Voor kinderen (personen van vijftien jaar en jonger) geldt zelfs een arbeidsverbod. Slechts onder strikte voorwaarden mogen kinderen (lichte vormen van) arbeid verrichten. Het begrip arbeid moet hier ruim worden uitgelegd: elke verrichting van een kind ter naleving van een overeenkomst. Toezicht en voorlichting (de werkgever heeft een informatieplicht) over de gezondheid en veiligheid zijn altijd vereist.

De Arbeidstijdenwet maakt onderscheid tussen verschillende leeftijdscategorieën, met aflopende beperkingen die aan de arbeid worden gesteld.

Zowel de ouders/verzorgers van de minderjarigen als de betreffende werkgever zijn verantwoordelijk voor de naleving van de voorwaarden die de wet stelt aan de arbeid per leeftijdscategorie. Overtreding van de Arbeidstijdenwet en de hierop gebaseerde regels levert een delict op. Zowel de ouders/verzorgers als de werkgever kunnen dan ook strafrechtelijk worden vervolgd. De werkgever kan bovendien een boete opgelegd krijgen.

Meer over dit onderwerp vindt u in het artikel Jongeren en arbo.

 

Arbeidstijdenwet

Vraag en antwoord

Wat is een consignatiedienst?

Consignatie is de periode tussen twee opeenvolgende diensten of een pauze waarin de werknemer geen arbeid verricht maar wel bereikbaar moet zijn. Bij onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld een calamiteit zoals brand of een ongeval) kan hij dan worden opgeroepen om te werken. Er wordt pas arbeid in de zin van de Arbeidstijdenwet verricht op het moment dat de werknemer wordt opgeroepen om arbeid te gaan verrichten. Een oproep uit consignatie wordt altijd voor minimaal een half uur meegeteld, ook al heeft de werknemer bijvoorbeeld maar tien minuten getelefoneerd vanuit huis.

Wat voor regels staan er in de Arbeidstijdenwet?

De Arbeidstijdenwet geeft de grenzen aan waarbinnen binnen u de werktijdregelingen moet maken. In bepaalde situaties kan in overleg met de ondernemingsraad of bij cao van de uiterste, wettelijke normen van de Arbeidstijdenwet worden afgeweken. Dit geldt bijvoorbeeld voor regels met betrekking tot zondagarbeid en nachtarbeid.

01AR=0096