Een concurrentiebeding beschermt de werkgever tegen oneerlijke concurrentie door oud-werknemers die bij een concurrent gaan werken of zelf een bedrijf oprichten. Het beding is opgenomen in de arbeidsovereenkomst en voorkomt dat de oud-werknemer belangrijke bedrijfsgegevens en zakelijke relaties ‘meeneemt’. Een goed concurrentiebeding opstellen is echter nog niet zo eenvoudig. Daarom vindt u in de Kennisbank arbeidsrecht een concurrentiebeding model, waarmee de grootste misstappen ontweken worden.
Arbeidsovereenkomsten worden vaak automatisch voorzien van een concurrentiebeding. Dat is handig, omdat u in principe alleen tegen concurrerende werknemers kunt optreden als er een concurrentiebeding bestaat. Werknemers die echter zo ver gaan dat ze de grenzen van de algemene maatschappelijke onzorgvuldigheid overschrijden, kunnen ook zonder beding worden aangepakt.
Het concurrentiebeding belemmert de werknemer soms om vrij een baan te kiezen. Op verzoek van de werknemer kan een rechter beslissen dat het concurrentiebeding te verstrekkend is, en dat het geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd. Het beding kan ook zijn geldigheid verliezen als de functie van de werknemer ingrijpend verandert. Werkgever en werknemer moeten in dat geval een nieuw beding overeenkomen. Een concurrentiebeding moet verder voldoen aan twee wettelijke eisen:
Een goed concurrentiebeding beschrijft duidelijk waar het de werknemer in beperkt als hij de deur uitloopt. Over de volgende drie punten moet nagedacht worden:
Het concurrentiebeding moet duidelijk vermelden welke werkzaamheden wanneer en waar verboden zijn. Het is handig als het beding ook aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldoet: